Het is een duivels dilemma: moet je als CEO op de oude voet doorgaan totdat bestaande of nieuwe concurrenten jouw marktpositie uitdagen of kies je voor een eigen ‘disruptieve stap’? De makkelijkste strategie is die van het afwachten en reageren op externe disruptie. Met het risico dat je te laat bent of dat het adequaat reageren buitensporig veel middelen kost.

Om maar te zwijgen over het gevaar dat de diverse belanghebbenden, zoals RvC, werknemers, aandeelhouders en de publieke opinie, in opstand komen. Bob Hutten, CEO en eigenaar van Hutten Catering, koos voor de minst makkelijke weg en sloeg zelf zijn ‘disruptieve slag’. Zoals hij dat zo’n beetje zijn hele leven lang al doet.

Het Veghelse Hutten Catering is sinds medio jaren negentig van de vorige eeuw actief als bedrijfsrestaurateur en cateraar voor feesten en evenementen. In de loop der tijd is daar door een overname een eigen bakkerij bijgekomen. Een mooi familiebedrijf dat in 2016 83,5 miljoen omzet draaide en inmiddels organisaties als chipgigant ASML en voetbalclub PSV tot de klantenkring rekent.

Zakelijk gezien, zou Bob Hutten dan ook rustig op de oude voet door kunnen blijven ondernemen. Met hier en daar de introductie van wat noviteiten en de toevoeging van snufjes procesoptimalisatie en kostenreductie. Geen vuiltje aan de lucht.

Van betekenis zijn

De Brabander in hart en nieren wil echter niet stilzitten. Los van de diverse verbeteringen in zijn cateringbedrijf (waaronder het promoten van gezond voedsel gecombineerd met een gezonde leefstijl) startte hij in 2016 De Verspillingsfabriek. Een initiatief waarmee hij de wenkbrauwen van vriend en vijand omhoog liet gaan. Want wat moet een geoliede cateringmachine toch met een fabriek waar soep en sauzen worden gemaakt van overrijpe tomaten en andere groenten die de uiterste houdbaarheidsdatum wel heel erg naderen? Hutten wilde daadwerkelijk actie ondernemen tegen de verspilling van voedsel. Dat is op zich al een aardige motivatie.

Maar er is meer, zo zegt hij: “Voor mij en mijn bedrijf zijn twee zaken heel belangrijk: van betekenis zijn en bijdragen aan het geluk van een ander. Dat klinkt misschien wat raar, maar het is echt de essentie van Hutten. Dat doen wij voor onze medewerkers, onze leveranciers en onze klanten.

Om je er een voorbeeld van te geven: onlangs hebben wij een oncologisch kinderziekenhuis als klant gekregen. Je hebt daar te maken met kinderen die niet of nauwelijks willen eten. Hun smaakbeleving verandert per chemotherapie. Om hen toch te laten eten, heeft ons team de gerechten daarop aangepast, zijn de menu’s in stripvorm gemaakt en brengen wij het eten rond in een ‘Kanjer Kar’. Alles is erop gericht om kinderen te verleiden om ondanks alles toch te eten. En het werkt. Ik kreeg onlangs een brief van ouders wier zoontje al een dag of tien geen gewoon voedsel at. En dat het kereltje dankzij onze aanpak toch weer is gaan eten.”

Bedrijfseconomisch fundament

Op basis van het empathisch ondernemerschap en de drang naar innovatie, is Bob Hutten met De Verspillingsfabriek gestart. “Wij leven in een tijd waarin mensen zich, gelukkig, steeds meer bewust zijn van het feit dat goed en gezond voedsel essentieel is voor het lichamelijk en geestelijk welzijn. En tegelijkertijd gooien wij enorm veel goede producten weg: zo’n vijf miljard euro per jaar, alleen al in Nederland.” Dat kan anders en beter, vindt hij. Vandaar de Verspillingsfabriek.

“Door empathisch ondernemerschap en innovatiedrang is De Verspillingsfabriek gestart”

Hoe zweverig het ook wellicht klinkt: aan De Verspillingsfabriek ligt zeker een bedrijfseconomisch fundament ten grondslag. Het bedrijf moet op termijn domweg winst gaan maken. Bob Hutten gaat ervan uit dat eind 2018 de boel in ieder geval quitte zal draaien, na een eigen investering van enkele miljoenen. Dat moet onder ander gerealiseerd worden door de verkoop van soepen die onder het label ‘Barstensvol’ in onder andere supermarkten te vinden zijn. Die soepen worden gemaakt op basis van groenten afkomstig uit de zogenoemde reststromen. Dat kunnen tomaten zijn die tegen het einde van de houdbaarheid aanlopen of wortelen die niet aan het schoonheidsideaal van de consument voldoen.

Daarnaast heeft Hutten van De Verspillingsfabriek en het overkoepelende bedrijfspand THREE-SIXTY een internationale ontmoetingsplek gemaakt voor beleidsmakers en anderen die zich bezighouden met de circulaire economie in het algemeen en voedselverspilling in het bijzonder. Dat laatste levert geen enorm positieve bijdrage aan de bottom line, maar het zorgt er wel voor dat De Verspillingsfabriek en Huttens denkwijze breed onder de aandacht komen.

Overtuigen en samenwerken

Het een en ander is wat minder makkelijk verlopen dan gehoopt, zo geeft Bob Hutten toe. Allereerst is er de uitdaging om in kaart te brengen wat er waar aan voedsel dreigt te worden weggegooid. Er is namelijk op dit moment nog geen centraal systeem waarin dat wordt bijgehouden. En vervolgens komt het probleem om de hoek kijken hoe je al die reststromen bijtijds en kostenefficiënt naar de Veghelse Verspillingsfabriek krijgt.

Ook kunnen sommige soorten groenten niet altijd in de bestaande soepproducten worden verwerkt. Aan dat laatste wordt continu gewerkt. De logistieke kant van de zaken zal uiteindelijk ook goed komen, is Huttens stellige overtuiging. Het is slechts een kwestie van het overtuigen van en samenwerken tussen de verschillende partijen in de volledige keten. Van boer tot en met supermarkt en consument. Een dergelijk systeem moet worden gebouwd, samen met andere belanghebbende organisaties.

Internationale aandacht

Hulp van derden is absoluut nodig om voedselverspilling een halt toe te roepen, zegt Hutten. En die hulp is niet makkelijk en snel te verkrijgen. Met name van de kant van de Europese en nationale overheid had hij eerder steun verwacht. Maar gelukkig is die er nu, na twee jaar, dan toch gekomen. Dat de overheid interesse toont, is niet zo vreemd, zegt hij: “Er is nergens ter wereld een centrum tegen voedselverspilling zoals dat van ons. Dat wekte de nodige internationale aandacht. Per jaar komen er meer dan 30.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Voedselverspilling en voedselverlies door slechte processen, bijvoorbeeld in derdewereldlanden, is echt een ernstig maatschappelijk probleem. Wij gooien voor 3 miljard mensen per dag aan eten weg en er lijden dagelijks 800 miljoen mensen honger. Dat is toch bijzonder wrang?”

“Op dit moment zijn we zover dat we met zeer grote partijen een systemische aanpak tegen voedselverspilling gaan vormgeven. Daar profiteert allereerst Nederland maximaal van en later ook de rest van Europa en de Verenigde Staten. Ieder bedrijf dat met voedsel bezig is, kan zich straks wenden tot een helpdesk die met oplossingen op maat komt. Dat geldt voor elk element van de keten: van de boer tot de consument. Ik zie het niet alleen als ‘gewoon een verdienmodel’. Iedereen kan zo ook een prachtige maatschappelijke bijdrage aan het milieu leveren én de voedselschaarste wereldwijd tegengaan.”

 

“Privé en zakelijk zijn twee zaken heel belangrijk: van betekenis zijn en bijdragen aan het geluk van een ander”

 


Bob Hutten

Eigenlijk had hij professioneel tennisser moeten worden. Daar lag de aanvankelijke ambitie van Bob Hutten. Naar school gaan was voor hem geen enorm genoegen. Liever stortte hij zich op topsport. Toch is hij uiteindelijk niet op de internationale tennisvelden terechtgekomen. In plaats daarvan nam hij medio jaren negentig het roer over van zijn ouders in het familiebedrijf.

De discipline die Bob Hutten als tennisser had (hij behoorde destijds tot de top van het Nederlandse tennis, samen met namen als Paul Haarhuis), is hem goed van pas gekomen bij het leiden van Hutten Catering. Bij het overnemen van het familiebedrijf trof hij een onderneming aan die technisch failliet kon worden genoemd. Suboptimale inkoop en te krappe marges waren daar debet aan. Hutten stootte minder rendabele onderdelen af (zoals het restaurantgedeelte) en concentreerde zich geheel op de (bedrijfs)catering. Daarbij draaide hij op gedisciplineerde wijze werkweken van minimaal honderd uur. Een aanpak die hem en het bedrijf uiteindelijk geen windeieren heeft opgeleverd.

Maar tegelijkertijd is Hutten wars van de conventionele leiderschapsprofielen. Je zou hem een pater familias kunnen noemen: empathisch, streng waar nodig en vrijheid gevend waar mogelijk. Hij spreekt ook liever over ‘samenwerkers’ dan ‘medewerkers’. Die filosofie is terug te vinden in de werving van werknemers: het bedrijf opent welbewust de deuren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (van ex-gedetineerden tot Wajongeren). Bob Hutten is sinds 2017 voorzitter van het Brabantse Familiebedrijven Genootschap.

Fotografie Arnold Reyneveld

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter