Verandering is aan de orde van de dag bij organisaties. Verandering van de eigen structuur, verandering van het businessmodel, verandering van de afzetmarkten of verandering van de manier waarop er met de diverse ‘stakeholders’ wordt gecommuniceerd.

De raad van bestuur heeft hierbij de primaire verantwoordelijkheid. Maar zo’n RvB opereert doorgaans niet geheel op eigen houtje. Daarvoor komt de raad van commissarissen, in al zijn gedaanten en variaties, om de hoek kijken. Hoe hou je als RvC toezicht op de veranderingsdrift? NCD-directeur Gerard van Vliet en BaaS-hoofdredacteur Paul Teixeira vroegen het Hanny Kemna, onder andere lid van de RvC van Binck Bank, Menzis en MN.

Het is zo’n ontmoeting waarbij het begin het ergste doet vermoeden. In de geboekte Haarlemse vergaderlocatie is de receptioniste zo’n drie kwartier lang spoorloos. Zonder dat er een mogelijkheid is om haar te bereiken. En dat is aardig vervelend, gezien zij de enige is die de sleutel heeft waarmee de vergaderruimte is te openen.

Ondertussen loopt de fotograaf binnen. Hij kijkt licht afkeurend naar de strakke, maar non-descripte inrichting van het bedrijfsverzamelgebouw. Je ziet hem denken: Dit wordt een uitdaging. Hij besluit wat rond te dwalen door het pand, camera in de hand, op zoek naar een acceptabele achtergrond voor de fotoshoot.

Nog altijd geen spoor van de receptioniste. De interviewers wachten steeds ongeduldiger op haar. Inmiddels is ook Hanny Kemna binnengekomen. Nog weer een kwartiertje later keert de receptioniste dan eindelijk terug op haar post. Met de ouderwetse sleutel in de hand gaat zij het gezelschap voor naar de vergaderruimte – om te concluderen dat de deur elektronisch is geblokkeerd.

Met lichte verwarring checkt de receptioniste of de reservering eigenlijk wel in het systeem is ingevoerd. Dat blijkt niet het geval. “Tja, computers, hè.” Zonder breekijzers lukt het uiteindelijk om de vergaderruimte te betreden. Dat een en ander minder vlotjes is verlopen, is de schuld van ‘het computersysteem’, aldus de receptioniste. Een mooie start voor een gesprek met Hanny Kemna over technologie, disruptie, toezichthouders en veranderende businessmodellen.

Digitale afhankelijkheid

Hoe prangend is het vraagstuk van digitale transformatie nou eigenlijk? Hanny Kemna is daar duidelijk over. “Je bent heel druk bezig met het opbouwen van een bedrijf. Je hebt een idee in je hoofd: zo moet het, dit is het businessmodel, dit is heel goed voor mijn klanten. Hier kunnen wij geld mee verdienen. Zo hebben wij de laatste tientallen jaren gedacht. Dan ben je over het algemeen wat minder bezig met wat er om je heen gebeurt. Je bent immers druk met het bedrijf op te bouwen. Daar had je in het verleden meestal ook de tijd voor. Het was overzichtelijk: je kende je concurrenten en je klanten.”

‘Wij zijn afhankelijk geworden van technologie die niet meer eenvoudig te bevatten is’

“We merken nu de impact van de opkomst van hoog gedigitaliseerde ondernemingen met flink veel kennis en ook een broertje dood aan wat nou hoort in een specifieke bedrijfstak. Die krijgen de nodige ondersteuning en bijval van het grote publiek in het algemeen en klanten in het bijzonder.

En die groepen zijn door de voortschrijdende digitalisering sinds een paar jaar mondiger en communiceren meer en sneller. Je komt niet meer weg met het oude denken. Je wordt verrast door de snelheid waarmee dat allemaal gebeurt. Om goed te begrijpen hoe dat in elkaar zit, moet je je er echt in verdiepen. Je moet je van die toegenomen digitale afhankelijkheid bewust zijn.”

Evolutie of revolutie?

Achterover leunen als RvB en RvC is geen optie, zo klinkt het door in Kemna’s betoog. Wie dat wel doet en denkt dat klanten niet zomaar zullen weglopen, kan zomaar onaangenaam verrast worden als er door bijvoorbeeld veranderende regulering een opening ontstaat voor nieuwe, digitaal gedreven concurrentie.

En dan doet de leeftijd en historie van de bewuste organisatie er minder toe, zo stelt zij. “De gemiddelde levensduur van een zelfstandig en onveranderd opererend bedrijf was vroeger pakweg zo’n 65 tot 70 jaar. Tegenwoordig praat je over gemiddeld een jaar of vijftien. Dan ben je al heel lang bezig, dan ben je een stabiel bedrijf.”

Hebben wij het nu over een evolutie of over een echte revolutie, een digitale disruptie die het leven zoals wij dat kennen op zijn kop gooit, zo wil mede-interviewer Gerard van Vliet weten. “Ik denk dat het een revolutie betreft”, zegt Hanny Kemna beslist. “Maar ik moet daar even wat context bij schetsen.

De afgelopen maanden ben ik – samen met andere toezichthouders en bestuurders – in Silicon Valley geweest, waar ik onder andere de Singularity University en Google X heb bezocht. Hier kregen we een goed verhaal gepresenteerd door mensen van Waymo (een dochteronderneming van Googles moederbedrijf Alphabet, red.), die de zelfrijdende auto op straat testen.

Iedereen wilde mee met een testrit, dus was er een prijsvraag om een van de schaarse plaatsen te winnen: ‘Er rijden tweehonderd echte testauto’s rond in Silicon Valley. Hoeveel mijlen per week worden er daarnaast nog in simulatie gemaakt om ervoor te zorgen dat de AI-algoritmen voor de zelfrijdende auto steeds verder en sneller worden verbeterd?’”

Weten te winnen

“Om te winnen moet je je wel enigszins een geïnformeerde voorstelling kunnen maken van artifical intelligence en wat er technisch mogelijk en functioneel nodig is aan simulaties, data en algoritmes om zo’n auto goed en vooral veilig door het verkeer te loodsen.

By the way: het juiste antwoord was 57 miljoen mijl. Per week! Ik zat er met mijn best guess van 25 miljoen nog mijlenver naast, maar wel het dichtst bij en mocht met twee collega’s mee. Geweldige ervaring!

Waar het me om gaat in dit voorbeeld is dat dit soort ‘guess-vragen’ tegenwoordig constant op je af komen in het bedrijfsleven: waar moet ik in investeren? Of als wij iets kapitaliseren, hoeveel, voor hoe lang, wat kunnen wij dan niet meer doen en zal de concurrent met meer technische slagkracht niet sneller en beter zijn? Als je als bestuurder de mogelijkheden niet kent of overziet, dan wordt het heel lastig om de juiste beslissing te nemen en dus te winnen.

De digitalisering zorgt ervoor dat het aantal ‘guess-vragen’ en de complexiteit daarvan snel groter worden dan voorheen. Dat zit ’m onder andere in de ongelooflijke versnelling van de technologische ontwikkelingen. Dat is het hockeystick-effect. Kijk naar bijvoorbeeld jouw smartphone: dat ding kan meer dan een computersysteem van tien jaar geleden. En de komende tijd zal het tempo alleen maar hoger worden.”

Raken we de controle kwijt?

Goed, de technologische ontwikkelingen zullen de komende jaren alleen maar sneller gaan. Maar hoe zit het met de menselijke acceptatie van al die veranderingen. Zal die gelijke tred houden?

“Dat vind ik wel een probleem. Toen ik mensen vertelde dat ik in een zelfrijdende auto van Waymo was meegereden, vroegen zij mij of ik dat niet eng had gevonden. ‘Je legt jouw leven toch niet in handen van zo’n auto’, zeiden zij. Het was een beetje alsof ik mensen sprak die vol verwondering naar een antieke telefoon keken: ‘Kun je door dat draadje praten?’

Ik begrijp goed dat mensen ongerust kunnen zijn, gesterkt door de berichtgeving over een zelfrijdende testauto van Uber, die helaas recent een verkeersdode heeft veroorzaakt. We moeten ook bedenken dat we nu al weten dat er in de niet zo verre toekomst juist veel minder verkeersslachtoffers zullen vallen omdat we door de zelfrijdende auto minder afhankelijk worden van dronken, slaperige, onervaren menselijke chauffeurs.

Dat door de zelfrijdende technologie ook een radicale verandering in de transport- en vervoerswereld plaatsvindt, is iets waar nog maar weinig mensen over nadenken. Mensen hebben steeds minder begrip van de technologie die zij dagelijks gebruiken. Zij hebben het gevoel dat ze de controle kwijtraken. Dat leidt nogal eens tot twijfel, wantrouwen, protectionisme en de roep om steeds meer regulering.

‘Durf je af te vragen wat en wie jouw bedrijf omver zou kunnen trekken’

Wij zijn afhankelijk geworden van technologie die niet meer eenvoudig te bevatten is en dat kan zorgwekkend zijn. Maar laten we de voordelen niet verspelen, kijk naar de ongekende mogelijkheden die zich nu al openbaren op bijvoorbeeld het gebied van eHealth, de digitale overheid en nieuwe werkgelegenheid.”

RvC met technologische kennis

Haar IT-achtergrond, financieel inzicht en internationale ervaring als IT-auditor, partner en bestuurder bij accountant- en adviesbureau Ernst & Young (EY) maken Hanny Kemna misschien het bekende schaap met vijf poten. Een scepticus zou misschien zelfs zeggen dat zij een van de weinige commissarissen in Nederland is die verstand van IT-zaken heeft én die over bestuurservaring beschikt.

Betekent dat ook dat zij binnen ‘haar’ RvC’s zo’n beetje de enige is die zaken op technologische waarde kan en mag schatten? Kemna nuanceert: “In de raad van commissarissen van Menzis zit ik onder anderen met Theo Rinsema, de voormalige algemeen directeur van Microsoft Nederland. Daar zit ik meer op de ‘control’, de beheerste operations en procesinnovaties, terwijl Theo meer vooruitkijkt. Hij richt zich op zaken als strategie, maatschappelijke impact en de verbinding met allerlei innovaties.

Die twee invalshoeken – gecombineerd met andere meer ‘klassieke’ RvC-profielen – versterken elkaar op een ongelooflijke wijze. Dat is geweldig.”

Wat Kemna betreft, is dat de beste manier waarop een raad van commissarissen functioneert: minimaal twee personen met technologische kennis. “Ik vind het helemaal niet erg om op dat gebied een ‘excuus-Truus’ te zijn. Maar het werkt minder optimaal. Als je de enige bent die begrijpt wat er op innovatiegebied gebeurt en die elke keer weer dat soort zaken op de agenda zet: dat doe je twee tot drie keer.

Als je RvC-collega’s je telkens welwillend, maar met een blik vol onbegrip aankijken, dan leg je het een paar keer uit. Maar op een gegeven moment denk je: kom op zeg, we moeten volume hebben – net als in de vrouwendiscussie. Dus als het kan: graag twee tot drie mensen met een strategische, digitale achtergrond in de RvC. Dat werkt twintig keer beter dan een RvC met maar één digitaal onderlegde commissaris.”

“Laat je niet gek maken”

De voortschrijdende digitalisering lijkt vooral bedreigend te zijn voor organisaties. Dat is niet echt nodig, vindt Kemna. Zij pleit voor een houding van ‘rustig blijven ademhalen’. “Daarom is dit mijn advies aan RvB- en RvC-leden. Neem de tijd – maar niet te lang – om zaken goed te analyseren. Laat je vooral niet overschreeuwen en gek maken. Stel de juiste vragen, zoals ‘hoe verdienen wij over twee jaar nog geld?’ ‘Als wij niets doen, wat gebeurt er dan, wie neemt ons marktaandeel over en met welke middelen?’ En: ‘Welk probleem lost deze technologie of toepassing op?’

Durf je af te vragen wat en wie jouw bedrijf omver zou kunnen trekken. Wees als RvC-lid grenzeloos nieuwsgierig, kijk om je heen en durf te vragen. Blijf vooral leren, zodat je de business en de ontwikkelingen om je heen blijft snappen en een waardevol klankbord voor de RvB kunt zijn.”


Profiel Hanny Kemna

Aan zowel theorie als praktijk ontbreekt het Hanny Kemna niet. Na haar studie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (taalwetenschap) en de hbo-studie bedrijfsinformatica startte zij wat een carrière in de IT leek. Bij het Automatiseringscentrum Ideta om precies te zijn.

Bij Ideta werkte Kemna zes jaar als systeemontwikkelaar, tester en kwaliteitsmanager. In 1992 maakte zij de overstap naar het accountant- en adviesbureau Ernst & Young (EY), waar zij aan de slag ging in de functie van IT-auditor. Zij rondde haar hbo-studie bedrijfsinformatica, een postdoctoraal IT-audit en een executive MBA aan INSEAD af en nog geen zeven jaar later werd zij tot partner bij EY benoemd.

In de loop van de daaropvolgende jaren kreeg zij als ‘Lead partner IT Assurance Financial Services’ een Europese bestuursverantwoordelijkheid. Tot 2014. In dat jaar besloot Hanny Kemna EY te verlaten om lid van de raad van commissarissen van de financiële dienstverlener Binck Bank N.V. te worden.

Later kwamen daar onder meer commissariaten bij zorgverzekeraar Menzis, het Nederlands Instituut voor ICT in de Zorg, pensioenuitvoerder MN en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten bij.

Fotografie Mark van den Brink

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter