Het internet moet schoner en veiliger, daar is geen twijfel over mogelijk. Nepnieuws, datalekken en misbruik van monopolie zijn aan de orde van de dag. Bovendien trekt iedere overheid zijn eigen plan – in China is bijvoorbeeld sprake van een hoge mate van censuur en in Denemarken wordt ieder websitebezoek gelogd door internetproviders. Inmiddels wordt er geroepen dat het internet kapot is. Dat is zeker niet het geval, maar er is wel werk aan de winkel.

Door overheidsbemoeienis dreigt het internet kapot te gaan. Denk aan de invoering van de Wiv (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten) afgelopen jaar. Er worden regels en wetten opgelegd die afbreuk doen aan een vrij en open internet, en als zodanig innovatie remmen. Daarnaast ontstaat er een oneerlijke concurrentie tussen internetbedrijven door de verschillende regels per land.

Technisch of sociaal defect?

Het internet zelf – de techniek – is niet kapot, maar waar het op neerkomt is dat de gebruikers ‘defect’ zijn. Het gaat mis op de sociale as. Gebruikers accepteren klakkeloos voorwaarden en denken niet na over wat er over hen wordt opgeslagen en wat er met deze gegevens gebeurt.

Een simpel voorbeeld zijn de ‘Nametests’: zonder erbij na te denken geven gebruikers toegang tot hun Facebook-gegevens om erachter te komen wat hun hippienaam is of welke vriend het meest aan hen denkt. Dat men eigen gegevens deelt is eigenlijk al te gek voor woorden, maar dit gebeurt vaak onder het mom van ‘niets te verbergen hebben’.

Wat echter nog erger is, is dat er ook toegang tot de gegevens van vrienden wordt gegeven. Zowel Facebook als LinkedIn vragen toegang tot je contacten, waardoor informatie van je contactpersonen in handen komt van deze organisaties.

Zo worden naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en relaties tussen personen opgeslagen door deze organisaties, ook van mensen die zelf (vaak bewust) helemaal geen account hebben. Het is structureel verkeerd om toestemming hiervoor te vragen aan iemand die daar niet over kan en mag beslissen. Het zijn immers niet de gegevens van degene die op ‘OK’ klikt.

Wat moet er gebeuren?

Om het internet schoner en veiliger te maken moet er heel wat gebeuren, maar laten we beginnen met een tweetal zaken:

  • Een voorlichtingscampagne met als doel internetgebruikers bewuster te maken van het feit dat niets gratis is – ‘onbetaalde’ diensten betaal je met gegevens – en dat mensen wél wat te verbergen hebben. Het is zaak dat mensen zich bewust worden van de effecten van het delen van gegevens en dat het geen schande is om iets te verbergen te hebben. Iedereen heeft wel wat te verbergen.
  • Een verbod op het verzamelen van gegevens van derden, zoals toegang tot contactgegevens in telefoons en vriendenlijsten op sociale media. Er wordt op dit moment toestemming gevraagd aan de verkeerde persoon.

De afhankelijkheid van het internet groeit; het is van groot maatschappelijk belang. Het opschonen van het internet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, van de overheid, de IT-branche en de burger. Door de juiste stappen te zetten herstelt het internet zich. Het is nog geen verloren zaak.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam