Negen succesfactoren voor datagedreven, gemeentelijke innovatie

Redactie

1 december 2021

De afgelopen vijf jaar hebben verschillende gemeenten geëxperimenteerd met het gebruik van nieuwe technologie zoals data-analyse. Welke innovatieprojecten hebben succes en waarom? Dat was de vraag waarnaar A&O fonds Gemeenten onderzoek heeft laten doen. De uitkomsten, onder achttien gemeentelijke innovatieprojecten, duiden op negen factoren voor een succesvolle afloop.

Voor het onderzoek zijn achttien data-gedreven innovaties bij acht gemeenten en twee gemeentelijke samenwerkingsverbanden uit de periode 2015-2020 vergeleken en geanalyseerd. De cases zijn in samenwerking met gemeenten uitgekozen en spelen zich hoofdzakelijk af in het fysieke en sociale domein, in mindere mate in het veiligheidsdomein en de bedrijfsvoering.

Het onderzoek beperkte zich tot innovaties bij gemeenten die daadwerkelijk zijn geïmplementeerd en opgeschaald naar andere afdelingen of gemeenten. In de afgelopen jaren hebben gemeenten veel geëxperimenteerd met nieuwe technologie maar veel minder van die vernieuwingen zijn ook ingevoerd. Onderzocht is daarom wat de succesfactoren waren voor innovatie en het daadwerkelijke toepassing. Het criterium voor ‘succesvol’ was: is de innovatie van idee tot ontwikkeling gebracht, geïmplementeerd en mogelijk opgeschaald?

Factoren die tot resultaten hebben geleid zijn onder meer zeer vaardige projectleiders, het werken met multidisciplinaire innovatieteams en sterke drijfveren van betrokkenen om te vernieuwen. Er wordt geleerd van de markt en projecten worden succesvol door op een informele en cyclische wijze te leren.

Deze kernfactoren zijn uitgewerkt in negen zaken die voor datagedreven innovatie in gemeenten relevant zijn:

  1. Een vaardige projectleider en een gedreven team is nodig om innovatieve datagedreven projecten in gemeentelijke organisaties tot een succesvol einde te brengen.
  2. Ruimte, vertrouwen en budget. Voor vernieuwing is voldoende vertrouwen en budget nodig om aan de slag te gaan.
  3. Antwoord op vragen uit domeinen. Verzamel de vragen en problemen die medewerkers hebben uit alle domeinen en zorg dat het experiment hier antwoord op geeft.
  4. Kortcyclische werkwijze. De projecten die helder zijn opgedeeld in kleinere tussenstappen, hebben meer succes. Als de stap niet het gewenste resultaat oplevert, dan is het makkelijk om de tussenstap opnieuw te doen, totdat deze goed werkt.
  5. Multidisciplinaire interactieve teams. Bij succesvolle projecten zijn vaak professionals uit meerdere disciplines betrokken, zoals een domein- of inhoudelijk deskundige, een programmamanager, een data scientist en een privacy officer.
  6. Samenwerking en leren van de markt. In de experimenteerfase is er veel geleerd van kleine leveranciers, die naast technologie ook vaak kennis inbrachten.
  7. Samenwerking in een netwerk of keten. Door samen te werken in een netwerk vullen alle deelnemers elkaar aan vanuit hun eigen expertise en ontstaat een aanpak over de grenzen van afdelingen, domeinen en andere organisaties heen.
  8. Betrokken eindgebruikers. Bij succesvolle projecten zijn gebruikers betrokken bij de ontwikkeling.
  9. Een lerende aanpak. In alle cases vonden er informele leeractiviteiten plaats, die zich regelmatig herhaalden.

In het onderzoek wordt elke factor verder uitgewerkt en afgesloten met ‘opties voor acties’ zodat een ieder die zich met innovatie en nieuwe technologie bezighoudt, interventies zelf kan inzetten in de eigen gemeente.

Gerelateerde artikelen

Verzamel en rapporteer data eenvoudiger met DCIM

Verzamel en rapporteer data eenvoudiger met DCIM

Bij de meeste bedrijven die eigen IT-infrastructuur in gebruik hebben, staat apparatuur van Schneider Electric, dat ook software levert om infrastructuur en datacenters te beheren. Loek Wilden, Data Center Lifecycle Consultant, legt uit hoe DCIM het leven van de CIO gemakkelijker kunnen maken en tot flinke besparingen kunnen leiden.

Hoe hoofdpijn over cloudconnectiviteit te verhelpen met SDCI

Hoe hoofdpijn over cloudconnectiviteit te verhelpen met SDCI

SDCI staat centraal bij het leveren van beveiliging, zichtbaarheid en netwerkconnectiviteit nodig voor een multicloudstrategie, waarbij privéconnectiviteit wordt geboden met een verscheidenheid aan cloud-, netwerk- en internetserviceproviders en monitoring van deze omgevingen vanaf één plek mogelijk is.

Ruim helft organisaties heeft applicatiestrategie

Ruim helft organisaties heeft applicatiestrategie

Iets meer dan de helft van de Nederlandse organisaties heeft een applicatiestrategie. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim vijfhonderd IT-beslissers en -beïnvloeders over ontwikkelen in low-code. Het overzichtelijk en beheersbaar houden van het applicatielandschap levert voor de meerderheid (56%) van de organisaties dan ook geen problemen op. Voor negen procent van de organisaties is dit wél een opgave.

Inzet publieke cloud en SaaS-oplossingen vlakt af

Inzet publieke cloud en SaaS-oplossingen vlakt af

Meer dan een vijfde van IT-applicaties wordt in zes verschillende omgevingen gehost. Dit leidt tot beveiligings- en operationele uitdagingen en een toenemende vraag naar multi-cloud netwerkoplossingen. Daarop duidt onderzoek door F5.