Het aantal nieuwe tools en technologieën is de afgelopen jaren indrukwekkend gestegen. Het merendeel van de nieuwkomers bevindt zich in de categorie van big data. Achter hun vaak creatieve namen gaat functionaliteit schuil die een oplossing biedt voor problemen waarvan organisaties misschien niet eens op de hoogte zijn. Negeren is een optie, maar dan loop je het risico de boot te missen. Direct omarmen daarentegen gaat waarschijnlijk gepaard met kinderziektes. Is er een betere strategie mogelijk?

Bij nieuwe businesstechnologie kun je inderdaad afwachten en kijken of de technologie over een paar jaar überhaupt nog bestaat. Het alternatief is om direct te onderzoeken of het de moeite waard is de veelbelovende technologie misschien nu al te gebruiken. Maar hoe bepaal je dan in welke tools en technologieën je wilt investeren? Bij de beantwoording van die vraag spelen drie uitgangspunten een rol:

  1. een hybride omgeving;
  2. architecten nieuwe stijl;
  3. een proof of value (PoV) als oefenveld.

Hybride omgeving

In een niet zo ver verleden was het samenstellen van een zogenoemde STOP list (zie figuur), die aangeeft welke software wordt gebruikt voor welke toepassing, relatief eenvoudig. Uitgangspunt was om te kiezen voor een van de grote softwareleveranciers, de megavendors, ook wel bekend als MISO: Microsoft, IBM, SAP en Oracle.

Anno 2018 steekt de softwarewereld een stuk complexer in elkaar. Het lijstje met megavendors is aangevuld met een schier eindeloze reeks van big data-technologieën. Geen wonder dat veel organisaties zich afvragen of ze hier iets mee moeten – en zo ja, wat dan? En om het helemaal complex te maken introduceren de grote vendors elk hun eigen proposities voor big data. Afwachten of toch nu al instappen?

Doelarchitectuur

De snelheid waarmee nieuwe ontwikkelingen en producten elkaar opvolgen, maakt dat het veel moeilijker is geworden om grote, alomvattende architectuurplannen op te zetten. Dat wil zeggen: het definiëren van de doel-architectuur kan nog steeds, maar de kans dat de feitelijke invulling er ook zo gaat uitzien, is veel kleiner dan in het verleden.

Binnen de architectengemeenschap is de heersende opvatting dan ook dat er meer organisch gewerkt moet worden, waarbij gegroeid wordt naar een architectuur die van tevoren niet te voorzien was – maar die wel inspeelt op de ontwikkelingen die zich voordoen.

Uitdaging

Het goede nieuws is dan ook dat er inmiddels wel voor elke toepassing (use case) een mooie oplossing bestaat. Als dat nog niet zo is, wordt daar waarschijnlijk aan gewerkt. De uitdaging voor organisaties is: kies je voor een relatief nieuw product, ga je door met de bestaande tooling en/of wacht je op het moment dat de bestaande vendor met een eigen versie komt? En kun je zolang wachten?

Het enkele feit dat er mooie, nieuwe functionaliteit wordt aangeboden betekent nog niet dat organisaties daar ook massaal voor kiezen. Er is immers tijd, geld en energie in de huidige spullenboel gestopt en mensen zijn voor bepaalde tools opgeleid en hebben hiermee ervaring.

En hoe levensvatbaar zijn producten die minder dan twee of drie jaar in de markt staan? Daarbij: als er al wordt besloten om een selectietraject in te gaan, is dat meestal een langdurig traject. Uit onderzoek blijkt dat het aantal functionarissen dat hierbij is betrokken inmiddels is toegenomen van gemiddeld 5,4 naar 6,8 personen.

In de IT-sector wordt elk interessant idee al snel gekopieerd. Sterker nog: dit is een voorwaarde voor de levensvatbaarheid ervan. Als een idee niet aanslaat en dus niet wordt gekopieerd, leidt dat ertoe dat het een beperkte markt blijft, een niche. Het kan dus een doelbewuste strategie zijn voor organisaties om te wachten. Als het idee wordt gekopieerd, is dat een bevestiging dat het om iets substantieels gaat waarmee je ook je voordeel kunt doen. En, bijkomend voordeel, het wordt dan waarschijnlijk ook geboden door (een van) de huisleverancier(s).

We moeten twee kanttekeningen maken bij deze strategie. Het wachten leidt ertoe dat je geen deel uitmaakt van de kopgroep die als eerste profijt heeft. Of je deze voorsprong aan andere bedrijven kunt laten is een vraag die elke organisatie voor zichzelf moet beantwoorden. De tweede kanttekening is dat het kopiëren van de nieuwe functionaliteit niet altijd leidt tot eenzelfde oplossing.

Architecten nieuwe stijl

Architecten hebben de afgelopen tien jaar te maken gehad met een omslag in de waardering van hun werk. Waar ze voorheen voornamelijk werden gezien als een belemmering en vertraging voor projecten, hebben ze vandaag de dag de taak om de verschillende trends en technologieën te volgen en te vertalen naar kansen voor de organisatie.

En daarbij is de verwachting dat ze vervolgens ook nog actief deze mogelijkheden intern gaan verkopen. De ‘pratende’ architect als partner van de business – het moet niet gekker worden. Marktonderzoeksbureau Gartner duidt deze nieuwe rol aan als de vanguard, ofwel de ‘voorhoede-architect’.

Organisaties die in hun gelederen beschikken over deze vanguard-architecten hebben daarmee een constructie waarmee technologische ontwikkelingen in de buitenwereld worden gefilterd als zijnde relevant of niet-relevant. Als architecten voldoende animo vinden voor de door hen gesignaleerde opportunities (use cases en technologieën) is daarmee ook een eerste keuze gemaakt voor de tools en technologieën die nodig zijn om het gekozen pad in te gaan.

Proof of value

Omdat de centrale gedachte een use case is (en niet een product) is het een goede gewoonte om een proof of value op te zetten en er zo achter te komen wat noodzakelijk is om de use case uit te voeren – en hoe soepel dat gaat. Bij deze werkwijze wordt continu gespeurd naar nieuwe opportunities, waaruit vervolgens een keuze wordt gemaakt om in een PoV uit te voeren.

Op basis van behaalde resultaten wordt besloten om het toch niet te doen (fail fast), of op te schalen naar productie. Dit is een andere manier om grip te krijgen op de dynamische werkelijkheid en daarvan te profiteren. Bij het opzetten en uitvoeren van een PoV kan prima gebruik worden gemaakt van cloudoplossingen zoals Amazon Web Services (AWS) of Microsoft Azure, waarbij tijdelijk capaciteit kan worden geregeld voor zolang dat nodig is.

Conclusie

Organisaties hebben nog nooit zo veel keuze gehad in nieuwe tools en technologieën, met name vanuit de bigdatahoek. Door een hybride architectuur als uitgangspunt te nemen en de voorhoede-architect relevante ontwikkelingen in technologieën en use cases te laten signaleren, verkrijgen ondernemingen meer grip op deze dynamische omgeving. Een zogenoemde ‘proof of value’-dienst fungeert hierbij als oefenveldje.