1. Met ‘bedrijven’ worden tevens ‘(overheids)organisaties’ bedoeld.

2. Voor deze beoordelingscriteria heb ik mij laten inspireren en souffleren door vele topexperts. De teksten onder de criteria zijn slechts illustratief, dus niet uitputtend.

3. Dat is software toegesneden op de eindgebruiker (burger; medewerker in een bedrijf).

4. Sociale cohesie wordt digitaal gefaciliteerd door burgers met burgers te verbinden, door groepsvorming te vergemakkelijken en burgerinitiatieven te ondersteunen.

5. In een dataplatform zijn de gegevens- en regelverzamelingen geordend naar gegevensgebieden die vanuit beheeroptiek zijn afgebakend. Een platform zorgt voor de verbinding van een grote variëteit aan leveranciers met vele gebruikers elk met hun eigen wensen. Het tegenwoordig onmisbare mobieltje is het platform waarop app-leveranciers van verschillende pluimage hun diensten plaatsen voor gebruikers die ze veelal nog kunnen toesnijden naar hun eigen behoefte.

6. Een datafabriek met een zeer groot data-archief.

7. Het als platform aanbieden van gegevensgebieden, applicatielandschappen en brainstormmogelijkheden als LinkedIn.

8. Consensusaanpak

9. Voor het primair en het voortgezet onderwijs bepaalt de minister wat de leerlingen moet worden aangeboden. Voor het middelbaar beroepsonderwijs, de hogescholen en de universiteiten zijn de instituten zelf verantwoordelijk. Maar daar kan de minister wellicht wel een zwaarwegend advies geven over minimale, digitale geletterdheid.