IT wordt voor steeds meer bedrijven een belangrijk onderdeel van de waardepropositie. Schuberg Philis maakt in nauwe samenwerking met de partner op basis van kortcyclische experimenten de impact van moderne technologie tastbaar. Uiteraard met de inbreng van alles waar het bedrijf vanuit het verleden bewezen goed in is. CTO Roeland Kuipers en CIO Ilja Heitlager vertellen over het nieuwe Lab 271 voor businessgerichte innovatie.

Kuipers en Heitlager tonen ter illustratie een werkend schaalmodel van een intelligente fabriek, waarbij de versimpelde productielijn is uitgerust met connected sensoren. In de wirwar van machine-hardware en verbindingen zijn twee kastjes te onderscheiden: oranje en grijs. In de eerste wordt de uit het proces gegenereerde data opgeslagen: de cloud waarmee de industriële IoT is gekoppeld. Het grijze kastje herbergt de intelligentie waarmee de fabriek wordt aangestuurd. In samenhang vormen ze het missiekritieke hart, dat alle processen automatisch monitort, controleert en bestuurt.

Ilja Heitlager: “Hoewel in werkelijkheid sprake is van zware assets, zie je bij het schaalmodel in feite de representatie van Industry 4.0. Daarbij worden individuele productielijnen gedigitaliseerd en samengebracht om het geheel op basis van data en intelligentie in real time optimaal te kunnen aansturen. Hiermee overbruggen we de kloof tussen fysieke engineering en IT.”

Roeland Kuipers: “Op basis van de juiste datapunten kun je niet alleen één specifieke productielijn volgen en de performance van elke individuele machine verbeteren, je kunt bovendien alle lijnen centraal bijeen brengen en in samenhang managen. Dankzij de ervaringen met dit schaalmodel hebben we zaken in een echte productielijn binnen een dag draaiend gekregen. Door eerst te oefenen hadden we in de praktijk een vliegende start.”

Experts in the lead

Volgens de CTO en CIO is de businessgerichte innovatie illustratief voor nieuwe vormen van wisselwerking met de partners die men bedient. Langlopende relaties op basis van bijvoorbeeld een aanbesteding, planning en dikke contracten maken plaats voor een meer experimentele interacties met korte tot zeer korte cycli. De meerwaarde voor de business staat daarbij altijd voorop. Vervolgens kunnen zaken na een proof of concept of minimum viable product snel worden opgeschaald.

IH: “Vanuit Schuberg Philis voegen we nog iets heel belangrijks toe: de aandacht voor security, continuïteit en databeveiliging binnen een missiekritieke cloudinfrastructuur. De intelligente besturing van een industriële omgeving is namelijk niet per definitie beveiligd. Voor een secure koppeling aan een IT-infrastructuur zijn bijvoorbeeld extra maatregelen nodig.”

RK: “We gaan ook hierbij uit van een belangrijk uitgangspunt van Schuberg Philis: ‘experts in the lead’ en ‘the whole system in the room’. De partner brengt de eigen specifieke business-, proces- en IT-kennis in, wij leveren de competenties op het gebied van technische engineering. Een gespecialiseerde partner doet de harde data science. In plaats van alles individueel te bedenken, gaan we samen op zoek naar waarde.”

Technologie tastbaar

Al deze nieuwe activiteiten, inclusief de bijbehorende mindset, worden ontwikkeld vanuit het nieuwe Schuberg Philis Lab 271. Het is een setting waarin, anders dan in het verleden, minder risico-aversie heerst. De CIO en CTO spreken over een combinatie van competenties, moed en ‘fearless learning’. In de daartoe nieuw in te richten ruimte binnen het hoofdkwartier wordt nieuwe en complexe technologie daartoe tastbaar gemaakt. Denk aan de miniatuurfabriek, maar ook aan een schaalmodel van autonome voertuigen en andere zaken.

IH: “Het idee bij elke toepassing is: wat kunnen we vergeten en wat kunnen we leren? En vervolgens op basis van experimenteren en het opbouwen van ervaringen verder komen. Dat is fundamenteel anders dan bij traditionele outsourcing, waarbij je de klant vooraf op het hart drukt dat alles goed komt. Hier kun je in de experimenteerfase ook falen, om vervolgens zaken in aangepaste vorm toch tot een succes te maken.”

RK: “Het gaat erom de dingen zo klein mogelijk te maken, om er vervolgens snel achter te komen of ze succesvol zijn. En zo niet: failures zodanig analyseren en aanpassen dat ze wel succesvol worden. Om eerlijk te zijn, stuiten we bij trajecten voor klanten soms op zaken waarmee we in de proefopzet nog geen rekening hebben gehouden. Beperkingen op het gebied van connectiviteit bijvoorbeeld, of complexiteit en technologische verschillen tussen productielijnen. Dat nemen we vervolgens allemaal mee, ook richting andere partijen.”

Design thinking

Lab 271 is een combinatie van een ‘maker space’ en de zogeheten ‘d.school’ van de Amerikaanse Stanford-universiteit, alwaar het populaire design thinking is geboren. Dat wil zeggen: door de juiste stappen en mindset veelal technologiegebaseerde oplossingen bedenken voor uitdagingen van mensen en bedrijven. Een werkwijze die gebaseerd is op vergelijkbare elementen als bij ‘lean startup’: empathie (het kunnen inleven in de persoon of de organisatie voor wie je iets maakt), experimenteren en het testen in de markt. Eventuele onbewuste aannames worden in het ontwikkelproces altijd gevalideerd.

RK: “De nadruk ligt vaak op alle mogelijkheden die nieuwe technologie biedt: data, robotisering, IoT, cloud, machine learning en andere vormen van kunstmatige intelligentie. Maar technologie is niet de issue en mag nooit een doel op zichzelf zijn. Om waarde te creëren, en jezelf niet vast te draaien in technologische complexiteit, moet je dingen klein en behapbaar maken. Alles begint bij de vraag wat je wilt bereiken voor de business, om vervolgens bijeen te brengen wat daarvoor nodig is.”

IH: “Het mooie van Lab 271 is dat de technische mogelijkheden eindeloos zijn. Door experimenteren en combineren, eventueel chaos te creëren, kun je zaken op creatieve manier ontwikkelen. Het proces is dus zeker ook bottom-up, maar door de juiste doelstellingen te formuleren tegelijk top-down. Onze kennis en expertise op het gebied van grote IT-infrastructuren helpt om zaken werkend te krijgen. Bij alles wat er gebeurt, staat het uiteindelijke resultaat voor de klant voorop.”

Business IT Translator

Binnen Lab 271 werken Kuipers en Heitlager aan een nieuw concept dat voortborduurt op design thinking: de ‘Business IT Translator’. Het idee is dat Schuberg dankzij kennis en ervaring in grootschalige en missiekritieke omgevingen het bestuur en de business van partners als geen ander kan begeleiden en adviseren in digitale transformaties. Men komt daarbij meer en meer in de rol van strategieconsultant in plaats van alleen een partner in de executie.

IH: “In de praktijk zijn IT-onderdelen van grote organisaties nog sterk verkokerd. Dat hindert enorm bij het optimaliseren van processen en staat businessinnovatie in de weg. Door te beginnen met de vraag wat bedrijven vanuit de strategie willen bereiken, kunnen we bepalen in hoeverre er op het gebied van IT en technologie zaken moeten veranderen. We zoeken de sweet spot tussen planning, strategie en executie: de combinatie van strategisch denken een een gevoel voor technologie.”

RK: “Als Schuberg Philis acteren we steeds nadrukkelijker op dit speelveld. Zoals gezegd werken we met bestuurders, businessanalisten en IT-afdelingen op zoek naar nieuwe bronnen van waarde. Al dan niet ondersteund door gespecialiseerde professionals of partijen. We hebben op dit gebied al voor meerdere klanten resultaten geboekt en kunnen vanuit Lab 271 bovendien heel snel nieuwe initiatieven toetsen en doorontwikkelen. Een synthese van een planmatige aanpak en wendbaarheid dus, waarbij technologie en business steeds meer samenkomen.”

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam