De wereld wordt overspoeld met nieuwe technologieën die zowel door kleine start-ups als grote bedrijven worden gelanceerd. Op de achtergrond worden verwoede discussies gevoerd over disruptie, nieuwe waardecreatie met consumptiemodellen, en de altijd aanwezige belofte van de overbrugging van de fysieke en de virtuele wereld. Naast deze spannende ontwikkelingen rijzen er enkele vragen die het economische én socio-politieke spectrum omspannen.

De meest opmerkelijke gesprekken gaan over de veranderende aard van banen door automatisering en kunstmatige intelligentie. Maar het zijn de meer alledaagse discussies die eisen dat ondernemingen hun gehele aanpak veranderen richting het managen van millennials, die onze huidige denkwijze vormen.

Daarnaast zijn we getuige van de zorgen omtrent verhoogde ongelijkheid, stagnatie van inkomens (loonstelsels) wereldwijd, en het vervangen van banen door machines (dit verhoogt de push-back van het toepassen van automatiseringstechnologieën). Ondertussen overwegen regeringen alternatieve oplossingen, zoals universele basisinkomens, herstructurering van publieke distributie-mechanismen en het op nieuwe manieren genereren van inkomen.

Wat is deze keer anders?

Interessant is het feit dat velen beweren dat automatisering er altijd al is geweest. Waarom wordt het deze keer dan anders gezien? De argumentatie luidt dat we in het verleden machines inzetten voor extra spierkracht voor menselijke krachtinspanningen. We mechaniseerden en automatiseerden routinetaken puur ter aanvulling van mensen.

Tegenwoordig benutten we echter niet alleen intelligente machines, ze voeren nu geheel andere en nieuwe taken uit die voorheen niet bestonden. Dit feit zit niet lekker bij mensen die zich druk beginnen te maken om wat er nog voor mensen overblijft indien er een onomkeerbaar punt wordt bereikt. De gesprekken over de toekomst van werk gaan over deze reis.

Doemvoorspellingen ontstaan nu omdat ze betrekking hebben op de banen die voor het eind van dit decennium niet meer bestaan. Ze lijken misschien hard en verontrustend. Toch dringt de onvermijdelijkheid van het verdwijnen van banen nog niet door tot mensen. Het is dus zaak om een stap terug te doen en de context te begrijpen in duidelijkere bepalingen. Dit artikel richt zich op de facetten die bijvoorbeeld werkomgevingen, banen en taken concreet beïnvloeden. Het doel is niet om de toekomst te voorspellen, maar juist om tot een dieper inzicht te komen, zodat we ons collectief kunnen klaarmaken voor de toekomst.

Ambiguïteiten in de werkomgeving

Laten we eerst het kader scheppen. Talent is aan het veranderen. Opleiding is overvloedig. En technologieën creëren volop kansen ten aanzien van leren en het inzetten van opgedane kennis. Structurele veranderingen in de werkomgeving gaan door en kunnen pijnlijk zijn. Diverse nieuwe technieken die gebruikmaken van machine learning, deep learning en kunstmatige intelligentie brengen nieuwe zakelijke inzichten. Deze tools worden ook gebruikt – vooral in medische wetenschappen – om sommige lastige kwesties op te lossen.

Het inzetten van dergelijke tools in bedrijven leidt tot hogere efficiëntie, maar verdunt ook de rol van mensen als productiefactor. Dit heeft een directe impact op de ‘werkende beroepsbevolking’. Tegelijkertijd maken organisaties meer en meer gebruik van talent dat niet op de loonlijst staat, maar deel uitmaakt van een open talent pool. Door deze verschuivingen moeten wij de rol van individuen, organisaties, hiërarchieën, accountability workflows, arbeidswetten en alles wat daarmee samenhangt heroverwegen.

Het opnieuw uitvinden van de werkomgeving is mogelijk. Wel blijven er vragen over de aard van de evolutie, onvermijdbare verstoringen, weerstand tegen veranderingen, en het omgaan met gemiste kansen. We denken dat deze vraag het beste kan worden gesteld door niet te focussen op de impact, maar op de krachten die deze veranderingen vormgeven: veranderend klantgedrag, demografieën, geglobaliseerde marktplaatsen, virtuele platformen en de interacties die binnen dit krachtenspel plaatsvinden.

Allerlei nadelige trends worden afgedaan als onvermogen of on-bereidheid om te veranderen

We denken dat onze hedendaagse wereld wordt beïnvloed door drie verschillende krachten. Deze krachten vormen de toekomst van de werkomgeving en daarmee het menselijk gedrag binnen de contexten van maatschappij en economieën.

Kracht 1 – Virreal world

De afgelopen vijftien jaar zijn we getuige geweest van de convergentie van echte en virtuele werelden, dankzij de sterke verspreiding van het internet wereldwijd. Meer dan de helft van de mensheid heeft toegang tot het internet en kan dus vrijwel naadloos in beide werelden navigeren. Bedrijven verrichten transacties virtueel, terwijl klanten fysiek consumeren.

Zelflerende technologieën kunnen consumentengedrag veel nauwkeuriger voorspellen dan eerdere managementmodellen dit ooit konden. Toeleveringsketens beginnen meer te lijken op homogene netwerken dan op de gedistribueerde en zeer gefragmenteerde oorspronkelijke versies. Hoewel dit inherente netwerkeffecten zijn, worden cybersecurity, informatiepandemieën en de opkomst van digitale nomaden gezien als de nieuwe wereldproblemen.

De andere helft van de mensheid lijkt ongevoelig voor al deze veranderingen, en blijft stevig verankerd in een oude wereld waar invloeden vanuit de virtuele wereld zich nog op een gunstige wijze moeten verankeren. Zij zijn onfortuinlijke slachtoffers.

De mate waarin smartphones niet meer weg te denken zijn voor de meeste mensen wereldwijd, brengt tevens de inherente aanname dat ze dus verbonden zijn met de virtuele wereld. Dit is op zijn minst echter een grove misvatting en in het slechtste geval zelfs onverantwoord. Distributie- en governancesystemen moeten eerst dusdanig worden herontworpen dat echt iedereen de vruchten van de ‘Virreal’ wereld kan plukken en niet alleen diegenen die verbonden zijn.

Kracht 2 – Workplosion

Het is een algemeen geaccepteerde conclusie dat organisaties vandaag de dag worden overspoeld met uiteenlopende technologieën, apparaten, tools en infrastructuur voor een moderne bedrijfsvoering. Het valt daarbij op dat discussies over de modernisering van de werkomgeving zich vrijwel altijd beperken tot organisatorische culturen, veiligheidsbeleid, betrokkenheid van millennials en het maximaal benutten van virtuele teams voor productie-inspanningen. Kennis veroudert snel, klantloyaliteit neemt af en de noodzaak tot constante automatisering komt met de nodige uitdagingen.

Duidelijkheid over of nadruk op fundamentelere kwesties die zich in werkomgevingen voltrekken is er veel minder. Trends zoals een toenemend gevoel van slachtofferschap, digitaal narcisme, contextuele achterstand, lage aandachtspanne, een sterk gevoel van ‘recht hebben op’ en directe behoeftebevrediging hollen de organisatorische fundering langzaam maar zeker uit. En dit op meer manieren dan waar men de vinger op kan leggen.

Deze ogenschijnlijk nadelige trends worden vaak afgedaan als onvermogen of on-bereidheid om te veranderen. De diepere factoren achter dergelijk gedrag worden niet onderzocht of goed genoeg begrepen. Morele conflicten over automatisering en mensen moeten zich nog manifesteren in mainstream-gesprekken. Al deze implosies op de werkomgeving zullen moeten worden begrepen, onderzocht en proactief worden aangekaart als we de werkplek van de toekomst positief willen vormgeven.

Kracht 3 – Borderless boundaries

Globalisering is een blijvertje. We horen hier nu al meer dan twintig jaar over. Voorvechters zijn altijd opgekomen voor waardevermeerdering en streefden het na met een felheid die je buiten oorlogsgebieden zelden ziet. Het is echter interessant dat alle pogingen min of meer werden opgehangen aan managementmodellen die gestoeld waren op schaal, herhaling, standaardisatie en virtualisatie. Wellicht hebben de pogingen effect gehad en leidden ze tot complexere netwerken van organisatorische hiërarchieën en rapportage-structuren.

Een vaak over het hoofd geziene realiteit bij globalisering is geleidelijke vervaging van grenzen. Dit heeft geleid tot teleurstellingen bij klantgroepen waar lokalisering niet dominant was. Ook leidde het tot een gebrek aan vertrouwen onder samenwerkende individuen en teams binnen organisaties, en uiteindelijk tot een gevoel van hulpeloosheid.

Een veelgehoorde uitspraak is dat ‘een agressief nastreven van een multipolaire wereldorde eerder tot schaarste dan tot overvloed heeft geleid’. Of je hier nu voor of tegen bent, veel van onze pogingen tot globalisering, rationalisering en het creëren van naadloosheid hebben juist grenzen doen ontstaan. Natiestaten zijn inmiddels aan het terugkomen op mondiale handelsafspraken – de ruggengraat van globalisering – vanwege wederkerigheids- en gelijkwaardigheidskwesties en een onbalans in de vergaarde welvaart. Grenzeloze grenzen zijn vandaag de dag een realiteit en moeten nodig worden geadresseerd als we positieve stappen willen zetten richting de werkomgevingen van de toekomst.

Conclusie

Alle krachten zullen dieper moeten worden onderzocht om onderlinge verbanden, netwerkeffecten en de gevolgen voor werkomgevingen echt te begrijpen. Dat stelt ons in staat de toekomst van ons werk opnieuw uit te vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter