De smart industry staat aan de vooravond van een doorbraak. Door een combinatie van beschikbare technologieën, een veranderende marktdynamiek en het belang van samenwerking over de keten wint het fenomeen razendsnel aan momentum. Dat vereist wel een andere mindset op bestuursniveau, zo leert een recente uitzending van CIO TV. Managing director Sake Algra van T-Systems Nederland in gesprek met technologieleiders aan de vraagzijde van de markt.

Smart industry, smart factory en industry 4.0 zijn de termen waarmee een in hoge mate connected en gedigitaliseerde productieomgeving wordt aangeduid. In zo’n slimme fabriek worden op basis van sensoren, edge clouds, API’s, 5G en andere technologieën machines verbonden met de IT-infrastructuur. Het doel is om met deze innovaties de fabrieken sneller en efficiënter aan te kunnen passen op een veranderende marktvraag of meer customized te kunnen produceren. Ook over de keten. Daarnaast kan met slimme AI en AR/VR-toepassingen machinestilstand worden voorkomen, support of afstand worden geregeld en productiefouten worden geminimaliseerd.

Knelpunt

In CIO TV zijn naast Sake Algra onder meer Ronald den Elzen, chief digital & technology officer (CD&TO) van Heineken, en Vion Food Group-CIO Frans van Duivenboden aangeschoven. Beide bedrijven maken flinke stappen met de realisatie van een slimme productieomgeving. De via video aanwezige Ben van der Burg, commercieel directeur van TripleIT en alom erkend kenner van de tech-markt, is erg enthousiast over de potentie van nieuwe technologieën zoals 5G voor de industrie.

Sake Algra ziet vanuit T-Systems van alles om zich heen gebeuren, al is dat nog vaak in de sfeer van een proof of value (POV). “De technologie voor de smart factory is er nu klaar voor, want alles kan tegenwoordig. Het knelpunt ligt vooral op het vinden van tijd en ruimte voor investeringen om verouderde infrastructuren te verjongen en bestaande machineparken op grote schaal te connecten. Terwijl intussen de productie gewoon door moet gaan.”

Doordachte keuzes

De voordelen zijn volgens Algra enorm: “Bedrijven die er ruimte voor hebben gecreëerd zijn in een korte tijd van niets naar iets gegaan en hebben hiermee soms de concurrentie al ingehaald. Voor een deel heeft dat te maken met efficiëntie – meer kunnen doen met data, waardoor je diepgaander inzicht krijgt in je operatie. Minstens zo belangrijk is de flexibiliteit. Covid-19 leert ons dat je opeens te maken kunt krijgen met een totaal veranderde marktsituatie. Het snel kunnen schakelen en omschakelen in het productieproces is een groot voordeel.”

Algra toonde als voorbeeld een video van lichtfabrikant Osram, dat momenteel middenin de transformatie zit van een traditioneel naar een high-tech bedrijf. Daarmee anticipeert men op een snel veranderende marktdynamiek, waarbij de productieomgeving voor LED-producten dankzij een volledig gedigitaliseerde omgeving flexibeler kan inspelen op de vraag. De basis is een nieuwe IT-infrastructuur, waarbij mobiele robots geconnecteerd zijn aan een locale edge-cloud, en centraal worden aangestuurd.

Retrofit

Een mooi voorbeeld, maar over het algemeen kan er meer en kan en moet het sneller, zo stellen de aanwezige CxO’s in de studio van CIO TV. Zeker in Nederland, dat op dit gebied nog niet geldt als voorloper.

“Snel kunnen schakelen en omschakelen in het productieproces is een groot voordeel”

“Als bedrijf moet kunnen omgaan met een veranderende vraag in de markt”, doelt Ronald den Elzen van Heineken onder meer op de actuele impact van covid-19. “Waar je voorheen regionaal plande, word je nu door een complexere dynamiek van vraag en aanbod – en soms veranderende wet- en regelgeving – gedwongen om meer over werkmaatschappijen heen te plannen.”

De uitdaging is bij veel organisaties een vrij forse bestaande infrastructuur, die ‘ge-retrofit’ moet worden om aan te sluiten op connected klanten en consumenten. Dat vereist herprioritering, zeker in tijden van pandemie en kostendruk.

Je moet soms een stap terug doen om de prioriteiten helder te krijgen, beaamt de T-Systems-directeur. “Ondertussen moet je wel vooruit blijven kijken. Waar wil je over twee of drie jaar staan? En hoe kom je daar? Onder meer door de technologie die je hebt of die eraan komt optimaal in te zetten en zo waarde toe te voegen.”

Omschakelsnelheid

“Het gaat over visie, over kosten, over continuïteit”, vervolgt Algra. “Het gaat bovenal over omschakelsnelheid. Kunnen inspelen op de wens van de individuele consument om uiteindelijk dat unieke product te realiseren en leveren. In het geval van Heineken bijvoorbeeld met lokale biermerken met een grote mate van diversiteit. En tegelijk efficiëntievoordelen behalen is absoluut een smart factory-topic.”

Vion Food Group-CIO Frans van Duivenboden stelt dat je vanuit een breder perspectief naar de markt moet kijken, om de afweging te kunnen maken tussen wat je qua producten of diensten generiek en specifiek doet. “Dan moet je de totale keten meenemen – van fabriek tot eindklant en terug.”

Ronald den Elzen vult aan: “Voor een rolling forecast en om verspilling in de keten te voorkomen. Dat klinkt als de heilige graal, maar het is niet onmogelijk. Alle partijen in de keten moeten met elkaar samenwerken om dat voor elkaar te krijgen.”

Ketendynamiek

De discussie over scheiding tussen IT en OT en specifieke bedrijfsonderdelen, die tot voor kort op hun eigen eilandjes zaten, raakt gelukkig wat op de achtergrond. Dat is in de ogen van Algra logisch, want de grootste winst is te behalen met een optimale gegevensstroom en transparantie over de totale keten, om uiteindelijk die consument beter te kunnen bedienen. “Daartoe moeten alle schakels erin even sterk zijn.”

Dat gaat vanzelf gebeuren, want de technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller en worden door andere partijen in de keten in toenemende mate geadopteerd. “De kansen nemen dus toe, en daarmee de noodzaak om mee te bewegen. Met het oog op efficiëntie en voor het creëren van waarde.”

Bestaande bedrijven, nieuwkomers in de markt, klanten en consumenten zullen de ontwikkelingen gaan aanjagen en uiteindelijk een slimmere industrie realiseren. Daaraan kan uiteindelijk niemand zich onttrekken, zo is de teneur.

Innovatie Centrum

Ben van der Burg van TripleIT brengt in dat bij smart industry wel de connectie met de mens moet worden gemaakt. Sake Algra beaamt dit: “Digitalisering gaat naast technologie over mindset en de positie die we zelf innemen. Daar kunnen we elkaar misschien eens wat meer in challengen, want hoe innovatief zijn we nu eigenlijk? Staan we er wel voor open om iets totaal nieuws te verzinnen?” Ook Den Elzen en Van Duivenboden vinden het inspireren van mensen belangrijk. Bijvoorbeeld door te kijken naar andere industrieën en hiervan te leren.

“Digitalisering gaat naast technologie over mindset en de positie die de mens inneemt”

“In het T-Systems Innovatie Centrum in Utrecht tonen we concrete toepassingen van moderne technologie en speelt de verbeelding een rol”, vervolgt Algra. “Vroeger redeneerden we vooral vanuit onze rol ten aanzien van connectiviteit en hosting, IoT en digitalisering. Met de focus op het aanbieden van een of meer van die diensten. Tegenwoordig is het veel meer een kwestie van zaken bij elkaar brengen en met elkaar verbinden in waardevolle ecosystemen.”

Fundament creëren

Hij ziet T-Systems in toenemende mate als orkestrator van deze ecosysteem, die de meest relevante partners voor de klant bij elkaar brengt. “Samen iets creëren wat voor bijvoorbeeld Vion Food Group of Heineken businesswaarde toevoegt, dat is een fundamentele verandering van mindset.” Wat helpt is dat door de inbreng van CIO’s, CTO’s en CDO’s bedrijven steeds beter voor ogen hebben waar ze heen willen.

Volgens Algra blijft het vooralsnog nog wel teveel hangen in kleinschalige en niet schaalbare ontwikkelingen. CxO’s zouden volgens hem bezig moeten zijn met de uitdagingen en kansen van vandaag, maar ook met het creëen van een fundament voor ontwikkelingen in de toekomst. “We zijn tegenover onze organisaties verplicht om hier tijd en ruimte voor te nemen.”

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam