In het zogenaamde postdigitale tijdperk zal niemand zich nog druk maken over zoiets als een offshoringsstrategie. Tegen die tijd is offshoring allang onderdeel geworden van het internationale netwerk waarbinnen operations managers simpelweg gebruikmaken van de bronnen die wereldwijd beschikbaar zijn om hun gewenste resultaten te bereiken.

Dit betekent niet dat aanbieders van offshoringsdiensten van de ene op de andere dag failliet gaan. Het betekent wel dat er een nivellering op het internationale speelveld plaatsvindt, zeker nu andere aspecten belangrijker worden dan louter het laagste uurtarief.

Uit de State of Industry Study die HfS Research in 2017 samen met KPMG uitvoerde onder meer dan 450 wereldwijde ondernemingen, blijkt dat een groeiende meerderheid van klanten van leveranciers van shared-services- en outsourcingsdiensten het gevoel heeft het maximale rendement op de offshoringsstrategie wel te hebben bereikt.

Er valt weinig meer ‘uit te persen’. De meeste ondernemingen overwegen in ieder geval niet om hun investeringen in offshoring verder te verhogen. In vergelijking met eerdere onderzoeken in de periode 2014 tot 2017 blijkt volgens de onderzoekers dat bestuurders in de boardroom de plannen voor offshoring op een laag pitje hebben gezet. Ondernemingen zijn eerder bezig om de bestaande activiteiten in het verre buitenland te optimaliseren of af te bouwen. Dit geldt met name voor financiële en administratieve taken en human resources. Dat is mogelijk omdat er nieuwe technologieën en slimmere processen beschikbaar zijn.

Schaalbaarheid

In de toekomst draait offshoring om schaalbaarheid zonder de lineaire investeringen uit het verleden. De kloof tussen de moderne, intelligente, vergaand geautomatiseerde operaties en de ouderwetse praktijk waar offshoring centraal stond, groeit met de dag. Het is volgens bloggers van Horses for Sources (www.horsesforsources.com) alsof je de groei van het traditionele Walmart vergelijkt met die van het moderne Amazon, hoewel er een kentering is waar te nemen.

Walmart investeert tegenwoordig sterk in een onlinestrategie en nam vorig jaar het online warenhuis Jet.com over. Decennialang waren het succes en de groei van Walmart echter gebaseerd op het verkopen van steeds meer producten vanuit steeds meer nieuwe fysieke vestigingen waardoor de logistieke keten steeds complexer werd. Er bestonden directe correlaties tussen omzet per vestiging, aantal medewerkers en investeringen in de fysieke infrastructuur. De omzetprognoses lieten een lineair, voorspelbaar patroon zien. Het streven naar groei en meer winst was alleen mogelijk door extra te investeren in mensen om de behoeften van klanten en leveranciers te bevredigen.

Amazon daarentegen heeft de front-end dusdanig intelligent geautomatiseerd dat het toevoegen van nieuwe klanten nauwelijks extra investeringen vergt in arbeid of kapitaal. De klantenservice is bijna volledig geautomatiseerd, de meeste point-of-salepromoties worden gedreven door cognitieve tools en slimme algoritmes zorgen ervoor dat de klantvoorkeuren en het leverbare assortiment naadloos op elkaar aansluiten. De verkoop wordt bevorderd door websitebezoekers te bestoken met aanbevelingen.

Disruptie

Het offshoringsmodel nu, is volgens Horses for Sources op bijna dezelfde manier ontmanteld als in de traditionele detailhandel is gebeurd. Door overbodige tussenschakels te elimineren en door gebruik te maken van intelligente automatisering ontwrichtte Amazon de hele logistieke keten en zorgde voor disruptie van een complete bedrijfstak. Het is dezelfde dynamiek die nu de tot voor kort goedkope arbeidskrachten uit de offshore-industrie in het hart raakt.

Hoewel Walmart jarenlang aan de wieg stond van succesvolle productlanceringen, is het businessmodel van de keten minder levensvatbaar geworden nu e-commercebedrijven producten direct aan consumenten leveren zonder dat fors geïnvesteerd hoeft te worden in fysieke winkels en grote stafafdelingen. “Offshoring has become Walmart, as outsourcing becomes more like Amazon”, aldus HfS.

Cultuur

De omslag is vergelijkbaar met wat er de afgelopen 20 tot 30 jaar in de fabrieken is gebeurd. Zakelijk gezien was het een verstandige beslissing om bijvoorbeeld 5.000 binnenlandse fabrieksarbeiders te vervangen door arbeiders in Taiwan en China.

Maar toen de fabrieksprocessen steeds meer werden geautomatiseerd en er bij wijze van spreken nog maar 100 fabrieksarbeiders nodig waren die de machines bedienden, klopten de rekensommetjes opeens niet meer. Het bleek bedrijfseconomisch gezien slimmer om het werk dichter bij de consumentenmarkten te laten uitvoeren om de transportkosten te beperken. Bovendien was het hierdoor mogelijk om voorraden sneller aan te vullen.

Als het gaat om het uitvoeren van taken op het gebied van administratie, inkoop of personeelszaken accepteren ondernemingen eigenlijk geen cultuurverschillen en dat pleit ook voor het terughalen van deze taken naar het thuisland. Ter plekke kun je de klantvraag het beste inschatten.

“Het offshoringsmodel is op bijna dezelfde manier ontmanteld als de traditionele detailhandel”

Je kunt de huidige beweging naar minder offshoring dus goed verklaren als je kijkt naar de automatiseringstendens en de wens van ondernemingen om meer controle te kunnen uitoefenen over de belangrijkste onderdelen van de eigen productieprocessen. Daarnaast zijn er ook grote ondernemingen die dicht bij huis softwaredevelopmentteams inrichten om directer en beter in te kunnen spelen op de lokale klanteisen. Personalisatie en een culturele klik blijken hierbij uiteindelijk toch de doorslag te geven.

Nieuwe fenomenen als kant-en-klare dienstenpakketten, prestatiegestuurde uitbestedingscontracten en as-a-serviceleveringsmodellen zijn veel minder locatieafhankelijk. Het interesseert de klant niet waar de dienst wordt uitgevoerd. Alleen bij specifieke redenen zoals compliance, vertraging in het netwerk enzovoorts, speelt de locatie nog een rol.

Wow-factor

Offshoring is een prima methode om op een snelle en effectieve manier applicaties te laten ontwikkelen door ontwikkelteams die in staat zijn om te voldoen aan hoge technische kwaliteitseisen. Maar wat er vaak aan ontbreekt is de ‘wow-factor’ die in onze digitale economie een grote rol speelt, zeker bij baanbrekende ontwerpen en de opkomst van nieuwe businessmodellen. Ontwikkelingen zoals DevOps en agile hebben er eveneens toe geleid dat offshoring marktaandeel verliest.

Deze nieuwe ontwerpprincipes zorgen voor dezelfde gedisciplineerde aanpak en hetzelfde arbeidsethos waarmee de offshoringslanden zo beroemd zijn geworden. Dat wil niet zeggen dat applicatieontwikkeling en onderhoud niet meer vanuit offshoringslocaties worden uitgevoerd. Verre van dat. Het betekent slechts dat de diensten worden uitgevoerd door wereldwijde, resultaatgerichte ontwikkelteams die veel diverser zijn samengesteld. De offshoringslocaties nemen het voortouw bij de opdrachten die in het teken staan van compliance en waarbij technische kwaliteitsaspecten van belang zijn.

Toch is dit nog niet het hele verhaal. Laten we nog eens inzoomen op de processen waarbij creativiteit een minder grote rol speelt, zoals financiën en administratie, human resources en inkoop. Deze gestandaardiseerde processen kunnen geautomatiseerd worden dankzij de cognitieve tools en virtuele agenten die momenteel sterk in opkomst zijn. Hierdoor ontstaat minder behoefte aan fysieke arbeidskrachten uit de offshoringslanden. Als de zelflerende systemen eenmaal een hoge vlucht nemen, betekent dit pas echt een omslag.

Bottomline

Wat is de bottomline? Het aloude adagium ‘locatie, locatie, locatie’ wordt vervangen door ‘skills, skills, skills’. In het postdigitale tijdperk zal offshoring als strategische optie de discussies in de boardroom steeds minder domineren. Locatie zal weliswaar nog steeds een rol van betekenis spelen in bepaalde omstandigheden waar kosten een factor van betekenis zijn, maar is geen hoofdthema meer, eerder een optie die achter de hand wordt gehouden.

Dienstverlening wordt steeds resultaatgerichter en wordt sterk beïnvloed door automatisering. De mens komt alleen nog in beeld als er uitzonderingen optreden, of wanneer er een menselijk tintje (human touch) of flair vereist is.

Ook het bovengenoemde onderzoek van HfS Research en KPMG bevestigt dit beeld. Het oude dienstenmodel dat is geworteld in legacy-omgevingen zal overvleugeld worden door gestroomlijnde geautomatiseerde as-a-service-leveringsmodellen. De behoefte aan vaardigheden die garant staan voor klinkende ondernemingsresultaten is groot. Als deze vaardigheden zich toevallig in een offshorings-regio bevinden is dat mooi meegenomen.

Arnoud van Gemeren is hoofdredacteur van CIO Magazine, Boardroom IT en voormalig hoofdredacteur van TITM (Tijdschrift IT Management) en Outsource Magazine. Hij heeft een lange staat van dienst in de Nederlandse IT-mediawereld. Na een start bij een redactiebureau, was hij als hoofdredacteur van 1996 tot 2001 bij uitgeverij Array Publications verantwoordelijk voor diverse IT-vakbladen. In 2001 sloot hij zich aan bij een adviesbureau op het gebied van marketingcommunicatie, Beatrijs Media Group. Vanuit dit bureau bleef hij als hoofdredacteur actief, onder meer voor Sdu Uitgevers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter