Dichter bij de klant

0

Sinds pakweg vijf maanden staat Sake Algra als managing director van T-Systems Nederland aan het roer van deze ict-dienstverlener. Hem wacht een schone taak. Het bedrijf, een dochter van het Duitse Deutsche Telekom, moet groeien. En niet zo zuinig ook: “Wij zijn nu nummer elf op de lijst van ict-dienstverleners in Nederland. Over vijf jaar staan wij op de vijfde plek.”

De ambities zijn groot. Een sprong binnen vijf jaar van nummer elf naar nummer vijf betekent dat T-Systems Nederland uiteindelijk op een jaaromzet van circa 450 miljoen euro moet uitkomen. Zelfs met een volop draaiende economie gedurende de eerstvolgende jaren mag dat gerust een loffelijk streven worden genoemd.

Algra trekt zich daar weinig van aan. Hij zegt de nodige bouwstenen voor de gewenste groei aan te hebben getroffen bij zijn nieuwe werkgever. “Zonder hier nou een reclamepraatje van te willen maken, maar T-Systems heeft eigenlijk alles in huis om een grotere rol te kunnen spelen in de Nederlandse ict.”

Het klinkt aardig, maar dat geluid valt ook bij zijn branchegenoten te horen. Wat maakt ‘zijn’ bedrijf anders? “Allereerst is er ons moederbedrijf, Deutsche Telekom. Daarmee hebben wij niet alleen toegang tot een schat aan innovatie en kennis, maar het biedt ons ook een zeer gezonde en stevige basis. Financieel en anderszins: denk alleen al aan alle datacenters wereldwijd van Deutsche Telekom en T-Systems. Die Duitse herkomst biedt ons ook andere voordelen. Duits is – terecht – synoniem aan degelijk en betrouwbaar. En als je kijkt naar belangrijke zaken zoals privacy en security, dan heb je te maken met Duitse wetgeving die op dat gebied nog stringenter is dan de Nederlandse regelgeving.”

Universal connector

Duitse ‘gründlichkeit’ en betrouwbaarheid. Gaat T-Systems het daarmee in Nederland redden of heeft Sake Algra nog meer in petto? “Wij hebben zes speerpunten gedefinieerd om onze ambities te kunnen verwezenlijken. Nummer één is infrastructuur, dat is een gebied binnen de ict waar wij onze wortels hebben.”

“Nog dit jaar komen wij daarin met een dienst waarmee wij voor organisaties hun wereldwijde connectiviteit kunnen regelen, zonder dat zij zich druk hoeven te maken over de verschillende netwerktechnologieën of -standaarden. Een soort ‘Universal Connector’ inderdaad, opgezet door de Next Generation Enterprise Network Alliance, afgekort tot ngena (zonder hoofdletter(s), red.) waarvan Deutsche Telekom een van de founding partners is.

Nummer twee is het traditionele werkplekbeheer, aldus Algra. “Ook dat is een terrein waar wij al heel lang in actief zijn. De afgelopen jaren is dat verschoven naar de werkplek vanuit de cloud, wat wij de Dynamic Workplace noemen. Een ander speerpunt is de SAP-hosting die wij wereldwijd aanbieden, onder andere voor klanten als Shell en Heineken. In Nederland zien zij dankzij ontwikkelingen als SAP HANA daar marktbreed nu grote groei in ontstaan.

Cloud-assessment

Voor het vierde speerpunt van T-Systems in Nederland moet er naar de cloud worden gekeken. Algra: “Anders dan sommige van onze collega’s, maakt het ons niet uit wat voor cloudprovider een organisatie kiest. Wij bieden zowel Amazon AWS als Microsoft Azure. En wij hebben ons eigen cloudplatform, en vanuit Deutsche Telekom de Open Telekom Cloud. Hierdoor kunnen we zowel publieke als hybride oplossingen aanbieden.

In het verlengde daarvan bieden wij een dienst, Cloudifier, die organisaties een assessment geeft van hun applicatielandschap. Vervolgens kijken wij welke applicaties daarvan al vanuit de cloud zijn af te nemen, welke programma’s ‘cloud enabled’ zijn te maken, en welke applicaties het beste voorlopig in een private cloudomgeving kunnen blijven draaien.”

De twee andere speerpunten zijn security en internet of things (IoT). “Security is iets wat eigenlijk overal doorheen komt. Als je naar de cloud gaat, met werkplekken of SAP, dan is de beveiliging daar een integraal onderdeel van. Hetzelfde geldt voor infrastructuur. Wij bieden security niet alleen op applicatieniveau maar ook op alle andere vlakken, zoals de infrastructuur.”

In ontwikkeling

Hoe zit het met IoT? “Dat is nog volop in ontwikkeling. Al zijn wij daar zelf al lang mee bezig, nog voordat het internet of things heette. Ik verwacht dat IoT de komende jaren een enorme vlucht neemt, wanneer organisaties zich bewust worden van alle technische mogelijkheden en toepassingen. En daar gaan wij zeker een belangrijke rol in spelen.”

In dat opzicht zou T-Systems nog kunnen profiteren van het feit dat operator T-Mobile een zusteronderneming is. Daar wordt eveneens flink op IoT ingezet. Algra: “Wij gaan zeker nauwer samenwerken met T-Mobile Nederland. Ik ben dan ook in gesprek met mijn collega bij T-Mobile. Het een en ander moet nog verdere uitwerking krijgen, maar de mogelijkheden zijn duidelijk.”

Het zijn duidelijke punten. Dat wel. Hoe ziet hij de uitwerking daarvan? “Het begint bij een duidelijke focus op onze bestaande en potentiële klanten. Als wij niet weten wat hun echte uitdagingen zijn, dan kunnen wij hen ook niet goed helpen. Ik heb in de afgelopen maanden vijftig CIO’s gesproken over wat hen bezighoudt en waar zij naartoe willen. Dat gaan onze accountmanagers ook meer en meer doen.

Als er bijvoorbeeld een klant in de automotive sector is, dan moeten zij ook eens een dag bij een autodealer doorbrengen. Dan zien zij met eigen ogen waar die CIO en zijn organisatie mee te maken hebben. Wij hebben bijvoorbeeld een ‘zero outage’-claim. Geen uitval van de ict-systemen dus. Maar tegelijkertijd zegt een automotive-CIO tegen mij dat het systeemonderhoud van de verkoopapplicaties prima op een doordeweekse ochtend mag. Want er zijn andere momenten die cruciaal zijn voor de verkopers. Terwijl juist op de ochtenden in de werkweek de applicaties voor het onderhoud beschikbaar moeten zijn. Dat soort zaken weet je alleen maar als je in goed en direct contact met organisaties staat.”

Innovatiecentrum

Innovatie. Algra heeft er al even bij stilgestaan, maar hoe moet dat innovatieve vermogen zichtbaar worden? “In ons Duitse hoofdkantoor in Bonn hebben wij al een heel mooi innovatiecentrum. Daar laten wij zien wat er nu en straks mogelijk is op het gebied van technologie en toepassingen. Dat wil ik begin 2018 ook in Nederland gaan opzetten. Of dat in onze huidige vestiging in Vianen is? Ik denk het niet. Wij zijn al aan het kijken naar een nieuw pand dat zowel de juiste uitstraling heeft als genoeg ruimte biedt om het innovatiecentrum te huisvesten.”