Ruim acht jaar geleden kochten we een huis in Zuid-Frankrijk om daar een deel van het jaar te wonen. Snel internet was toen in menig Frans dorp een issue, het was voor ons een belangrijk keuzecriterium. Inmiddels verblijf ik regelmatig daar en werk aan projecten via internet, heb contact met collega’s en klanten via Skype en word niet gestoord door ‘kantoorpraat’. Mijn omgeving merkt het nauwelijks, het werk gaat door. Ik ben niet de enige.

Studeren op afstand is nog steeds lastig. Onderwijsinstellingen stellen prijs op aanwezigheid. Docenten willen volle lokalen en een aandachtig publiek. Eén keer per week les voor een deeltijdopleiding is niet ongebruikelijk. Inmiddels is het contactonderwijs uitgebreid met e-learningactiviteiten. Via internet lezen we artikelen en kijken naar opgenomen presentaties, vaak TEDx-presentaties, en wordt het leerproces bevorderd door opdrachten. Komt dit in de plaats van contactonderwijs? Vaak maar minimaal, de contacturen blijven de norm. Jammer, want bij werk lukt het wel.

Neem het verhaal van een IT-consultant die in Nice woont en slechts één week per maand in Nederland is voor fysieke afspraken. De andere weken werkt hij vanuit huis voor klanten en heeft als dat nodig is contact via Skype. Door handig plannen kan hij een opleiding volgen, voorwaarde is dat het onderwijs zo ingericht is dat er slechts eenmaal per maand een contactmoment is. Zijn keuze werd bepaald door de planning, niet de inhoud.

Of de IT-manager die in Tiel woont en in Helsinki werkt. Iedere week werkt hij drie dagen in Finland en heeft een lang weekend thuis waarbij hij werk en privé combineert. Voor hem is een avondstudie een optie, maar dan wel op maandag- of vrijdagavond als hij in Nederland is.

De keuzemogelijkheden zijn klein in deze twee voorbeelden. Soms wordt het zelfs onmogelijk. Aan de Haagse Hogeschool is dit jaar een consultant gestart met de Nederlandstalige MBA omdat die op donderdagmiddag en -avond gegeven wordt, terwijl zijn voorkeur uitging naar de Engelstalige variant. Maar die is op twee avonden en dan blijft er voor hem geen tijd meer over om zijn werk in Oost-Europa te doen. Een keus vanwege planning, terwijl inhoud en netwerk belangrijker zijn.

Voor het werk reizen en telewerken we steeds meer, maar het onderwijs blijft achter.

Probleem is dat het onderwijs vaak nog traditioneel is ingericht. In principe staat er één persoon een verhaal te vertellen en luisteren de anderen. Herkenbaar? In een werksituatie werken we in projecten, in teams aan gemeenschappelijke doelen. Ieder teamlid levert een bijdrage, de resultaten gelden en de wijze waarop die bereikt worden, is van minder belang.

Als we het onderwijs inrichten zoals het werk, dan zal flexibiliteit ontstaan. Kennisoverdracht kan via lezen, luisteren en kijken op internet. In de klas, reëel of virtueel, werken we aan projecten. Probleemgestuurd en praktijkgericht. Niets nieuws. Waarom doen we het dan niet?

Ik roep geregeld het onderwijs op tot vernieuwing en een betere aansluiting bij de wensen van lerende professionals. Deze keer andersom. Professionals, als jullie een opleidingsinstituut benaderen voor opleidingen of trainingen, vraag dan om toegepast, praktijkgericht en flexibel onderwijs. Eis dat we de flexibilisering van arbeid vertalen naar een leeromgeving. Als het aanbod niet wijzigt, dan moet de vraag harder klinken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter