De ene na de andere onderneming transformeert naar een digital enterprise waar alles om data draait. Enkele bedrijfstakken lijken die omslag al helemaal te hebben gemaakt. Maar vergis je niet: lang niet alle bedrijven en instellingen zijn zo ver. Dat komt niet doordat ze niet over data beschikken, want die hebben ze inmiddels in overvloed. Wat belet bedrijven dan om digital te worden?

Ten eerste: data is bederfelijke waar. Het feit dat data veilig is opgeslagen maakt het niet eeuwig betrouwbaar. De gegevens kunnen simpelweg verouderd zijn. Ze kunnen vervuild geraakt zijn. Of de antieke wijze van opslag maakt de data ontoegankelijk of onbruikbaar. Ook de wet- en regelgeving maakt – vooral als het om privacy gaat – dat data in sommige gevallen niet meer gebruikt mag worden.

Kortom: ondernemingen moeten er continu, actief voor zorgen dat hun data bruikbaar blijft. Daarvoor moet master-datamanagement zijn ingericht, met een speciaal team dat zorgt voor een goede syntax en een hoge kwaliteit van de functionele inhoud van de data. Helaas ontbreekt die discipline bij veel bedrijven. Aan de vooravond van de transitie naar een digital enterprise worden zij ruw geconfronteerd met onbereikbare en onbruikbare data.

Een groot praktisch probleem is dat het niet altijd mogelijk is om data te onttrekken aan de bestaande applicaties; die zijn daar domweg niet voor gebouwd. Dat issue kan onmogelijk van vandaag op morgen worden opgelost. Op basis van een doelarchitectuur kunnen die systemen alleen stap voor stap worden opgeruimd. Dat kan in een landschap van 100+-applicaties wel een transitie van vijf jaar betekenen.

Een ander probleem met het bestaande applicatielandschap is dat het in het verleden gebruikelijk was om systemen uit te bouwen. Wat ooit begon als een CRM-systeem omvat inmiddels de logistiek, warehousing en de complete boekhouding. Dat leek destijds handig, werken met één systeem. Maar een systeem met zoveel verschillende functionaliteiten is op den duur niet meer te vervangen.

Een doelarchitectuur kan elke functie apart zichtbaar maken, waarna stap voor stap wordt overgegaan naar een andere omgeving die losely coupled is en waarbij het routine is om data over te zetten van de ene naar de andere applicatie. Dat zorgt voor logische datastromen.

Organisaties die echt verder willen komen, kunnen onderzoeken welke processen er draaien en welke data daaruit gehaald kan worden. En zo ervoor zorgen dat die data op de juiste plekken in het proces beschikbaar komt.

Anders leren denken is daarbij belangrijk: van analoog naar digitaal naar datagedreven naar softwaregestuurd naar artificial intelligence. Maak eerst de analoge processen digitaal, als dat gebeurd is genereren die processen data en die data wordt opgeslagen en door software gebruikt om de processen te sturen. Die software zal op den duur plaatsmaken voor AI.

Dat is de ware omslag, de echte omkering. Stuurde eerst de business het proces aan, in een digital enterprise stuurt software op basis van de procesdata de business aan. De omgekeerde wereld dus. Dat is de échte digitale wereld.