In allerlei industrieën worden wereldwijd steeds meer nieuwe 3D-printtoepassingen geïntroduceerd. Deze lopen uiteen van het printen van prototypes, hulpstukken en functionele onderdelen tot aan de productie van reserveonderdelen. Het laat zien dat bedrijven de mogelijkheden om onderdelen lokaal te produceren verder onderzoeken. Ondanks de bredere inzet van de technologie, is 3D-printen nog een onderwerp waarover een aantal fabels bestaat. Hier ontkracht ik daarom vier fabels over 3D-printen in de industrie.

Fabel 1: 3D-printen is nog geen volwassen technologie

In een studie van ABN Amro en Berenschot naar de Nederlandse 3D-printmarkt in 2017 bleek al dat de totale omzet van 3D-printen in Nederland hard aan het stijgen was. De Nederlandse 3D-printmarkt was in 2016 goed voor ongeveer 100 miljoen euro; het jaar ervoor was dat slechts de helft. Voor 2017 werd verwacht dat deze groei door zou zetten tot 120 miljoen.

In ditzelfde rapport stond ook de conclusie dat Nederland destijds nog geen écht 3D-printland was. Hoe dat er nu voor staat? In mijn optiek is er in korte tijd veel veranderd. Ik zie dat 3D-printen inmiddels in heel Europa een professionele plek heeft ingenomen. De technologie wordt niet langer alleen ingezet binnen de domeinen van concept-modelling en prototypes.

Dat was afgelopen jaar goed zichtbaar op Formnext in Frankfurt, de leidende beurs op het gebied van additive manufacturing en industriële productie. Afgelopen editie werd er een breed scala aan industriële 3D-printtoepassingen getoond op het gebied van tooling voor verschillende productieomgevingen.

Tevens trok de beurs veel bezoekers uit de top van het management van allerlei bedrijven – enkele jaren terug liepen er met name engineers rond. Het laat zien dat 3D-printen steeds vaker en hoger op de agenda staat: de technologie heeft het niveau van de beslissers inmiddels bereikt.

Fabel 2: 3D-printen is alleen voor kleine, hippe organisaties

Het beeld dat 3D-printers vooral worden gebruikt door hobbyisten die op een zolderkamer aan innovatieve projecten werken bestaat nog steeds. Het klopt dat deze pionierende ingenieurs een drijvende kracht achter de introductie van additive manufacturing zijn. Zij hebben in groten getale de 3D-printers meegenomen naar de werkvloer.

De technologie heeft zich in afgelopen jaren flink bewezen als een betrouwbare oplossing. Hierdoor omarmen steeds meer beslissers van grotere bedrijven inmiddels de inzet van 3D-printers. Deze betrokkenheid versnelt de adoptie. Door het inbedden van 3D-printers in de workflow van kleine én grote organisaties wordt de digitale transformatie versneld. Grote bedrijven als Volkswagen, Bosch, Airbus, Decathlon, Ford en L’Oréal hebben inmiddels al besloten op wereldwijde schaal te investeren in 3D-printers.

Fabel 3: Alleen jonge werknemers gebruiken 3D-printers

Zowel op de basisschool en in het voortgezet onderwijs als bij vervolgopleidingen krijgt 3D-printen steeds vaker een plek in het curriculum. Jongeren komen er al vroeg mee in aanraking en raken vertrouwd met de technologie. Dit leidt ertoe dat de technologie al deels onderdeel is van het DNA van werknemers als zij de arbeidsmarkt betreden. Er is inmiddels een volledige generatie werknemers die goed bekend is met 3D-printen. Zij kunnen snel de toegevoegde waarde van 3D-printen voor een bedrijf identificeren.

Ook zien we dat een aantal van de early adopters van 3D-printen steeds hogere posities bekleden binnen bedrijven en in het management terechtkomen. Zij brengen vervolgens weer andere managers en senior medewerkers in contact met 3D-printtechnologieen.

Fabel 4: Het plastic materiaal voor 3D-printen is slechts voor weinig toepassingen geschikt

Op het gebied van materialen worden op het moment grote stappen gezet. Steeds meer materiaalfabrikanten zorgen ervoor dat hun materialen ook voor 3D-printen gebruikt kunnen worden. Zo zijn er steeds meer toepassingen mogelijk. Een fabel op het gebied van FFF 3D-printen (waarbij een object wordt opgebouwd uit lagen van gesmolten filament) is dat er enkel met PLA (een standaard plasticsoort) geprint kan worden. Dit is al lang niet meer het geval.

Er zijn duizenden verschillende plastics beschikbaar, van extreem stevig tot zeer flexibel en van brandvertragend tot materiaal dat in water oplosbaar is. Denk bij de toepassingen bijvoorbeeld aan het printen van auto-onderdelen die tegen de hitte onder de motorkap moeten kunnen of behuizingen voor elektronica. Hiervoor is het wel van belang dat de hardware, de software bij de printers en de materiaalfabrikanten op elkaar zijn afgestemd. De printer, software en materialen dienen immers perfect op elkaar aan te sluiten om goede prints te kunnen maken.

De bovenstaande vier fabels laten zien dat 3D-printtechnologie op allerlei gebieden volwassener is dan men denkt. Het snelgroeiende aantal succesvolle voorbeelden uit de praktijk laat zien dat het mogelijk is lokaal datgene te produceren wat er nodig is wanneer het nodig is.

De volwassenheid van de technologie gaat gepaard met meer gebruiksgemak waardoor medewerkers vandaag de dag aanzienlijk minder kwijt zijn aan het handmatig instellen van een 3D-printer. Deze tijd kunnen zij besteden aan wat echt belangrijk is: innovatie. En dat is precies de reden waarom het belangrijk is dat 3D-printen op de agenda komt en blijft van innoverende bedrijven.

Het beeld dat 3D-printers vooral worden gebruikt door hobbyisten op zolderkamers bestaat nog steeds

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam