Het internet of things zorgt voor een tsunami aan data. De rol van de chief information officer wordt daardoor steeds belangrijker. Aan de CIO de opdracht om data optimaal in te zetten en ‘slimme’ toepassingen te bedenken. Wat heeft hij of zij nodig om die veranderende rol optimaal in te vullen?

Het is al lang niet meer alleen de telefoon in je broekzak die ‘slim’ is. Of het nu gaat om fabrieken, gebouwen, datacenters of zelfs elektriciteitsnetwerken, steeds vaker dragen ze het predicaat ‘smart’. Sensoren en connected devices die samen het internet of things vormen, genereren en verzamelen data waar de eigenaar weer slimme dingen mee kan doen.

In veel gevallen wordt die data gebruikt voor het efficiënter maken van de bedrijfsvoering en het creëren van nieuwe businessmodellen. Maar denk ook aan het besparen van energie, bijvoorbeeld door de koeling en verlichting van een gebouw af te stemmen op het daadwerkelijke gebruik. Of aan ‘predictive maintenance’, waarbij het onderhoud aan een machine plaatsvindt nog voordat een storing optreedt. Het moment van de storing wordt voorspeld aan de hand van analyses van de machinedata. Hoe actueler die data is, hoe waardevoller.

Smart Nederland

De voorbeelden van slimme toepassingen liggen inmiddels voor het oprapen, ook in Nederland. Zo investeert de haven van Rotterdam al jaren in digitalisering om uit te groeien tot de ‘slimste haven ter wereld’. Slimme technologie moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat de wachttijden in de haven voor laden en lossen omlaag gaan en dat containers sneller op de juiste trein, boot of vrachtwagen terechtkomen.

Ook wordt er al gekeken naar zelfsturende schepen die mede op basis van informatie over actuele waterstanden en weersomstandigheden hun koers bepalen. Het zijn allemaal ontwikkelingen die ervoor moeten zorgen dat de haven van Rotterdam kan blijven groeien. Niet door de fysieke infrastructuur uit te breiden, maar door de bedrijfsvoering efficiënter te maken met behulp van slimme technologie.

Een ander voorbeeld wordt geleverd door Stedin. De netbeheerder maakte enkele jaren geleden al de overstap naar een ‘self-healing grid’. In geval van een storing communiceren de verschillende componenten in het netwerk met elkaar om vast te stellen waar het probleem zit, het probleem te isoleren en de delen van het netwerk die niet zijn geraakt weer op te starten. De eerste keer dat dit zelfherstellende netwerk in actie kwam, hadden de klanten van Stedin slechts 18 seconden last van de storing.

Industrie 4.0

Sensoren en het internet of things vormen de basis voor de vierde industriële revolutie waar we nu middenin zitten. Die revolutie zorgt ervoor dat alles – van het kantoorgebouw tot de fabriek en het elektriciteitsnetwerk – een IT-component krijgt en data genereert. Volgens IDC zijn IoT-toepassingen in 2019 dan ook verantwoordelijk voor 43 procent van alle data. Het aantal ‘connected things’ bereikt in 2020 de 30 miljard.

Door digitalisering wordt de rol van de CIO steeds belangrijker. Hij of zij heeft de taak om de beschikbare data slim in te zetten. Om op basis van data de bedrijfsvoering efficiënter te maken, is wel een totale herziening van het IT-landschap nodig. Zonder die verandering maakt data een organisatie namelijk niet per definitie slimmer. Daarvoor zijn onder andere de volgende componenten nodig:

1. Open platform

Slimme gebouwen of fabrieken vereisen een koppeling van uiteenlopende systemen. Niet alleen sensoren die communiceren over TCP/IP genereren waardevolle data, maar bijvoorbeeld ook machines die worden aangesproken via industriële protocollen zoals SCADA.

Er is daarom behoefte aan een open platform waarop alle technische installaties kunnen worden aangesloten. Dit platform helpt organisaties om data van verbonden installaties te analyseren en daarmee de juiste actie te nemen. Ook moet het de tools bieden die nodig zijn voor analytics.

2. Edge computing

Om data snel te kunnen analyseren, verwerken en hergebruiken, is het belangrijk dat gegevens zonder vertraging beschikbaar zijn. Daarvoor moet de data naar de gebruikers en de processen toe worden gehaald, bijvoorbeeld door ze te cachen.

Een alternatief is dat de data aan de ‘randen’ van het netwerk wordt geplaatst. Daar is die data dan direct beschikbaar voor bijvoorbeeld snelle analyses, of om de gebruikers van on-demanddiensten een optimale ervaring te bieden. Maar bijvoorbeeld ook sensor- en machinedata komen terecht in de microdatacenters aan de randen van het netwerk.

3. Cloud computing

Edge computing betekent niet het einde van de cloud. Sensoren bijvoorbeeld sturen hun data via de cloud terug naar de eigenaar. Ook voor het verbinden van data met de data van derde partijen blijft de cloud de aangewezen locatie. Dat geldt eveneens voor de data die geen directe aandacht nodig heeft. Informatie afkomstig uit de cloud en van de edge koppel je in bijvoorbeeld Microsoft Azure aan elkaar om vervolgens weer te komen tot nieuwe toepassingen.

4. End-to-endsecurity

IoT-apparaten en -sensoren zijn een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen die gegevens proberen te onderscheppen of manipuleren. Bij het plannen van een IoT-gebaseerde oplossing is het dan ook belangrijk om de beveiliging van data en het netwerk direct mee te nemen.

Nu aanvallen geavanceerder worden, is het essentieel dat bedrijven hun security over de gehele linie op orde hebben. Het beveiligingsbeleid moet niet alleen zijn gericht op de IT- maar ook op de industriële systemen, die door de vierde industriële revolutie steeds vaker een koppeling met het internet hebben. De securityafdeling moet ook van die tak van sport kennis hebben en ervoor zorgen dat de industriële systemen altijd zijn bijgewerkt.

De vierde industriële revolutie is niet iets waar bedrijven zich aan kunnen onttrekken. De grote vraag is nu hoe we de data die voortvloeit uit het IoT kunnen inzetten in ons voordeel. Aan een kritische blik op het IT-landschap is dan bijna niet te ontkomen.