De chief executive officer. In de jongste uitgave van het jaarlijkse Global CEO Survey noemt accountants- en adviesbureau PwC hem of haar ‘The Anxious Optimist in the Corner Office’. Die bezorgde optimist in dat grote hoekkantoor heeft alle reden om verontrust te zijn. Neem alleen de voortschrijdende digitalisering. En tegelijkertijd, zo blijkt uit het PwC-rapport, zijn er ook genoeg ontwikkelingen die CEO’s positief over de toekomst stemmen.

Om maar eens met een positieve noot te beginnen: Het merendeel van de bevraagde CEO’s (57%) denkt dat de wereldeconomie dit jaar verder zal verbeteren. Een minderheid (36%) ziet het minder positief in en stelt dat er geen economische groei komt. En een heel klein aantal (5%) is ronduit zwartgallig en zegt dat de economie dit jaar gaat krimpen.

Het optimisme viert overigens hoogtij in alle regionen waar PwC zijn interviews heeft afgenomen (Noord-Amerika, West-Europa, Oost- en Midden-Europa, het Midden-Oosten en Azië-Pacifisch gebied). In Noord-Amerika zijn de topmanagers het meest positief over de wereldeconomie (139% ten opzichte van 2017).

Figuur 1

De Afrikaanse CEO’s hebben meer bedenkingen: in 2017 vond 30 procent van hen dat het beter zou gaan. Dit jaar is dat percentueel wel gestegen, maar dan wel met het laagste percentage (+38%). De meerderheid van de Nederlandse bazen houdt overigens, aldus het onderzoek, de positieve blik op de wereldwijde economische groei (67%).

Het optimisme is bij de CEO’s ook aanwezig als het gaat om de verwachte omzetgroei van hun eigen organisatie in 2018. De Noord-Amerikaanse top van het bedrijfsleven ziet het erg zonnig in: maar liefst 58 procent zegt ‘zeer overtuigd’ te zijn van meer omzet dit jaar.

Figuur 2

De West-Europese CEO is wat voorzichtiger (38%), terwijl de Afrikaanse topmanager ook hier weer de minst optimistische is (26%). Het wereldwijde gemiddelde lag voor deze vraag overigens op 42 procent. Het overheersende optimisme komt overwegend uit de verwachte organische bedrijfsgroei, gevolgd door overnames en kostenreducerende maatregelen.

In Canada en de Verenigde Staten zijn de CEO’s vooral gericht op organische groei (94%), gevolgd door acquisities (61%) en kostenbeheersing (59%). Opmerkelijk detail: de West-Europese bedrijfstop is minder gecharmeerd van overnames als omzetbevorderend hulpmiddel (45%). De Noord-Amerikaanse CEO’s scoren wat dat betreft ook hoger dan het mondiale gemiddelde (42%). Het plaatje wordt echter aanmerkelijk minder rooskleurig als dezelfde CEO’s het hebben over de verwachte omzetontwikkeling van hun bedrijf gedurende de komende drie jaar (zie figuur 3).

Figuur 3

Cybersecurity en technologische ontwikkelingen

Waar kansen liggen, zijn ook bedreigingen te vinden. Dat blijkt maar weer eens uit PwC’s Global CEO Survey. De topmanagers kregen de nodige vragen voorgeschoteld over ontwikkelingen die de groei van hun bedrijf dit jaar negatief kunnen beïnvloeden. Het voert wat ver om die hier allemaal te behandelen (zie ook figuur 4), maar het is aardig om een paar trends te belichten.

De belangrijkste zorg van CEO’s wereldwijd in 2017 voert dit jaar onverminderd de lijst aan: overregulering door overheden (42%). Het wordt echter pas echt interessant als wij naar de nummer vier tot en met zes kijken. In 2017 stonden daar respectievelijk nog tekort aan essentiële vaardigheden (met name op digitaal gebied), geopolitieke onzekerheid en de technologische veranderingen.

Figuur 4

Voor 2018 ziet het er anders uit: cybersecurity staat op nummer vier, gevolgd door vaardigheden en technologische veranderingen. Overigens geldt ook hier weer: per regio zijn er verschillen in de top tien ‘ernstige bedreigingen’ (zie grafiek 5). Om in te zoomen op Nederland: de CEO’s hier zijn behoorlijk bezorgd over de dreiging van hackers: maar liefst 86 procent zegt daar ‘heel erg’ tot ‘enigszins bezorgd’ over te zijn. Dat geldt ook voor het gebrek aan essentiële vaardigheden (74%) en de snelheid van technologische veranderingen (68%).

Artificial intelligence

Een van de geïnterviewde CEO’s gaf de PwC-onderzoekers een toelichting over wat hij onder ‘snelle technologische veranderingen’ verstaat. Safra A. Catz, CEO van het Amerikaanse IT-concern Oracle: “Neem artificial intelligence. Wat is AI nou eigenlijk? Het gaat om systemen die autonoom besluiten nemen, gebaseerd op de analyse en interpretatie van grote hoeveelheden data. Ik hoor al dertig jaar berichten over AI. Wat is er tegenwoordig anders? Allereerst is de onderliggende computerkracht vele maten groter, wat betekent dat systemen bijna direct enorme informatiestromen kunnen afhandelen. Verder is de benodigde software voor het beheren en analyseren van die data aanmerkelijk verbeterd en beter beschikbaar.

figuur 5

Dat geldt voor meer technologische zaken. Kun je je nog herinneren dat vroeger de sensortechnologie voor liften (om de fysieke positie van de lift te kunnen bepalen, red.) exorbitant duur was? Het kostte letterlijk miljoenen dollars om dat in een gebouw te verwerken.

Tegenwoordig kan je smartphone je vertellen op welke verdieping je zit, dankzij de ingebouwde sensoren en makkelijk verkrijgbare apps. De Waze-app (een op input van medechauffeurs gebaseerde verkeers- en navigatie app, red.) vertelt je hoe hard jouw auto rijdt, hoeveel gas je geeft en hoeveel je afremt. En de app laat zien waar het overige verkeer zich rondom jouw auto bevindt. Je slimme horloge weet wat je hartslag is. Al deze data wordt tegenwoordig direct toegepast en in acties omgezet.”

“Cybersecurity, digitale vaardigheden en technologische veranderingen houden CEO’s wereldwijd wakker”

Een andere technologie die in de PwC-Survey wordt genoemd, is het internet. De wereldwijde opmars van het internet heeft in de afgelopen 25 jaar het leven en manier van werken van burgers, overheden en bedrijven aardig op zijn kop gezet. En daarmee is de impact van internet nog lang niet voorbij, zegt Zhang Ruimin, oprichter en CEO van Haier, een Chinese beursgenoteerde fabrikant van huishoudelijke apparaten en consumentenelektronica in het rapport.

“Ondernemingen gebruikten hun merken vroeger – in de traditionele industriële economie – als het middel om elkaar te beconcurreren. In het internettijdperk ging het om de concurrentie tussen platformen. Nu zijn wij aanbeland in de era van het internet of things (apparaten die verbonden zijn met het internet en data verzamelen, red.). Daarin gaat het om de concurrentie tussen ecosystemen, waarbij alle belanghebbenden – van toeleveranciers, tussenpersonen en klanten tot zelfs concurrenten – een actieve rol spelen om meer waarde te creëren.”

Digitale toppers aantrekken

De door PwC bevraagde Nederlandse CEO’s gaven in de survey aan dat het aantrekken van digitaal onderlegde medewerkers gerust een uitdaging mag heten. Volgens het onderzoek proberen de topmanagers in Nederland dergelijk personeel met name te lokken door het bieden van een ‘gemoderniseerde werkomgeving’ (92%). PwC tekent in het rapport nog een paar andere maatregelen op: “Ook het implementeren van programma’s voor continu leren en ontwikkelen scoort hoog (89%), net als het aanbieden van flexibiliteit (87%). Nog steeds een ruime meerderheid, maar een veel kleinere (69%), verbetert het salaris als middel om nieuw talent aan te trekken.”

“Optimisme over groei mondiale economie viert hoogtij bij CEO’s”

PwC-partner Robert Charlier erkent in dezelfde publicatie dat het financiële deel goed geregeld moet zijn. Maar hij signaleert tegelijkertijd dat andere zaken minstens even belangrijk zijn voor de ‘digitale toppers’: “Vooral jonge mensen willen zelf bepalen hoe en wanneer zij werken. Ze willen een goede en stimulerende werkomgeving, met uitdagende opdrachten en collega’s die hen kunnen coachen. Ze willen op hun smoel kunnen vallen, om daarna ook weer op te staan. Ze willen bij wijze van spreken hun hond mee kunnen nemen en hun moeder uitnodigen voor de lunch. De grote technologiebedrijven in Silicon Valley bieden dit allemaal en zij krijgen duizenden open sollicitaties per jaar.”

Over het onderzoek

PwC heeft een totaal van 1.293 CEO’s in 85 landen geïnterviewd. In het geval van de landen die in de top 10 (gemeten naar het bruto nationaal product, BNP) vielen, moesten de organisaties waar deze topmanagers werkten, een minimaal aantal van 500 werknemers of een jaaromzet van ten minste 50 miljoen dollar hebben.