Slechts 12 procent van de business- en IT-managers heeft het gevoel maximaal rendement te halen uit zijn investeringen in digitaal werken. Bij de zogenoemde koplopers die beschikken over een consistente, geïntegreerde strategie voor mobility daarentegen is dit percentage meer dan drie keer zo hoog: 39 procent. Dit blijkt uit het internationale onderzoek Building the Digital Workplace van Oxford Economics. Ruim tien jaar na de introductie van de smartphone is de transitie naar digitaal werken nog lang niet voltooid.

Werknemers hebben vooral behoefte aan coole, virtuele werkplekken met een superieure gebruikerservaring: anytime, anywhere en op any device. CIO’s en IT-managers daarentegen zijn gefocust op kosten, veiligheid en beheer. Maar ze kijken ook expliciet naar medewerkersproductiviteit die verhoogd kan worden door een superieure werkplek. Met thin clients proberen organisaties flexibel in te spelen op deze soms conflicterende belangen.

Gaf in 2010 nog ongeveer een kwart van de bedrijfsvestigingen aan dat men gebruikmaakte van thin-clientoplossingen, begin 2017 bedroeg dat percentage volgens Computer Profile circa 36 procent.

De adoptie van thin clients verschilt wel sterk per sector. Het hoogst ligt het gebruik in de zorgsector, waar ruim driekwart van de locaties aangeeft dit type systemen te gebruiken. Ook de overheid kent met 54 procent een relatief hoge penetratie. In het onderwijs en de sector ICT & Utilities zijn thin clients duidelijk het minst populair.

Traditionele, inflexibele desktop-pc’s, die relatief veel beheer en support vergen, zogenoemde fat clients, verliezen echter in alle sectoren terrein: van dik boven de 70 procent in 2010 tot minder dan 50 procent nu.

Tipping point

De opmars van desktopvirtualisatie bereikte volgens de onderzoekers in september 2016 al een ‘tipping point’. Het gebruik van virtuele desktops verdubbelde of verdrievoudigde in sommige segmenten, zoals bij gemeenten.

Maar ook bij productiebedrijven, zoals DSM en Royal FrieslandCampina, zijn grootschalige digital-workplaceprogramma’s uitgerold. Zo besteedde DSM het werkplekbeheer van ongeveer twintigduizend werkplekken wereldwijd volledig uit. Royal FrieslandCampina ging ook tot outsourcing over en onderscheidt productie- en kenniswerkers, mobiele werkers en externen waarvoor het vier verschillende werkplektypen liet ontwerpen (‘smart mobile’, ‘agile’, ‘traditioneel’ en ‘gespecialiseerd’).

Conclusie: ‘one size fits all’ voldoet niet meer als het gaat om digitale werkplekken. Iedere medewerker heeft zijn eigen persoonlijke voorkeuren als het gaat om de manier van werken.

VDI

Een traditionele ‘virtual desktop infrastructure’(VDI)-omgeving bestaat uit verschillende hard- en softwarecomponenten, zoals de back-endinfrastructuur (server, storage en netwerk), het virtualisatieplatform, het end-userdevice, het netwerkprotocol, het operating system, de applicaties en de wijze waarop deze worden aangeboden. Voor een goed presterende virtuele desktopomgeving moeten alle componenten naadloos op elkaar afgestemd zijn.

Daarnaast is het belangrijk om via monitoring inzicht te verkrijgen in de prestaties van de desktops, de capaciteit van de back-end, de latency tussen de werkplek en het datacenter, opstarttijden van applicaties, het aantal gelijktijdige gebruikers per applicatie, enzovoorts. Met behulp van ‘evergreen IT’ en nieuwe monitoringtools verloopt die afstemming steeds beter.

Evergreen IT

Van ‘evergreen IT’ is volgens de definitie van Microsoft sprake als alle IT-diensten en componenten die binnen de VDI-omgeving worden aangeboden altijd up-to-date zijn. Het gaat hierbij niet alleen om de diensten die op eindgebruikersniveau worden aangeboden, maar ook om alle onderliggende infrastructuur, ongeacht of deze on-premise draait of uitbesteed is.

Voor de hardware betekent dit dat elk fysiek apparaat binnen de garantietermijn of leasetermijn blijft. Er is dus sprake van vervanging van de hardware volgens een vast tijdschema. Een bijkomend voordeel van evergreen IT is dat ransomware, zoals WannaCry en Bad Rabbit, geen poot aan de grond krijgt.

Vier aanbevelingen

Het faciliteren van digitale werkplekken biedt ongekende mogelijkheden voor groei en innovatie. Het maakt werknemers uiteindelijk gelukkiger en productiever, zo stellen de onderzoekers van Oxford Economics. Met alleen een investering in technologie en het aanpassen van werkroosters bereik je dit echter niet.

Om een maximaal rendement te halen uit investeringen in digitaal werken dienen werkgevers rekening te houden met vier aandachtspunten. Zo moeten zij zich realiseren dat virtueel werken het nieuwe normaal is. Een groeiend aantal werknemers wil werken op plaatsen en tijdstippen waar het hun het beste uitkomt.

Desktopvirtualisatie is meer dan het uitreiken van smartphones en tablets. Een nieuwe generatie tools gebaseerd op nieuwe technologieën, zoals augmented reality, big data-analytics, het IoT en blockchain zullen hun opwachting maken op de werkvloer. Dit verandert de manier waarop informatie wordt verspreid en gedeeld, spectaculair.

Werkgevers mogen de impact van werken op basis van 24×7 nooit onderschatten. Ze zijn wettelijk verplicht om te zorgen dat de balans tussen werk en privé voor werknemers in evenwicht blijft, zodat burn-out wordt voorkomen. Werkgevers zullen zelf deze discussie moeten aangaan.

Security is een topprioriteit. Strakke procedures, bewustzijnsprogramma’s en trainingen moeten zorgen voor een bedrijfscultuur die databescherming altijd centraal stelt, ongeacht waar werknemers zich bevinden: thuis, onderweg of op kantoor.

Conclusie

De technologische en sociale ontwikkelingen op het gebied van virtuele desktops hebben niet stilgestaan. VDI werd in een nieuw jasje gestoken en zo spreken we tegenwoordig van desktop as a service (DaaS).

Ondertussen werden live dashboards en nieuwe features ontwikkeld op basis van hyperautomatisering en artificial intelligence. Voorspellende analyses en automatische self-healingmechanismen (zoals gefaciliteerd door Wipro’s Holmes) en storage boost lossen incidenten op nog voordat eindgebruikers hier last van krijgen. Dat is pas echt cool.