PostNL heeft een aantal jaren een digitalisering ingezet waarbij vooral de applicaties voor klanten en consumenten zijn gemoderniseerd. Nu is het kernproces, de operatie, aan de beurt. ‘Covid’ heeft dit proces alleen maar versneld, aldus Gerrie de Jonge, IT-directeur van PostNL Pakketten en Logistiek in een kort gesprek. Het verschil met andere digitaliserende partijen: de nieuwe fase van transformatie die zich bij PostNL voltrekt is grotendeels bottom-up. Daarmee doelt hij op een beweging naar softwareontwikkeling in eigen huis. “We worden qua capabilities en het profiel van onze mensen steeds digitaler.”

De pandemie heeft voor een enorme groei in online winkelen gezorgd. “We zitten qua pakketbezorging al zes maanden in een soort Kerstdrukte. Door corona hebben we nu een equal flow en voor een logistiek bedrijf is dat optimaal”, zegt De Jonge. Er is geen piek meer na het weekeinde en klanten zijn veel vaker thuis dan voorheen. Voor ons efficiënt. Dus de inkomsten zijn gestegen en de gemiddelde kosten per pakket gedaald.

Deze rugwind geeft PostNL de ruimte om flink te investeren in zijn eigen ontwikkeling. Letterlijk, want PostNL wil 150 tot 200 developers aantrekken. Die waren vóór de pandemie misschien moeilijk te vinden, maar voor veel ontwikkelaars is een vast arbeidscontract nu een aanlokkelijk perspectief.

Open source, cloud native

Die nieuwe developers gaan geen alles omvattend systeem bouwen, verzekert De Jonge. “We maken gebruik van de systemen die we al hebben en de data die ze genereren, maar we moeten vooral slimheid inbouwen en al die data met elkaar verbinden, zodat we onze keten kunnen aansturen. We zetten daarbij vol in op open source, cloud native services en low-code platformen als Mendix. Tegelijkertijd zoeken we ook data-scientists, data engineers en low-code engineers.”

“We werken aan een digital twin voor onze e-commerce chain, waarmee we simulaties kunnen doen om te kijken hoe bepaalde condities uitpakken. Om daarmee volledige datasturing te kunnen toepassen in onze operatie. Zodat we bijvoorbeeld precies weten wanneer een pakketje klaarstaat in een bepaalde rolcontainer in een bepaald blok op een bepaalde afhaallocatie. Zo kunnen we dat allemaal netjes plannen en weten we ook al wanneer we het op onze sorteermachine kunnen verwachten.”

“Met de toenemende digitalisering is alles wat je doet, vastgelegd in software: al onze proposities en al onze processen. Als we iets willen veranderen in de bedrijfsvoering moeten we onze software aanpassen. Als je je dat realiseert, is de stap om het helemaal zelf te kunnen vormgeven eigenlijk een heel kleine.”

PostNL kernproces software engineering binnenshuis“De laatste vijf jaar hadden wij al een omslag gemaakt naar agile teams, waarmee we veel meer met eigen mensen bovenop de ontwikkeling zaten dan voorheen”, vervolgt De Jonge. “De requirements ontstaan in de teams en worden daar ook ingevuld, maar wel met software developers, technisch architecten en solution architects van een aantal kernleveranciers. De stap die we nu zetten, is de developers, solution architects en engineers binnenshuis halen.”

Cultuurverandering

Dit is ook een culturele verandering, beaamt de IT-directeur. “Voor ons als IT organisatie, maar ook voor PostNL als geheel. IT is een vanzelfsprekend onderdeel geworden van de bedrijfsvoering. Dat betekent ook dat het gewoon altijd moet werken. Die verandering is al jaren geleden ingezet en daar is de organisatie inmiddels wel aan gewend geraakt”, legt De Jonge uit.

“Maar als onze software engineers nu ook nog gaan zeggen dat ze iets op een bepaalde manier gaan oplossen en dat er geen alternatief is, dan betekent dit wel iets voor de samenwerking binnen de organisatie. Als het leveranciers zijn die zich zo opstellen, dan is dat anders dan dat het je eigen mensen betreft.”

Ligt bij softwareontwikkeling in huis de drempel voor de business om bepaalde eisen op tafel te leggen niet flink lager? “O ja, zeker. Dat gold in brede zin al wel, met die agile teams. Die zijn een krachtig middel om heel snel dingen te ontwikkelen. Maar je moet blijven opletten dat je je huis op orde houdt. Dat de autonomie, een groot goed voor die teams, niet resulteert in spaghetti of code die niet getest is.” Dit stelt zware eisen aan ontwikkeling en er is een volwassen interne software engineering-praktijk nodig. “Nu kan ik leveranciers nog een beetje de schuld geven, maar straks moet ik mezelf aankijken.”

Seniors eerst

“Als je een goede software engineering practice op wilt zetten”, vervolgt De Jonge, “begin je van bovenaf. Dus met het meest seniore profiel: de leads en de senior engineers, om het ownership echt over te kunnen nemen van onze leveranciers. En vervolgens bouwen we aan de onderkant met medior en junior engineers. Onze wervinginspanning zit nu op het bovenste deel van de markt.”

En dat is van strategisch belang, zegt De Jonge desgevraagd. “Je digitaliseert het bedrijf zo toch veel meer bottom-up. We worden qua capabilities en het profiel van onze mensen steeds digitaler.”

Zie ook CIO TV van 3 juli, waarbij Gerrie de Jonge te gast was (39:16).

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam