Architectuur staat voor orde en samenhang van de IT-functionaliteiten, intelligente, adaptieve IT-constructies en een enthousiasmerende gebruiksbeleving (een fijne ‘look en feel’). Die eisen waarmaken is geen sinecure. De architect heeft daardoor geen vrijblijvende opdracht. Architectuur-auditor Daan Rijsenbrij stelde die verantwoordelijkheid ter discussie in een break-outsessie. Voor die bijeenkomst werden door hem twee gespecialiseerde IT-advocaten ingevlogen: Polo van der Putt en Patrick Wit. Gezamenlijk bereidden zij enkele prikkelende stellingen voor.

“Het irriteert mij mateloos dat veel architecten hun vak op een vrijblijvende manier uitoefenen”, zette Daan Rijsenbrij de toon. “De architect is veelal de rechterhand van de CIO: iemand van een hoog niveau met een dito salaris. Daar hoort een grote mate van verantwoordelijkheid bij. Het vereiste niveau hebben we de afgelopen jaren op verschillende manieren geprobeerd te reguleren – onder meer door certificering – al komt dat moeizaam van de grond.

Idealiter zou er een academische opleiding tot digitale architect moeten zijn. Bovendien, wanneer het misgaat, zou de architect zich daarvoor moeten verantwoorden. Eventueel tot aan de rechtbank aan toe.”

Wanpresteren

“Digitale architectuur negeren is wanpresteren”, bracht Rijsenbrij de eerste stelling in. Advocaat Polo van der Putt pakte ’m op: “Binnen de outsourcewereld is weleens de introductie van een outsourcings-eed voorgesteld, waarbij de leverancier belooft de uitbesteding naar eer en geweten uit te voeren.

Maar dat is eigenlijk veel te eenzijdig. Ook de klant kan een wanprestatie leveren, bijvoorbeeld door architectuur te negeren. We hebben in Nederland evenwel geen wet op IT-architectuur en IT-contracten. De juridische maatstaf is dat je als leverancier en afnemer redelijkerwijs moet handelen. Daarbij wordt de zogeheten ‘maatman’ gehanteerd: een gemiddeld goede functionaris, die in gelijke omstandigheden op een bepaalde manier zou optreden.”

Digitale architectuur negeren is wanpresteren”

De maatman moet door veranderend gebruik in de markt – denk aan professionalisering en normering – telkens aangepast worden aan de tijd. Van der Putt: “Gelukkig zie je architectuur steeds vaker op de afvinklijstjes terugkomen bij richtlijnen voor de outsourcing van IT. Dat betekent dat architectuur een onderdeel is van de huidige maatman. Wanneer de afnemer of leverancier dit links laat liggen, is hij dus al fout bezig. Negeren is dus inderdaad wanpresteren.”

Projecten

Een deelnemer wilde weten of er over architectuur al wordt geprocedeerd. “Naar mijn weten niet over architectuur, vanzelfsprekend wel over projecten.” Van der Putt antwoordde dat er een paar uitspraken zijn die betrekking hebben op opgeleverde oplossingen waar de klant niets aan had. “Het woord architect of architectuur is daarbij niet expliciet gevallen, al had de leverancier wel moeten onderzoeken of het geleverde aansloot bij de klantbehoefte.”

Collega-advocaat Patrick Wit vulde aan: “Bij mislukte projecten is het achteraf vaak lastig te beoordelen of het ging om slechte code, of dat de basis waarop gebouwd moest worden onvoldoende was. De rechter hecht aan dat laatste mogelijk niet zoveel belang, omdat over het algemeen de bouwer of leverancier aangesproken wordt. Toch zou je kunnen stellen dat wanneer de klant geen architectuur heeft, en dus geen fundament, deze zich bijvoorbeeld niet over incompatibiliteit van het opgeleverde werk zou mogen beklagen.”

Van der Putt: “Ik zou het iets anders willen formuleren. Wanneer je als opdrachtgever een offerte krijgt waarin architectuur niet expliciet is opgenomen, dan zul je ernaar moeten vragen. Wanneer je dat niet doet, dan schiet je tekort als opdrachtgever. Wanneer we bovendien stellen dat je als opdrachtgever een architectuur behoort te hebben, dan zou de leverancier zonder zo’n fundament niet moeten willen bouwen.”

Koudwatervrees

Volgens Daan Rijsenbrij is het probleem dat er zowel binnen de overheid als het bedrijfsleven koudwatervrees is om de leverancier voor de rechtbank te slepen. “Er wordt veel met de mantel der liefde bedekt.” Wit constateert wel een verandering, al komt er niet altijd een rechter bij aan te pas. “Het komt zelden voor dat één partij alles fout doet en de andere partij alles goed. Ook al mislukt er van alles, dan krijg je nog steeds een discussie waar het nu precies aan lag.”

“De laatste IT-zaak over de maatman betrof eigenlijk een architectuurkwestie”, aldus Van der Putt. “Al ging het echter om een adviesopdracht en niet om de bouw zelf. Het geleverde voldeed niet aan de vraag. De leverancier had op basis van de behoefte een ander systeem moeten adviseren.

Ikzelf heb ervaring met een zaak waarbij in de architectuur van het opgeleverde systeem diverse bottlenecks zaten. De klant had uitgevraagd op het niveau van redelijk standaardtechnische prestaties en capaciteit. De uitvraag was misschien niet volledig, maar omdat het allemaal netjes was aanbesteed, was er ook niet veel ruimte voor verdieping. De leverancier had eigenlijk niet moeten bieden, omdat de opdrachtgever de architectuur kennelijk had genegeerd. Ook in dit geval is er geschikt.”

Andere mores

Een CIO in het publiek merkte op dat binnen de aanbesteding ruimte moet zijn voor vragen of discussie over het uiteindelijke functioneren van de oplossing. Bij een te technische specificatie worden al snel zaken vergeten, die de leverancier vervolgens niet zelf mag invullen. “Het gaat vooral om de functionele uitvraag, omdat je uiteindelijk iets werkends wil hebben.”

Rijsenbrij: “Bij een Europese aanbesteding zou architectuur dus expliciet vermeld moeten worden. De leverancier moet zich dan terugtrekken wanneer de klant nog onvoldoende weet wat hij werkelijk wil en hoe dat past in zijn architectuur. Eventueel kan de leverancier een advies offreren om de klant te helpen bij het concretiseren van de vraag.” Instemming vanuit de zaal. “Het vraagt om andere mores”, aldus een deelnemer.

“Juridisch gezien is die morele verplichting er al”, stelde Patrick Wit. “Je moet als leverancier waarschuwen wanneer de klant iets vraagt zonder context. Maar wat gebeurt er als je dat inderdaad doet en de klant vraagt tóch om de oplossing? Bestaat er dan nog steeds een juridische plicht om de opdracht te weigeren? Ik denk van niet.”

Een deelnemer achtte het ‘schandalig dat we op dit terrein nog zo onvolwassen zijn’. Er moet een moraal worden ontwikkeld, waarbij er door de leverancier gewoonweg niet wordt aangeboden. Polo van der Putt: “Ook de opdrachtgever moet kunnen weigeren wanneer zaken niet in orde zijn.”

Solution

Tweede stelling: solution-architectuur mag niet bij de bouwer belegd worden. “We moeten de stelling iets breder trekken”, vond advocaat Wit. “Architectuur is het raamwerk waarbinnen solutions gerealiseerd moeten worden. De voorwaarden die bij de bouw aan oplossingen gesteld worden, zitten wat mij betreft aan de requirements-kant. Dit kun je niet neerleggen bij de bouwer, die dan als slager zijn eigen vlees keurt. De verantwoordelijkheden moeten dus strak gescheiden zijn. Wanneer er voor specifieke oplossingen nog een nadere definiëring van de architectuur nodig is, dan moet ofwel de enterprise-architect dat doen, ofwel je moet het uitbesteden aan een onafhankelijke architect.”

Daan Rijsenbrij: “Er moet onder de verantwoordelijkheid van een architect bij de opdrachtgever eerst een PSA worden gemaakt, waarin staat hoe de op te leveren oplossing uiteindelijk moet passen binnen het geheel. Hóé dat allemaal wordt gerealiseerd is voor een groot deel de verantwoordelijkheid van de bouwer.” Een deelnemer: “Die activiteit noem je wellicht geen architectuur meer.”

“Moet er tuchtrecht komen voor digitale architecten?”

Goed of fout?

Een deelnemer wilde weten wat voor impact het heeft als het misgaat en een zaak voor de rechter komt, wanneer de architect bij de bouwer zit en niet bij de klant?

Patrick Wit: “Allereerst moet je bepalen wat ‘fout’ is, afgezet tegen hetgeen je als ‘goed’ definieert. Naarmate dat laatste meer door de bouwer wordt gedefinieerd, bijvoorbeeld op basis van architectuur, is de kans dat het uiteindelijk fout is stukken kleiner.”

De betreffende deelnemer: “Daarom moet je als klant altijd zelf een architect in dienst hebben. Dan kun je voor de rechter aantonen dat deze het anders heeft bedoeld.”

Wit: “Correct. Wanneer de architectuur is uitbesteed aan de bouwer, dan ben je als klant verantwoordelijk dat daar iets goeds uit naar voren komt. Alleen in het geval dat er technisch prutswerk wordt geleverd, kun je dat nog juridisch aanpakken. Om als opdrachtgever die architectuur te kunnen toetsen die tijdens de bouw nader wordt ingevuld, moet de opdrachtgever zelf die kennis in huis hebben.”

Tuchtrechter

Rijsenbrij achtte het tijd voor de derde stelling: “Moet er een tuchtrechter komen voor digitale architecten? Polo van der Putt: “Tuchtrecht is natuurlijk het sluitstuk van een heel mechanisme, al zijn er genoeg beroepsgroepen waarin dit voorkomt: advocatuur, artsen, bankiers maar ook fysieke architecten.

In de periode van 2007 tot 2012 zijn er voor laatstgenoemde groep achttien uitspraken geweest door de tuchtrechter, wat betekent dat er een maatstaf is waartegen je gaat toetsen. Dit professionaliseert de branche, dus je krijgt een gedragscode, en wettelijke eisen aan de bekwaamheid en deskundigheid. Daar moeten leveranciers zich aan houden.”

“Als in de fysieke wereld een klant iets laat tekenen, moeten engineers beoordelen of het bouwbaar is”, aldus Rijsenbrij. “Wanneer je als klant of architect de kennis daartoe zelf niet in huis hebt, moet je die mensen inhuren.” Van der Putt beaamt dit: “De architect is verantwoordelijk voor een zorgvuldige berekening. Zo niet, dan kan deze uiteindelijk zijn titel verliezen. De eerste gedragsregel aan digitale architecten is dat deze onafhankelijk advies moeten geven. Je hebt dus een plicht die verder gaat dan de opdracht.”

“De architect heeft een plicht die verder gaat dan de opdracht”

Rijsenbrij: “Je hebt drie partijen: opdrachtgever, architect en bouwer. Mijn stelling is dat de architect onafhankelijk zou moeten zijn. Je ziet vaak dat de architect of bij de bouwer dan wel bij de opdrachtgever zit.”

Charlatan

Volgens een deelnemende CIO is het als opdrachtgever lastig in te schatten of een architect wel kan presteren. “Wat is de genoten opleiding, wat is zijn of haar kennis en kunde? Dat is allemaal nog behoorlijk vaag. Welke handvatten heb ik om het onderscheid te maken tussen een architect van formaat of een charlatan?”

Het uurtarief (‘minimaal 150 euro’) is een goede indicatie, aldus de discussieleider. Maar het zegt ook niet alles. Een goede architect is relatief duur, maar een dure architect hoeft nog niet goed te zijn.

“Ik ga vooral te rade bij collega’s”, vervolgde de deelnemende CIO. “Wie moet ik op basis van de ervaringen vooral wel hebben, en wie niet?” Een ander ziet de architect liever in loondienst: “Dan behoud je de kennis over hoe systemen in elkaar zitten in huis.” Rijsenbrij: “Dat zijn de enterprise-architecten. Ik denk dat je de solution-architect voor een cruciale, bedrijfskritische oplossing beter van buiten kunt halen.”

Een CIO uit de bouwwereld ziet parallellen in zijn businesspraktijk, waar architecten en bouwers niet van één en dezelfde partij zijn. “Dat werkt al jaren goed en zou ook binnen de IT moeten gelden.” Van der Putt: “De eerste IT-contracten bij de overheid, die overigens best eenzijdig waren, zijn ooit geschreven door bouwrechtjuristen. Dat is niet toevallig.”

Patrick Wit: “In de bouwwereld heb je geen architecten in loondienst, behalve bij een architectenbureau uiteraard, maar ze worden per definitie ingehuurd.” Bij overheidsprojecten zouden, net als in de fysieke bouwwereld, architecten en (onder)aannemers publiekelijk horen te worden vermeld. “Daar heeft de belastingbetaler recht op”, aldus de discussieleider.

Beroepsethiek

De vierde stelling ‘Een architect moet zijn beroepsethiek plaatsen boven het bedrijfsbelang’, maakte niet heel veel meer los, mede doordat het begrip moraliteit al aan de orde was gekomen. Wel kwam in dit verband het fenomeen ‘zorgplicht’ aan de orde, iets waaraan leveranciers zich eigenlijk niet zouden mogen onttrekken. In het geval van rechtszaken wordt er volgens Van der Putt steeds vaker een beroep op gedaan.

Een ander gerelateerd thema is rechtvaardigheid. “Ook wij mogen als advocaten geen zaken verdedigen die we niet rechtvaardig achten. Zorgplicht gaat dus verder dan de waarschuwingsplicht.”

Bleef uiteindelijk de vraag open waarom – gegeven het door iedereen onderschreven belang – je geen academische graad in de digitale architectuur kunt halen, net als in de fysieke wereld. In dat geval zou gelijk de beroepsethiek afgedicht zijn.

Er zou volgens een CIO een brede academische opleiding moeten komen voor IT’ers, waarna men vervolgens gaat specialiseren. Bijvoorbeeld op het gebied van architectuur. De vraag is wie daarvoor de basis gaat leggen: de beroepsgroep zelf, opdrachtgevers, de overheid of de IT-opleidingen?

Volgens advocaat Polo van der Putt houdt het ontbreken van een gedegen academische opleiding verband met het feit dat veel architecten in loondienst zijn. “Er zijn onvoldoende prikkels om je echt te willen onderscheiden, bijvoorbeeld op het gebied van scholing. Dat verandert wanneer het gros van de digitale architecten onafhankelijk zou zijn.”

Mensenlevens

Een deelnemer constateerde dat de impact van falende IT, anders dan bij de fysieke bouw, te beperkt is. “Het kost nog geen mensenlevens. Er is dus ook geen noodzaak voor certificering en opleiding van CIO’s, architecten en andere IT’ers. Misschien moet er wel eerst iets heel ernstigs gebeuren.”

Patrick Wit: “Het verlies van geld is kennelijk niet erg genoeg. Het geld is in de economie immers niet weg, maar wordt gewoon herverdeeld.” Rijsenbrij: “Ondertussen wordt IT-architectuur steeds belangrijker, juist wanneer CIO-achtigen meer en meer vanuit de businessdomeinen gaan opereren”, aldus Rijsenbrij. “De architect kan bepalen of zaken binnen het overkoepelende geheel passen of niet. Dat gaat wel gepaard met een grote mate van verantwoordelijkheid, waarop de architect wat mij betreft afgerekend mag worden”, sloot hij af.

Polo van der Putt en Patrick Wit zijn IT-advocaten. Onafhankelijk architectuur-auditor Daan Rijsenbrij (Rijsenbrij Digitecture) was gespreksleider.

Hotze Zijlstra (1964) is taalkundige en heeft al meer dan 30 jaar ervaring in het journalistieke domein. Als ‘vaste freelancer’ doet hij thans de hoofdredactie van CDO Magazine en maakt hij dragende artikelen voor de uitgaven BAAS en CIO Magazine.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter