“Het is iets wat ik heel graag doe: bedenken wat je bedrijfstechnisch gezien met IT-toepassingen kunt doen.” Aan het woord is geen CEO van een IT-bedrijf. Al doet de uitspraak anders vermoeden. Dorine Burmanje is voorzitter van de raad van bestuur van het Kadaster, de instantie die sinds 1811 in Nederland van de wetgever een aantal registraties moet administreren. Zoals het Kadaster het zelf omschrijft, vallen hier onder meer de registraties van vastgoed, topografie, schepen en luchtvaartuigen onder – wat de instantie tot een ware datakampioen avant la lettre maakt. Een interview door Gerard van Vliet en Paul Teixeira.

Gerard van Vliet gooit direct aan het begin van het gesprek de knuppel in het hoenderhok. Zijn stelling: de Nederlandse bestuurders en toezichthouders hebben geen verstand van zaken als het gaat om IT en de toepassingsmogelijkheden van technologie.

Van Vliet verdeelt de IT gemakshalve in drie stukken: “Je hebt de ouderwetse IT, zoals software van Oracle en SAP. Dan heb je internet als enabler voor een heleboel toepassingen, zoals e-commerce. En er is de nieuwere golf, met zaken als artificial intelligence, augmented reality en robotica.

Wat je merkt, is dat iedereen in de boardroom en de raad van commissarissen nog steeds worstelt met de ‘oude IT’: het werkt nog altijd niet naar behoren en vergt nog steeds veel investeringen. Daar komen de bestuurders en toezichthouders niet of nauwelijks bovenuit. Het lukt hen niet om de omslag te maken naar de nieuwere golf IT. Laat staan dat zij erin slagen om de vertaling te maken van technologie naar bedrijfsmatige toepassing. Zij zijn het niet gewend te doen en tonen zich ook niet nieuwsgierig naar de mogelijkheden.”

Burmanje is het niet eens met Van Vliet. Zij zegt zich nauwelijks te kunnen voorstellen dat met de huidige generatie bestuurders de situatie in Nederland niet is verbeterd.

Het is wat haar betreft ook een kortzichtige houding: “Er is nu immers geen ontkomen aan. Het is vandaag de dag niet meer de vraag wat je als organisatie en bestuurders moet doen met IT. De vraag is alleen nog maar hoe. Hoe hou je het bij? Hoe hou je alles up-to-date? En hoe maak je de vertaling van technologische mogelijkheden naar de menselijke behoeften? Ik kan mij niet voorstellen dat bestuurders en toezichthouders nu nog blijven hangen in hun oude, technologisch averse rol.”

Technologie toepassen

Het lijkt in tegenspraak met haar opmerking over het nadenken over de praktische toepassingen van IT, maar Dorine Burmanje is niet te vinden op sociale media. Geen Facebook, Snapchat, Pinterest of Instagram voor haar. Evenmin heeft zij een profiel op het zakelijke getinte netwerk LinkedIn. Zij heeft er geen behoefte aan en ook geen tijd voor.

Daarbij komt, aldus Burmanje, dat andere platformen en gremia relevant zijn waar het gaat om het vraagstuk hoe technologische ontwikkelingen kunnen worden gebruikt. Op Twitter is zij sinds maart 2018 wel officieel aanwezig met twee accounts – zonder berichten overigens.

Het Kadaster heeft wel een officieel en actief Twitter-account. Burmanjes aandacht gaat meer uit naar hoe technologische ontwikkelingen kunnen worden gebruikt om bestaande bedrijfsprocessen te optimaliseren, nieuwe diensten en producten mogelijk te maken. En ook om betere dienstverlening te creëren voor de klantenkring en de toeleveranciers.

Op de hoogte blijven van de snelle ontwikkelingen op het gebied van IT is voor veel experts al een dagtaak. Hoe speelt Burmanje het klaar? “Ik lees alles wat los en vast zit. En dan bedoel ik nog echt lezen vanaf papier. Ik heb een soort ingebouwd filter waardoor ik snel kan zien wat belangrijke artikelen zijn. Dat ligt overigens ook aan de auteurs en de onderwerpen.”

Gigantische mogelijkheden

Data vormt dé belangrijkste asset van de organisatie. Wat trof Dorine Burmanje aan toen zij, inmiddels veertien jaar geleden, als voorzitter van de raad van bestuur aantrad? “Het was destijds al een erg mooie organisatie. Toen ik kwam was net het tijdperk aangebroken van netwerken, data-infrastructuren, open data, beschikbaarheid en toegankelijkheid. Veertien jaar later is de rechtszekerheidsrol van het Kadaster hetzelfde. Maar de manier waarop wij deze invullen, heeft een gigantische slag gemaakt. Aan alle kanten.”

Dat is voor een groot deel op het conto van Burmanje zelf te schrijven, meent Van Vliet: “Jullie hadden en hebben immers geen concurrent die tot verandering dwingt.” Burmanje erkent dat: “Het is inderdaad een van de lastigere opgaven bij dit soort organisaties om een urgentie tot verandering te krijgen. Destijds waren zowel mijn twee collega’s in de raad van bestuur als ik afkomstig van buiten het Kadaster. Daardoor konden wij onbevangen naar de organisatie en haar betekenis kijken. Niet gehinderd door enige vorm van kennis of historie, zal ik maar zeggen.”

“Wij zagen de gigantische mogelijkheden van het Kadaster en zijn erin geslaagd om de mensen mee te nemen op weg naar het nieuwe tijdperk. Iedereen hier is erg trots op zijn vak en wat zij doen. Het Kadaster doet ertoe. Zonder Kadaster geen goede economie, geen rechtszekerheid, geen duidelijkheid en geen welvaart. Wij doen er echt toe. En dat voelen de mensen die hier werken.”

Internationale kopgroep

Hoe staat het Kadaster ervoor als het gaat om digitalisering, is de vervolgvraag. “Als je kijkt naar waar het Kadaster voor is en welke betekenis het moet hebben in de maatschappij, dan kun je als organisatie niet anders dan de technologische ontwikkelingen scherp in de gaten houden. Wij kijken continu naar hoe die technologie kan worden toegepast om bijbehorende taken uit te voeren.”

“Dat strekt zich uit tot onze raad van toezicht: daarin zit iemand die uit de IT-hoek komt en daarmee de nodige expertise met zich meebrengt. Je moet als organisatie in een raad van toezicht of raad van commissarissen alle benodigde disciplines en expertises aan boord hebben. Daar hoort IT zeker bij. Zo worden alle aspecten bekeken, van ‘heb je het wel goed gefinancierd’ tot ‘klopt het juridisch gezien’ en ‘heb je de laatste technologie toegepast’.”

“Google heeft hier ooit op de stoep gestaan: Zij wilden ons kopen”

Burmanje beaamt dat haar organisatie zich in de internationale kopgroep bevindt. “Wij zijn heel erg bevoorrecht op dat gebied. Als het gaat om het gebruik van data en IT-toepassingen behoort het Kadaster tot de top drie in de wereld. Daar zijn wij supertrots op. En daar wordt ook keihard aan gewerkt door onze mensen.

Of wij een voorbeeldfunctie hebben? Het is wel zo dat als wij er geen rem op zetten, er bij wijze van spreken dagelijks buitenlandse delegaties over de vloer komen om te kijken naar hoe en wat wij doen. Maar ik zie ook dat onze buitenlandse collega’s alle zeilen bijzetten om eveneens dat pad op te gaan. Wij helpen hen er ook bij, zoals in Griekenland, Rusland en diverse Afrikaanse landen.”

Burmanje relativeert echter direct: “Dat wil overigens niet zeggen dat wij hier alles op orde hebben, hoor. Wij zijn ook zoekende en stellen ons constant vragen als: Hoe ver gaan we? Durven we het risico te nemen? Zijn we snel genoeg? Ik pretendeer niet dat wij het allemaal up-to-date hebben. Kijk maar naar het gebruik van artificial intelligence. Daar staan wij nog maar aan het begin van. Wij hebben geen idee hoe AI precies bij ons kan worden toegepast. Maar wij zoeken het wel uit, wij zijn er wel mee bezig.”

Fit voor de toekomst

De internationale ‘digitale koppositie’ van het Kadaster is er niet zomaar gekomen. Dorine Burmanje heeft na haar aantreden in 2004 de nodige veranderingen doorgevoerd. Zowel op organisatorisch vlak als op IT-gebied. “Destijds hadden wij 3.500 medewerkers verspreid over achttien locaties. En een decentraal IT-systeem. Dat betekende bijvoorbeeld dat als je in Groningen iets wilde weten over Limburg, dan moest je er in Groningen uit om in Limburg weer in te loggen. Dat hebben wij gecentraliseerd. Iets waar wij overigens nog steeds mee bezig zijn.”

“Ook hebben wij de organisatie compacter gemaakt om zo klaar te zijn voor de toekomst. Tegenwoordig werken er circa 2.000 mensen bij het Kadaster, verspreid over acht vestigingen. Verder hebben wij opdrachten binnengehaald waarvan wij vonden dat zij bij het Kadaster hoorden. Wij hebben uiteindelijk de overgang gemaakt van registratie en datalevering naar een organisatie die allereerst heel goed de omgeving bekijkt en bestudeert.

Om vervolgens die data en kennis, op basis van maatschappelijke vraagstukken die er liggen, aan te bieden. Locatiegebonden gegevens zijn gigantisch belangrijk: alles kent immers een locatiegebonden element, van waar er oorlogen zijn tot waar er natuurgebieden moeten komen. Het is informatie die voor beleidsmakers en beslissingsnemers van essentieel belang is.”

“Ook hebben wij, figuurlijk gesproken, de ramen en deuren opengegooid. Wij zijn in contact getreden met de politiek in Den Haag en zijn gaan praten met de mensen die onze systemen zouden moeten en willen gebruiken. Aan hen hebben wij gevraagd hoe zij de informatie aangeleverd wilden krijgen, wat wij daarvoor zouden moeten doen en ook wat hun vraagstukken waren. Die oriëntatie op wat onze afnemers en toeleveranciers wilden, is de aanjager geweest voor de verandering van onze organisatie. We hebben ons imago geüpdatet. Mensen hadden destijds toch een beeld van een wat stoffige instantie.”

Volgende fase

Hoe ziet de volgende fase voor het Kadaster eruit, vragen wij ons af. Burmanje heeft de toekomst helder op het netvlies staan. “De volgende fase behelst het maken van een extra slag in de manier waarop wij informatie aanleveren. Wij zijn in de afgelopen periode al enorm gedigitaliseerd, van de manier waarop wij topografische informatie in beeld brengen tot de communicatie met externe partijen zoals notarissen.

De grootste uitdaging in de volgende fase is de vraag hoe wij het tempo van technologische ontwikkelingen bijhouden. En hoe wij de competentie kunnen behouden om te beoordelen welke technologie wij wel en niet moeten toepassen.

Dan heb ik het bijvoorbeeld over artificial intelligence, augmented reality, blockchain, autonoom rijden, open data en big data. Dat beoordelen doen wij zelf – met onze CIO en een intern innovatieplatform – samen met onze partners, zoals de notarissen. Uiteindelijk beslist het bestuur en de directie over het toepassen van technologie. Dat doen wij in de tweewekelijkse vergadering met de twee bestuursleden en vier directieleden, waaronder onze CIO. Tijdens de vergadering hebben wij een vast onderdeel: de ‘flexibele strategische agenda’. Daarin bespreken wij welke ontwikkelingen in de buitenwereld ons in de afgelopen periode zijn opgevallen.

En vervolgens bekijken wij of wij daar iets mee moeten doen als Kadaster. Dat gebeurt in een relatief korte periode van hooguit zes weken. Aan het eind daarvan weten wij of we er iets mee moeten of het naast ons neer kunnen leggen. En als wij er iets mee doen, dan gaat het in een apart versneld traject.”

Toekomst

In een tijdperk waarin internetgrootmachten zoals Google de data tot het nieuwe goud hebben gebombardeerd, dient de vraag zich aan of het Kadaster binnenkort nog wel zonder concurrenten opereert. Google levert immers nu al op mondiaal en lokaal niveau geo- en topografische informatie.

Werkt het Kadaster bijvoorbeeld al met Google samen, wil Van Vliet weten. “Google heeft hier ooit op de stoep gestaan. Zij wilden ons kopen. Wat ik toen zei? Nou, ik heb eerst maar eens gevraagd wat zij voor ons boden, haha! Dat was veel te weinig naar onze smaak. Ik had overigens geen overnamebod geaccepteerd. Gezien onze positie binnen de Nederlandse maatschappij zou het ook niet tot de mogelijkheden moeten behoren. Wij leveren de Nederlandse samenleving essentiële informatie zonder enig partijdig belang. En dat moet zo blijven.”


Dorine Burmanje

De studie bedrijfseconomie doet het al vermoeden: Dorine Burmanje heeft oog voor het leiden van organisaties. Koppel daar haar initiële studie Orthopedagogiek aan vast en haar leiderschap heeft een prima theoretische onderbouwing.

De praktische kant van het leiden van een organisatie heeft Burmanje in de loop van haar carrière opgedaan. Zoals in 1995 als plaatsvervangend directeur bij EnergieNed (de brancheorganisatie voor energiebedrijven in Nederland). Een functie die zij vier jaar lang bekleedde. Het was een opstap naar tal van leidinggevende posities, van secretaris-directeur bij Waterschap Rijn en IJssel tot haar huidige baan als voorzitter van de raad van bestuur van het Kadaster (sinds 2004).

Naast haar leidinggevende functie is Dorine Burmanje ook actief als toezichthouder. Zo is zij commissaris bij Zeeman Textiel Supers, BDO Nederland, Afvalenergiecentrale ARN en ANWB (voorzitter RvC). In het verleden was zij onder andere commissaris bij de Sligro Food Group en lid van de raad van toezicht van het regionaal opleidingscentrum ROC Aventus.

Gerard van Vliet is directeur van de Nederlandse vereniging van commissarissen en directeuren, Paul Teixeira is hoofdredacteur van BaaS.

Dit is het vaste redactieaccount van IT Executive. Hierachter gaan meerdere redacteuren schuil. Je bereikt ons op redactie[at]itexecutive.nl.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam