Applicatie-rationalisatie blijft heet hangijzer

0

Applicatie-rationalisatie is al decennia een hoofdpijndossier voor menig chief information officer. Veel organisaties hebben ook anno 2017 nog steeds te veel applicaties. Een survey onder Nederlandse CIO’s en hun ondergeschikten geeft inzicht in de achtergronden en strategieën voor applicatierationalisatie. SaaS blijkt een belangrijke katalysator te zijn voor applicatierationalisatie.

Bij veel organisaties neemt het aantal applicaties al decennia niet significant af. De millenniumproblematiek was aanleiding voor een structurele discussie over de applicatieportfolio. Veel organisatie hebben verouderde versies van ERP-pakketten geüpgraded en de ontbrekende documentatie opgesteld. Deze modernisering van de applicatieportfolio was noodzakelijk, maar heeft de wildgroei van applicaties niet gestopt. CIO’s zijn er niet in geslaagd om deze aanleiding te gebruiken om hun ambities ten aanzien van applicatierationalisatie nieuw leven in te blazen. Het blijft voor CIO’s moeilijk om de business ervan te overtuigen dat het onderhouden van de applicatieportfolio en het verlagen van het aantal businessapplicaties noodzakelijk is.

De business is vooral onzeker over de nieuwe functionaliteit en vreest ook voor verstoring van de dienstverlening gedurende de transitie. De snel volwassen wordende software as a service-markt neemt deze onzekerheden weg. De organisatie kan vooraf vaststellen of de functionaliteit van de SaaS-oplossing voldoet aan de requirements en of de transitie beperkt blijft tot een datamigratie.

Vuistregels

Er zijn geen vuistregels voor het optimale aantal businessapplicaties dat een organisatie nodig heeft. Dit is afhankelijk van de diversiteit van de bedrijfsvoering van een organisatie en de omvang van een organisatie. Streefgetallen voor veel organisaties variëren tussen de 100 en 250 businessapplicaties. De keuze voor minder businessapplicaties verlaagt het risicoprofiel en de onderhoudskosten. De toenemende compliancy- en beveiligingseisen maken de noodzaak om het aantal businessapplicaties te beperken nog groter. Ook is het, in een applicatieportfolio met een beperkt aantal businessapplicaties, eenvoudiger om nieuwe functionaliteit toe te voegen, waardoor de time-to-market korter wordt.

Maar in 2017 zijn organisaties met meer dan 1.000 businessapplicaties nog steeds geen uitzondering. De business houdt applicatierationalisatie-initiatieven van CIO’s vaak tegen. Een veelgehoord argument is bezorgdheid over de mogelijkheid om de bestaande functionaliteit in de geconsolideerde applicatie te behouden. Het gaat hier vooral om maatwerkapplicaties die door de decennia heen zijn toegevoegd aan de applicatieportfolio. Deze autonome groei wordt vooral veroorzaakt doordat het vaak sneller was om een nieuwe applicatie te bouwen voor nieuwe businessrequirements, dan om de businessrequirements te integreren in bestaande applicaties. De koppelingen tussen de maatwerkapplicaties vergrootten de kwetsbaarheid. Ontbrekende documentatie vergroot het risicoprofiel en verkleint de weerstand tegen applicatierationalisatie niet.

Ook de continuïteit van de dienstverlening in de transitie is vaak een punt van zorg. In traditionele omgevingen duren de projecten om functionaliteit te rationaliseren vaak maanden en tijdslijnen worden vaak niet gehaald. Het integraal testen van de nieuwe functionaliteit en het herstellen van geconstateerde tekortkomingen kost in veel projecten vaak veel meer tijd dan vooraf is ingeschat. Dat maakt dat de business programma’s voor applicatierationalisatie risicovol vindt. Daarmee lijkt de legacyproblematiek voor organisaties een onoplosbaar probleem geworden. Maar wellicht dat SaaS-oplossingen de CIO een helpende hand kunnen bieden.

Standaardtools

De voor- en nadelen van software as a service-oplossingen zijn genoegzaam bekend. Naast de flexibilisering van de kosten kan de functionaliteit van SaaS-oplossingen vooraf worden beoordeeld. Voor de migratie van data uit de huidige omgeving naar de nieuwe cloudomgeving zijn in veel gevallen standaardtools beschikbaar. In de context van een applicatierationalisatieprogramma is er geen onzekerheid over de geboden functionaliteit en de implementatierisico’s zijn beperkt.

De onzekerheid over de geboden functionaliteit van software as a service is kleiner dan voor platform as a service (PaaS) en infrastructure as a service (IaaS). Platform as a service bevat slechts bouwstenen om functionaliteit te kunnen realiseren en infrastructure as a service is beperkt tot een gestandaardiseerde infrastructuurlaag. De transitieroadmap voor ‘software as a service’-oplossingen is ook korter dan voor traditionele standaardsoftware. Daarmee zijn ‘software as a service’-oplossingen een beter alternatief dan het zelf ontwikkelen van nieuwe functionaliteit om de bestaande legacyapplicatieportfolio te rationaliseren.

Als je deze logica volgt, zou je verwachten dat organisaties zwaar gaan inzetten op software as a service. De resultaten van een voor dit onderzoek uitgevoerde survey onder Nederlandse CIO’s en hun ondergeschikten laten echter een behoudender beeld zien.

Onderzoeksresultaten

Figuur 1. Het percentage applicaties dat wordt gehost in een traditioneel datacenter, IaaS, PaaS en SaaS per december 2016-2022 (N=49).

Het budget van cloud computing is voor meer dan de helft van de respondenten minder dan 10 procent van het totale IT-budget. Op dit moment nemen SaaS-oplossingen slechts 14 procent van de businessapplicaties voor hun rekening. Dit percentage groeit door naar 35 procent eind 2022. Opvallend daarbij is dat ook PaaS-oplossingen hard groeien. Op dit moment wordt slechts 8 procent van de businessapplicaties gehost op een PaaS-platform. Dit groeit naar 20 procent eind 2022.

Wellicht kan dit worden verklaard door de aanhoudende behoefte aan bedrijfsspecifieke functionaliteit. In SaaS-oplossingen is dat minder eenvoudig te realiseren dan in PaaS-oplossingen. De uitkomsten van de survey maken wel duidelijk dat de rol van het traditionele datacenter op afzienbare termijn is uitgespeeld.

Toekomstplannen

Ook in de komende jaren zijn de respondenten van de survey voornemens om de businessapplicatieportfolio verder te rationaliseren. De verschillen tussen organisaties met een omzet boven de 250 miljoen euro en kleinere organisaties is echter groot. In de periode 2017-2019 verwachten de grote organisaties een gemiddelde applicatieportfolio van 450 businessapplicaties waar kleine organisaties een gemiddelde verwachtten van 180 businessapplicaties. Deze gemiddelden dalen voor beide categorieën met ongeveer 25 procent in de periode 2021-2022 tot respectievelijk 345 en 130 businessapplicaties.

Figuur 2. Het verwachte aantal businessapplicaties voor organisaties met een omzet boven 250 miljoen en kleinere organisaties (N-58).

Legacy

Deze dalende trend in het aantal businessapplicaties roept de vraag op of er ook een verband bestaat tussen de daling van het aantal businessapplicaties en de stijging van het aantal businessapplicaties op SaaS-platforms. De resultaten van de survey laten een licht negatieve relatie zien voor de drie tweejaarlijkse intervallen (2017/2018, 2019/2020 en 2021/2022) in de periode 2017-2022 voor de organisaties met meer dan 500 applicaties. Hierbij wordt het negatieve verband gedurende de tweejaarlijkse intervallen steeds sterker. Dat betekent dat CIO’s die inzetten op het implementeren van SaaS-platformen parallel een applicatierationalisatie kunnen realiseren.

De nieuwe SaaS-platformen maken de legacyapplicaties overbodig. Uiteraard is het wel zaak om de legacyapplicaties volledig uit te faseren. Zonder deze uitfasering is een positieve businesscase voor SaaS waarschijnlijk lastig te formuleren. Daarom moeten in het SaaS-implementatieplan ook de ontmanteling van de legacy expliciet als een mijlpaal worden meegenomen.

Conclusies

Chief information officiers kunnen met de implementatie van SaaS-oplossingen twee vliegen in één klap slaan: het realiseren van hun cloudcomputingstrategie in combinatie met applicatierationalisatie.

Het is interessant om te zien of in de komende decennia organisaties blijven inzetten op een combinatie van SaaS-oplossingen en PaaS-oplossingen en welke afwegingen ze hierbij maken. Waar SaaS de functionaliteit een integraal onderdeel is, biedt PaaS de functionaliteit die op basis van bestaande bouwstenen kan worden samengesteld.

De mate waarin de mogelijkheden tot parameterisering in SaaS-oplossingen verder wordt verfijnd, bepaalt de mate waarin PaaS-oplossingen nodig zijn om businessspecifieke requirements te kunnen aanbieden. Dit is een uitdaging voor de leveranciers. CIO’s zullen hun keuze laten afhangen van de beschikbaarheid van functionaliteit binnen SaaS-oplossingen. Maar op korte termijn heeft voor CIO’s de combinatie van SaaS en applicatierationalisering prioriteit.

Noot

De omvang van de dataset en de responses van de deelnemers bieden onvoldoende basis voor een statistische onderbouwing. De gepresenteerde resultaten geven inzicht in cloud computing en applicatierationalisatie.