Cliënten hebben recht op innovatie

0
80

Technologie wordt gezien als hét middel om de kwali­teit van zorg te verbeteren en de stijgende zorgkosten te beheersen. eHealth is het toverwoord. In de praktijk mislukt er veel, omdat het lef ontbreekt om te investeren in innovatie. Gebrekkige interoperabiliteit tussen systemen is ook spelbreker. Innovatiemanager­ Sanneke Langendoen legt uit waarom het Living Lab van Pluryn wél succes heeft.

“Medewerkers die voor de zorg kiezen, doen dat vanuit hun passie om mensen verder te helpen. Ze willen cliënten van A naar B brengen. Het gaat erom cliënten zo zelfstandig mogelijk te laten deelnemen aan de maatschappij, binnen hun eigen mogelijkheden. Voor de ene cliënt is het al een hele stap om zelfstandig zijn boterham te smeren en naar zijn werk te gaan. Een ander streeft naar zelfstandig wonen en betaald werk. De passie van zorgverleners belemmert soms de acceptatie van nieuwe techno­logie”, zo is de ervaring van Sanneke Langendoen.

“Collega’s zien zorgap­plicaties dan als een bedreiging voor hun baan. Platforms met uitgebreide rappor­tagetools roepen gemakkelijk weerstand op, omdat dit afstand creëert tussen hen en de cliënt. De wereld om ons heen verandert en we worden steeds digitaler, ook in de zorgsector. Banen gaan veran­deren, maar het fysieke contact tussen cliënt en medewerker zal altijd een belangrijke component blijven. Zodra medewerkers zien dat eHealth toege­voegde waarde heeft voor de cliënt, zijn ze overtuigd van het belang ervan. Er zijn talloze mogelijkheden om cliënten met behulp van eHealth meer regie en zelfstandigheid te bieden.”

Langendoen studeerde commerciële eco­nomie en heeft een brede interesse. Als marketeer is zij oprecht geïnteresseerd in menselijk gedrag. Waarom reageren mensen zoals ze reageren? is een vraag die haar mateloos fascineert. Trends als big data en blockchain volgt zij op de voet en bij de belangrijkste zorgcongres­sen, zoals Exponential Medicine, Health Valley en Zorg en ICT, is zij steevast van de partij. Leveranciers die indruk probe­ren te maken met grote portalen en rijke functionaliteiten volgt zij met argusogen.

Ze houdt altijd de menselijke maat in het vizier. In het kader van haar studie Sociale kunstwetenschappen onderzocht zij hoe mensen met een verstandelijke en/of een lichamelijke beperking omgaan met internet in relatie tot de integratie in de samenleving. “Met de opkomst van zorgrobots, virtual en augmented reality lijken de technologische mogelijkheden ongekend, maar profiteren onze cliënten hier wel optimaal van?”, zo vraagt Lan­gendoen zich af.

Blended care
Pluryn is een derdelijns zorginstelling. “Dit betekent dat wij fungeren als een last resort voor mensen die elders zijn vastgelopen.” Het gaat om mensen met complexe hulpvragen. In het streven naar optimale zorg maakt Pluryn steeds vaker gebruik van blended care, waarbij regulier contact wordt gecombineerd met online ondersteuning. Het stelt cliënten in staat om zelf de regie over hun hun leven en daarmee hun welzijn te voeren.

Een concreet voorbeeld is het al in 2013 gelanceerde online zorgplatform Quli, dat staat voor quality of life. Praten met familie, vrienden en online coaches kan dankzij beeldbellen, chatten en mailen. Cliënten krijgen toegang tot hun elektro­nische dossier. Quli smaakt naar meer en een jaar later richt Pluryn het Living Lab in, een technologisch innovatiecentrum dat uitgroeit tot een verzamelplaats voor alle innovaties bij Pluryn.

Gadget Inspector
Tijdens het gesprek noemt Langen­ doen verschillende voorbeelden van innovatieve toepassingen. “We zoeken voortdurend naar de allemieuwste toepassingen die op de markt be­schikbaar komen. De Muse is een apparaat dat hersenactiviteit meet en via een app mindfulnessoefeningen geeft. De Sense monitort je slaap en Obli registreert of je voldoende vocht binnenkrijgt.”

Iedere innovatie wordt volgens Langendoen kritisch beoordeeld: “Vergroot het iemands zelfred­zaamheid en zelfregie, verbetert het de kwaliteit van dienstverlening en zijn de kosten in evenwicht met wat het oplevert?” Dat geldt ook voor serious gaming dat inzet op het aanleren van nieuwe vaardigheden of het verande­ren ervan. Zo zien Dojo-spelers op een scherm hoeveel stress zij ervaren en welke technieken helpen om deze te reduceren. Wereldberoemd is Paro de zeehond, een sociale robot voor dementerenden die interactie en com­municatie stimuleert.

Een belangrijk onderdeel van het Living Lab is de Denktank waar cliënten de nieuwste apps, gadgets en technologieën testen. Het is volgens Langendoen belangrijk dat iedereen op een laagdrempelige wijze kennis kan maken met de technologische hulpmiddelen.

Om die reden heeft het Living Lab een uitleenservice opgericht. Mensen met een beperking lenen vanuit de vitrine apparaten en proberen deze eerst uit om ze eventueel later zelf aan te schaf­fen. Zo brengt Living Lab technologie dichter bij de mensen. De zogenoemde Gadget Inspector assisteert bij de soms moeizame zoektocht. Op deze website vinden cliënten wat ze zoeken. Boven­dien kunnen ze verhalen lezen over de ervaringen van andere gebruikers.

Wij kunnen van alles bedenken, maar cliënten komen vaak met andere suggesties

Fast track science
In de zorgsector wordt volgens Langen­doen veel met pilots gewerkt, waarbij technologische toepassingen verspreid worden getest. “Desondanks zijn we als sector niet goed in het opschalen van innovaties en blijven grote veranderin­gen uit. Iedereen is bezig met innovaties, maar we brengen de resultaten niet bij elkaar en leren onvoldoende welke innovaties nu echt impact hebben. Ook zien we dat technologische innovaties exponentieel groeien en de wetenschap te traag is om dit bij te houden.

Als poortwachter hebben wij de taak om via een voorselectie van producten en diensten wildgroei te voorkomen. Som­mige producten zijn gewoon ongeschikt of niet veilig genoeg voor een specifieke doelgroep.” Het is volgens Langendoen ondoenlijk om elke nieuwe applicatie wetenschappelijk te valideren. “De stortvloed aan nieuwe technologieën die tegenwoordig op de markt komt, maakt dat onmogelijk. Laagdrempelig produc­ten aanbieden, staat bij ons altijd voorop. Een cliënt die zonder begeleiding buiten voor de Nijmeegse Vierdaagse wil trai­nen, kun je volgen met een eenvoudige gps-tracker.

Om die reden zijn we gestart met ‘fast track science’. Door samen met andere zorginstellingen op dezelfde manier innovaties te testen en samen te brengen, leren we veel sneller welke innovaties echt toepasbaar zijn en welke niet. Als organisatie sta je dan ook sterker tegen­ over een zorgverzekeraar, gemeente of subsidieverstrekker bij het opschalen van een pilot.

Om de toepasbaarheid te toetsen maken we gebruik van de acht domeinen van Schalock, die door de Amerikaanse emeritus hoogleraar psychologie Robert Schalock zijn gede­finieerd. Hij ontwikkelde een vragenlijst om de kwaliteit van het bestaan voor mensen met een verstandelijke beper­king te meten en te verbeteren. Zo kan technologie bijdragen aan het emotio­neel welbevinden, persoonlijke relaties, materieel welbevinden, persoonlijke ontwikkeling, lichamelijk welbevinden, zelfbeschikking, sociale integratie en rechten van cliënten.”

Het Living Lab is volgens Langendoen de afgelopen jaren op een organische manier gegroeid en verovert langzaam maar zeker de zorgsector. Innoveren moet volgens haar vooral leuk zijn. In de afgelopen jaren heeft de zorgsector veel transities doorgemaakt en daardoor zijn medewerkers met veel veran­deringen geconfronteerd.

“Laten we innoveren dan vooral leuk en aantrek­kelijk maken. Iets waar mensen juist energie van krijgen. Het Living Lab is een plek waar mensen geïnspireerd raken en waar cliënten en medewerkers met vragen terechtkunnen. Het is onze bedoeling om mensen uit hun context te halen en ze kennis te laten maken met een andere wereld. We stellen ons daarbij zo pragmatisch mogelijk op. Welke producten werken goed bij welke doelgroepen en vooral ook waarom?”

Innovatie is volgens Langendoen geen doel op zich. “80 procent van de vragen van onze cliënten en medewerkers kunnen we oplossen met bestaande oplossingen. Voor de overige 20 procent zoeken we aansluiting met externe ontwikkelaars of we organiseren een hackathon. Vanuit de ivoren toren kun­nen wij van alles bedenken, maar als je het cliënten rechtstreeks vraagt, komen ze vaak met heel andere suggesties. Wij kunnen niet innoveren zonder onze cliënten daar rechtstreeks bij te betrek­ken. Daarom hebben we de Denktank opgezet. Inderdaad, bottom-up, maar dat woord is een beetje besmet geraakt.”

Ecosysteem
Langendoen benadrukt het belang van open innovatie en cocreatie binnen een ecosysteem, zoals gepropageerd door Henry William Chesbrough. “Rondom Living Lab bouwen we aan een ecosysteem waar inspiratie, cocreatie en innovatie gemeenschappelijke kernwaarden zijn. Het is niet voor niets dat Pluryn aansluiting zoekt bij het REshape Innovation Center van het Nijmeegse Radboudumc, het Rockstart-programma voor start-ups, Health Valley en gevestigde softwareleveranciers zoals Salesforce. Een goed ecosysteem is goud waard. Wij zoeken onze netwerk­ partners daarom heel zorgvuldig uit. Volgens Lucien Engelen, directeur van het REshape-innovatiecentrum, moeten zorginstellingen overstappen van een egosysteem naar een ecosysteem.”

Langendoen heeft niet de illusie dat alles wat Pluryn doet uniek is. “Overal binnen de zorg wordt het wiel telkens opnieuw uitgevonden. Met Living Lab loopt Pluryn wel voorop. Daarom brengen we nu onze methodiek en kennis onder in een maat­schappelijke onderneming. Het is hierbij zaak het ecosysteem te faciliteren zonder in lastige samenwerkingsconstructies terecht te komen. Ik zou het prettig vinden als zorgverzekeraars meer van onze kennis gebruikmaken.”

Sociale innovatie stagneert volgens haar door politieke discussies en formaliteiten over de juiste rechtsvorm voor innovatie (Living Lab is een stichting, red). Individuele zorginstellingen kunnen zich alleen met aantoonbare resultaten geboekt met daadwerkelijke implementaties nog onderscheiden. “We houden elkaar scherp. Het is van belang dat alle beslissers bij Pluryn, inclusief de directie, het belang van eHealth onder­schrijven, ook al is het inmiddels verworden tot een containerbegrip.”

Toekomst
Gevraagd naar de toekomstplannen, hoopt Langendoen dat de maatschap­pelijke onderneming niet alleen leidt tot een sneeuwbaleffect in de Nederlandse zorgsector, maar ook in het buitenland navolging vindt. “Inderdaad, dat klinkt ambitieus, maar er is geen alternatief. Ook in de zorg kan er opeens een Uber opstaan die met een disruptief business­ model onze hele sector op zijn kop zet. Apple en Google kloppen al op de deur.”


Vijf lessen
Innoveren is volgens Langen­doen vooral ‘fun’: “Er moet al zo veel in deze wereld.” Haar leermomenten deelt ze graag met anderen.

  • Falen mag gevierd worden. Als van de tien projecten er vijf mislukken is dat geen schande. Faal snel, waardoor je snel leert.
  • De beste innovatieve ideeën komen van de mensen zelf. Betrek patiënten/cliënten en professionals verplicht bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en laat hen de applicaties beoordelen op rele­vantie en gebruiksgemak.
  • Investeer in je netwerk, zeker als je ergens nieuw binnenkomt. Netwerken, netwerken, netwerken, ik kan het niet genoeg benadrukken. Ga regelmatig een kop koffie drinken met beslissers binnen en buiten de organisatie.
  • Stel interoperabiliteit ver­plicht. Eis van leveranciers dat ze investeren in een ‘koppel­taal’ om applicaties met elkaar te verbinden.
  • Investeer in big data. Verza­mel zo veel mogelijk data om waardevolle inzichten te verwerven. Dankzij algoritmen kun je in de toekomst betere voorspellin­gen doen over doorlooptijden en effectiviteit van therapieën.