De nieuwe I-strategie Rijk 2021-2025, met de subtitel Doorpakken op digitale transformatie, geeft aan hoe de rijksoverheid de komende vijf jaar wil digitaliseren. Tweevoudig oud-hoogleraar informatica en architectuur-auditor Daan Rijsenbrij heeft dit strategiedocument geanalyseerd (pdf). Onderstaand een verkorte versie van onze e-mailcorrespondentie naar aanleiding van het uitkomen van de nieuwe strategie.

Aan het begin van je analyse heb je het over het digitale streven van de overheid. Dat moet volgens jou een intelligente organisatie zijn, opererend in een intelligente omgeving. Kun je daar wat meer over zeggen?
“Met ‘intelligent’ doel ik op een geavanceerde informatiepositie ondersteund door AI, een levendige intermenselijke communicatie – intern en met stakeholders – en inspirerende informatiestromen. Informatie hoort immers niet alleen je kennis te verrijken, maar ook te inspireren tot een meer creatieve vorm van handelen.”

Dat klinkt positief. Wat vind je goed aan deze strategie?
“Zij heeft de ‘I’ in het hart. De aanwezigheid van de informatievoorziening ligt in het hart van het beleid, in het hart van de uitvoering en in het hart van de interactie tussen beide. Dus de informatievoorziening en de informatieposities komen centraal in de wet- en regelgeving, in beleidsvorming en in het ontwerpen van het uitvoerende niveau.

Daarnaast is er aandacht voor de informatievoorziening over de informatievoorziening. Je wilt immers niet alleen de juiste, volledige en tijdige informatie in een aantrekkelijke vorm, je wilt ook weten hoe deze ontstaat en of er méér is.

Er is in de strategie ook expliciete aandacht voor cybersecurity, en voor de digitale geletterdheid van alle ambtenaren. Dat laatste heb ik niet eerder zo duidelijk verwoord gezien.

Verder wordt de behoefte aan verbetering van de digitale infrastructuren onderkend. De digitale infrastructuur is als het ware het fundament van de digitale onderneming. Een moderne infrastructuur hoort echter niet beperkt te zijn tot de technische infrastructuur. Zij omvat alle generieke functionaliteiten en eventuele onderdelen daarvan.

Maar… het is wel vreemd dat infrastructuur de aandacht krijgt die het verdient, maar digitale architectuur niet. Alsof je alle technische eisen aan een nieuwe weg hebt vastgelegd, maar verder niets hebt geformuleerd over hoe deze wordt ingepast in het landschap, laat staan hoe deze moet aansluiten op andere wegen.

Wat wel weer positief is… het is de bedoeling dat de informatievoorziening en onderliggende IT volledig transparant worden richting alle stakeholders: de Tweede Kamer, de departementen, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, bedrijven en burgers.

Je ziet ook dat er meer I-verantwoordelijkheid bij de CIO’s wordt neergelegd, al zou deze volgens mij bij de SG’s moeten komen te liggen.

“HEEL VREEMD DAT INFRASTRUCTUUR WEL DE AANDACHT KRIJGT DIE HET VERDIENT MAAR ARCHITECTUUR NIET”

Tot slot de voorgestelde uitbreiding van generieke voorzieningen. Die is zeer wenselijk. Een bekend voorbeeld: het inspectieproces is bij veel ministeries in grote lijnen hetzelfde, hoewel het verschillende zaken betreft. Dus de processen kun je generiek inrichten. Een ander voorbeeld: zowel de processen bij het UWV, de Belastingdienst Toeslagen, het SVB en DUO, de grote betaalinstanties aan burgers zeg maar, herbergen zeer veel generieks. Hier valt ook eenzelfde werkplek voor alle ambtenaren onder, althans wat de functionele architectuur betreft.

Naast deze overduidelijk generieke zaken zijn er nog zeer veel niet ontdekte generieke voorzieningen. Dat betekent dat je eenmalig kunt ontwikkelen, en dat er meervoudig gebruik van wordt gemaakt, en dat scheelt veel geld. Dus juich ik toe dat hier een uitvoerig onderzoek naar komt, zoals voorgesteld.”

Wat zou er wat jou betreft wel meer aandacht mogen krijgen?
“De architectuur! Zonder digitale architectuur leidt digitalisering tot nieuwe chaos. Ik vraag mij af of deze strategie eigenlijk wel uitvoerbaar is volgens de toparchitecten van de overheid.

Zijn die architecten dan wel voldoende betrokken geweest bij het stuk?
“Ik vermoed van niet, anders zouden hun namen toch wel expliciet genoemd zijn in het document. Jammer, want er lopen voldoende excellente architecten rond bij de overheid.”

Afgezien van aandacht voor architectuur, missen er volgens jou nog andere zaken?
Vergeet de governance niet. En dan heb ik het over zowel de governance van de digitalisering zelf als de governance van de gedigitaliseerde organisatie. En ik mis toch voldoende aandacht voor de persoonlijke levenssfeer, voor de privacy. Burgers moeten zich beschermd voelen bij een gedigitaliseerde overheid.

Ook de etalering en de communicatie over de beoogde digitalisering laten te wensen over. Laat zien wat je gemaakt hebt en hoe dat te gebruiken is. Acceptatie van digitalisering vereist: verkopen, verkopen en nogmaals verkopen. Dat betekent ook dat je voor een volwassen verwachtingsmanagement moet zorgen.

Ik zie ook geen specifieke eisen aan de uitvoering – dan heb ik het over software ontwikkeling, sourcing, software pakketten en dergelijke…

Overigens plaats ik wel kanttekeningen bij de veranderkracht die de overheid heeft qua business- en operating-modellen, bij de te realiseren digitalisering. Dan denk ik ook aan de noodzaak van een overstap van de silo-achtige organisatiestructuur van de overheid naar een collaboratieve netwerkorganisatie.

Ik mis daarnaast een helder concept van het digitale kantoor. Veel ministeries en uitvoeringsorganisaties bestaan immers uit een verzameling kantoren. Daarbij hoort ook een duidelijker voorstel tot aantrekkelijke digitale werkruimtes voor alle ambtenaren. En natuurlijk ook een nieuwe kijk op werken in een gedigitaliseerde organisatie.

Moet ik nog doorgaan? Ik zie nauwelijks aandacht voor een betere contractuele relatie met externe leveranciers. Of het opruimen van de lastige legacy – kost erg veel geld! – en daarop aansluitend, mis ik de financiële onderbouwing van de uitvoering van deze strategie.”

Betekent dit laatste niet dat veel zaken zullen worden doorgeschoven naar latere kabinetten? Als er geen geld voor is, komt er weinig van zo’n strategie terecht. Dan is het de zoveelste papieren exercitie.
“Zelfs tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer, is voor zover ik heb kunnen zien, digitalisering niet voor het voetlicht gebracht. In de coalitiebesprekingen hoor ik ook geen enkele urgentie voor een moderne digitale overheid. Dus een echte verbetering van de informatievoorziening wordt nog minstens vier jaar doorgeschoven.”

Wat vind je van de positie van de burger in het stuk?
“Als burger krijg ik een heel ouderwets gevoel: er wordt over mij gesproken, niet met mij. De digitalisering op uitvoerend niveau moet worden ontworpen vanuit de behoeften zoals burgers die uiten. In de strategie wordt gesteld dat de overheid digitaliseert en innoveert door samen met de samenleving antwoorden te vinden. Ik ben zeer benieuwd hoe dat ‘samen’ zal geschieden, te meer daar uit deze strategie blijkt dat de overheid beseft dat de samenleving radicaal digitaliseert. Als burger wil ik dat mijn informatiepositie zó volledig wordt, dat ik kan meedenken over het reilen en zeilen van mijn overheid.”

Dat lijkt me een heel nobel streven. In de praktijk krijgen burgers vaak achteraf informatie – en meestal als er iets fout gaat, waardoor er ruimte is voor allerlei onzinnige ‘theorieën’.
“De overheid lijdt nog steeds aan een gigantische datachaos. Het wordt de hoogste tijd dat de overheid als ‘datafabriek’, de data centraal gaat stellen in haar architectuurbeschouwingen. Dan pas zul je zien dat data, en dus ook betrouwbare informatie, uiteindelijk de spil wordt in de communicatie tussen instanties en burgers en bedrijven. Waardoor het vertrouwen toeneemt.”

Hoe zie jij de positie van de mens binnen de digitale overheid?
“Een organisatie bestaat louter en alleen uit mensen, hopelijk met een gemeenschappelijke doelstelling. De rest, zoals gebouwen, de financiën, de IT etcetera vormt slechts het decor waartegen die mensen functioneren. In het digitale tijdperk wordt van die mensen geëist dat zij digitaal kunnen meekomen. Ik zou daarbij een onderscheid willen maken in algemene digitale geletterdheid, digitale vaardigheden voor een specifieke taak en I-vakmanschap voor de ontwerpers en bouwers van de digitale organisatie.”

“ALS BURGER WIL IK DAT MIJN INFORMATIEPOSITIE ZO VOLLEDIG WORDT, DAT IK KAN MEEDENKEN OVER HET REILEN EN ZEILEN VAN MIJN OVERHEID”

Wat is jouw mening over het document als architectuur-auditor?
“Laat ik voorop stellen dat architectuurschetsen van de overheid begrijpelijk horen te zijn voor burgers. Een strategie hoort voort te borduren op een missie en visie. Maar waar vind ik de digitale missie van het Rijk, en waar de visie? Die ontbreken nu. Geen wonder dus dat architectuur er bekaaid af komt. Elke architectuur dient trouwens voor het gebruik onafhankelijk, onpartijdig te worden geaudit. Maar ook daarover zie ik niets terug. Architectuur lijkt wel een vies woord bij beleidsmakers.

Als architectuur-auditor mis ik ook de context. De digitale architectuur voor een moderne overheid hoort van buiten naar binnen te worden opgesteld. Dus ik zou zeggen: overheid, start met architectuurschetsen van de toekomstige digitale samenleving. Een beeldvorming over de wijze waarop burgers en bedrijven in het digitale tijdperk met elkaar omgaan. Over tien jaar – stip op de horizon – en over drie jaar, ten behoeve van opdrachtgevers en opdrachtnemers, om programma’s en projecten in context te kunnen plaatsen.

Vervolgens kan in zo’n schets de rol en plaats van een digitale overheid worden bepaald. En ten slotte wordt de digitalisering bij de overheidsorganisaties zelf geschetst, met de benodigde ketens. Als daarbij wordt gekozen voor een compacte overheid, is dat wel zo efficiënt.

Het ten tonele voeren van een rijksarchitect als hoogste architect juich ik overigens toe. Ik noemde dat reeds in 2004 (in mijn inaugurele rede als hoogleraar ‘digitale architectuur’ aan de Radboud Universiteit) de digitale rijksbouwmeester. Dat moet een apolitiek persoon zijn. Nuchter, zakelijk en met oog voor de menselijke maat.”

Tot nog toe leunt de overheid zwaar op leveranciers, wat helaas vaak tot kostenoverschrijdingen en mislukte projecten heeft geleid. Kan de overheid niet met fors minder externe ondersteuning toe?
“Nog niet. Daarom dient de rol van externe leveranciers drastisch te worden gemoderniseerd. Ik onderschrijf de opmerkingen in het strategiedocument over I-partnerschap, maar ik zou dat flink wat concreter willen maken.

Ik geloof voor de lange termijn niet in ‘werk laten overnemen’ door externe partijen, maar in persoonlijke assistentie. De rol van de ‘kritische vriend’ als gesprekspartner bij moeilijke beslissingen, zoals genoemd in het strategiedocument, juich ik van harte toe. Een soort buddy. Zorg wel dat dat die buddy echt onafhankelijk en onpartijdig is.

“IK ZIE GEEN CENTRAAL BUDGET IN DE MILJOENENNOTA OM DE UITVOERING VAN DEZE STRATEGIE TE BEKOSTIGEN”

Aanbestedingen moeten creatiever worden, staat in het strategiedocument. Ik zou graag echte gelijkwaardigheid willen zien. I-partnerschap in de vorm van CBE met zijn vier dimensies: (1) focus op waarde voor beide partijen, (2) wederzijdse risicobeheersing, (3) optimaliseren van beider competenties en (4) het stroomlijnen van beide organisaties in de opdrachtuitvoering.”

Is er nog iets dat je is opgevallen aan de I-strategie?
“Het thema ‘markt’ lijkt voor een groot deel gedicteerd door NLdigital (de branchevereniging van de IT-sector). Er wordt beweerd dat de IT-sector goed zicht heeft op de overheidsbehoeften. Hoe kan het dan dat er zo veel overheidsprojecten zijn mislukt waarbij de IT-sector dominant aanwezig was?”

En is er nog iets waar jij je echt zorgen over maakt?
“Ik zie geen urgentiegevoel voor de digitalisering van de overheid. In de troonrede sprak het staatshoofd twee keer over IT: over digitale criminaliteit en over investeringen in kunstmatige intelligentie. Ik kon tot mijn teleurstelling ook geen centraal budget vinden in de Miljoenennota om de uitvoering van deze strategie te bekostigen. Als er per departement en per uitvoeringsorganisatie gaat worden bekostigd, wordt het wellicht moeilijk om de noodzakelijke samenhang te borgen.”

Heb je ten slotte nog tips voor iedereen die zich bezighoudt met digitalisering bij de overheid?
“Een goede besturing van de digitalisering en de rest van het I-domein is een absolute succesfactor. Ik pleit daarom voor duidelijke relatiepatronen tussen de SG, opdrachtgevers, businessmanagers, CIO’s (inclusief de CDO en CISO) en de chief architect.

Naast een fors budget zou ik een door de wol geverfde financiële functionaris willen zien. Een nuchter en zakelijk persoon die zich niet inlaat met nodeloze experimenten. Als trajecten binnen het digitaliseringprogramma niet voldoende opleveren, moet deze persoon kunnen zeggen: ‘niet aan beginnen’ of ‘stoppen’.

En tot slot: zorg bij de verschillende digitaliseringsgolven – de digitale volwassenheidsniveaus – voor een pedagogisch verantwoord invoeringsplan voor alle eindgebruikers.”

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam