Technologie is nu zover dat er de komende jaren tal van mogelijkheden komen om de mens te veranderen: de maakbare mens. Niet alleen kunnen we aan menselijk DNA sleutelen met effecten voor de erfelijke eigenschappen. We kunnen ook het menselijk brein koppelen aan computers waardoor mensen zich kunnen ‘verrijken’ met de intelligentie of het geheugen van computers.

Er worden experimenten gedaan met brein-computerkoppelingen, zodat je met denkkracht een apparaat kan bedienen. Er zijn mensen met ingebouwde identitychips die daarmee kunnen inloggen in hun computer, huis of bij de bank. En natuurlijk worden tal van mensen met fysieke gebreken dankzij technologie geholpen om weer een menswaardig bestaan te krijgen: van kunstbenen en armen, tot digitale vervangers van ogen of oren.

Ongetwijfeld zullen ook de techgiganten met consumentengadgets komen op dit vlak. Hoe moeten we hiermee omgaan? Hoe moet je hier als CIO tegen aan kijken? Moet je ook als CIO alles mogelijk maken wat kan of zijn er grenzen? En zo ja: wie moet die grenzen dan stellen?

We zullen antwoorden moeten vinden op de vraag waar, hoe en wanneer bepaalde technologie gebruikt mag worden. Als we niets doen, zullen er de komende jaren ongetwijfeld tal van incidenten plaatsvinden, zoals met de Chinese baby’s aan wier DNA gesleuteld werd om ze resistent te maken tegen het HIV-virus. De CRISPR-Cas-techniek waarmee DNA-delen geknipt en geplakt kunnen worden is uiterst eenvoudig en met goedkope middelen uit te voeren. Een hersenkoppeling maken met een computer, zoals de Cyborgs doen, is wat complexer maar met het brein datasystemen beïnvloeden zou wellicht zomaar te leren zijn.

We moeten ons als mensheid én CIO’s voorbereiden op de vraag welk pad we inslaan als we met technologie ‘verbeterde’ mensen gaan maken. De opties die we hebben variëren grofweg van zieke mensen beter maken – waar de meeste mensen geen moeite mee hebben – tot niet-zieke mensen met extra kwaliteiten uitrusten – waar veel mensen wel moeite mee hebben. Tussen beide opties ligt een groot grijs gebied. De situatie met de Chinese baby’s laat dat zien.

“Zijn we de peuter met een handgranaat die ieder moment kraaiend van plezier de pin eruit kan trekken?”

Het wordt tamelijk dringend noodzakelijk dat overheden, wetenschappers, filosofen maar ook de beroepsgroep van IT’ers zich gaan beraden over deze vragen. Steeds meer rijke mensen en wetenschappers zullen de stoute schoenen aantrekken en gaan experimenteren. Ongetwijfeld zullen bepaalde overheden bedenken dat ze hun volk wel willen verbeteren. (Waar hebben we dat eerder gehoord?) Ongetwijfeld zullen artsen met voorstellen komen om de mensheid resistent te maken tegen bepaalde ziektes.

Het is duidelijk dat het waanzinnig is om per land met andere regels te komen. Dat zou niet werkbaar zijn en contraproductief uitpakken. We leven wel in de ‘vloeibare’ samenleving! De enige weg is een gezamenlijke weg en die zal lang en complex zijn in een wereld met zo veel tegenstellingen. De mensheid zit anno 2019 opgescheept met talloze uitdagende en perspectiefvolle technologieën om de mens op een hoger plan te brengen, maar is op geen enkele manier in staat om hier beheersmatig verstandig mee om te gaan. Het beeld dat zich opdringt is dat van de peuter met een handgranaat die ieder moment kraaiend van plezier de pin eruit kan trekken.

De CIO die er in zijn werk mee geconfronteerd wordt, heeft op dit moment geen andere leidraad dan zijn eigen geweten. Daarom is het van belang dat ook de CIO-gemeenschap zich intensiever gaat bezighouden met de ethische kant van het vak. Mensen als Elon Musk en de recent overleden natuurkundige Stephen Hawking wijzen hier ook op. Misschien moet er net als bij de artsen, die een eed van Hippocrates afleggen, iets komen waardoor de IT-beroepsgroep zich verplicht zich aan bepaalde beroepsregels te houden. Zeker is dat technologie naast goede ook gevaarlijke kanten kent. De ethische component van het vak behoeft daarom onze volle aandacht.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam