IT-infrastructuren van bedrijven zijn steeds vaker software-defined en niet langer gebaseerd op de functionaliteit van hardwarecomponenten. De flexibiliteit, schaalbaarheid en automatisering die deze transformatie oplevert, zorgt voor een revolutie in data-intelligence.

Nog niet zo heel lang geleden was het maken van een nieuw ontwerp voor een IT-infrastructuur vooral een kwestie van het bij elkaar zoeken en aan elkaar passen van de juiste hardware. Voor storage keek je naar Netapp of EMC, voor servers naar HP of Dell, voor virtualisatie naar VMware, Red Hat of Microsoft, en voor netwerkswitches naar Cisco of Juniper.

De functionaliteit van de gekozen appliances bepaalden de mogelijkheden en kwaliteit van het ontwerp. Had je eenmaal je keuze voor leveranciers gemaakt, dan bestond de bulk van het werk uit het aan elkaar koppelen en configureren van de verschillende componenten.

Commodity

Deze manier van werken is langzaam aan het veranderen door de steeds grotere rol die software speelt in het datacenter. Hardware is een commodity geworden, de kwaliteit en functionaliteit van de infrastructuur wordt bepaald door de software die op appliances draait. Iedere leverancier is er op zijn manier wel mee bezig.

Open-sourcecommunities hebben interessante toolsets ontwikkeld als Puppet en Docker waarmee je netwerken en SAN kan orkestreren. Maar ook partijen als VMWare, Cisco, HP en Dell zijn allemaal op hun manier bezig met het software-defined maken van hun apparatuur.

Software-defined infrastructuur heeft veel voordelen. Software is makkelijker aan te passen en maakt het eenvoudiger voor gebruikers om automatiseringsslagen door te voeren. Beheerders kunnen via één interface zaken realiseren als het toewijzen van rekenkracht en storage, en de routing van applicaties. Dat scheelt handwerk en zorgt ervoor dat IT-diensten sneller in gebruik kunnen worden genomen.

Een andere rol

De gevolgen van deze ontwikkeling gaan echter verder dan alleen de IT-afdeling. Doordat IT-professionals minder met datacenter- en netwerkbeheer bezig zijn, kunnen ze hun energie steken in innovatie- en ontwikkeltrajecten. In feite betekent het dat je op een andere manier kunt samenwerken. De IT-afdeling krijgt in feite een veelzijdiger rol binnen de organisatie: die van innovator. Data is daarbij een middel om de dienstverlening te optimaliseren, niet enkel een last die beheerd en gecontroleerd dient te worden.

Controle op data

Bovenal brengt software-defined meer controle op de data in je netwerk. Data kan makkelijker worden opgevraagd en verwerkt en dat brengt grote strategische voordelen. Bedrijven hebben zo meer controle op digitale klantinformatie en intellectuele eigendommen en kunnen zo beter aan wetgeving voldoen. Maar belangrijker nog: het zorgt ervoor dat organisaties echt kunnen nadenken over hoe ze de kracht van data willen benutten. Inzet van analytics en machine-learningtechnologieën liggen veel meer binnen het bereik van de organisatie.

Een revolutie op het gebied van data-intelligence is alleen mogelijk als je ook je datamanagementinfrastructuur op orde hebt. Het software-defined datacenter (SDDC) is niet optioneel, maar een must voor al die organisaties die succesvol en relevant willen blijven in hun vakgebied.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter