Wie aan natuurparken in Zuid-Afrika denkt, denkt waarschijnlijk niet direct aan IT. Niet in de laatste plaats omdat ze zo ver van de bewoonde wereld liggen. Toch lijkt juist IT nu de oplossing voor het grote stropersprobleem in het land. Neushoorns vallen zo vaak ten prooi aan deze praktijken dat het dier – als het stropen in het huidige tempo blijft doorgaan – naar verwachting in 2025 uitgestorven is. IT-bedrijf Dimension Data doet er wat aan.

In de loop van de jaren werd al op verschillende manieren geprobeerd stropers te stoppen, maar aan deze initiatieven kleefden nogal wat nadelen. Dimension Data – dat zelf Zuid-Afrikaanse roots heeft – initieerde samen met partner Cisco het project Connected Conservation om stroperij op een heel andere manier tegen te gaan dan tot dan toe gebruikelijk was. Met succes: na achttien maanden werd al 96 procent minder neushoorns gestroopt. Wat was de rol van IT – en in het bijzonder internet of things (IoT) – hierbij? En wat kunnen bedrijven leren van deze aanpak?

Drastische gevolgen

De vraag naar neushoornhoorns is vooral in Azië groot, onder meer vanwege hun vermeende werking tegen kanker en als stimulerend middel. De straatwaarde ervan is zelfs groter dan die van cocaïne en goud. Sinds 2010 is er een toename te zien in het aantal neushoorns dat gestroopt wordt in Zuid-Afrika. In 2015 werd er naar schatting elke acht uur een neushoorn gedood, wat dus neerkomt op zo’n drie per dag. Het uitsterven van de neushoorn zou drastische gevolgen hebben. Niet alleen gaat een belangrijk deel van het Afrikaanse erfgoed verloren, ook raakt het ecosysteem verstoord, zal het toerisme afnemen en gaat de werkgelegenheid achteruit.

Logisch dus dat met verschillende maatregelen hard geprobeerd wordt stroperij tegen te gaan. Een van die methoden is door na verdoving een sensor of chip aan te brengen in de hoorn of onder de huid van de neushoorn. Maar dit zorgt vaak voor veel stress bij het dier. Daarnaast bestaat de kans dat de verdoving leidt tot blindheid of verlamming, waardoor de neushoorn geëuthanaseerd moet worden. Bovendien werden de rangers hierbij pas gealarmeerd als de stroper al had toegeslagen – en dan was het al te laat.

Een andere methode is het tot de basis verwijderen van de hoorn, die net als onze vingernagels vanzelf weer aangroeit. Deze maatregel is echter omstreden, aangezien neushoorns hun hoorn nodig hebben om bijvoorbeeld in de grond naar voedsel te zoeken en hun jongen te beschermen.

Grote uitdaging

Dimension Data zag in IT de mogelijkheid om stroperij tegen te gaan, zonder de nadelen van de bestaande methoden, namelijk door zich te richten op de mens in plaats van het dier. Het uitgangspunt werd een oplossing op basis van netwerktechnologie, security, IoT, sensoren en hybrid-cloudcomputing. Het doel van deze end-to-end-technologie moest zijn om voortaan proactief in te grijpen en mensen te stoppen die illegaal het reservaat binnengaan. Of ze nu gaten knippen in hekken, door helikopters op de grond worden gedropt of gewoon via de ingang binnenkomen.

Communicatie

Maar deze technologische aanpak had nogal wat voeten in de aarde. Het 62.000 hectare grote wildreservaat waar het project werd gestart, lag zeer afgelegen en had slechts basisvoorzieningen voor wat betreft communicatie. De toegangspoorten werden handmatig beveiligd. Om het project overzichtelijk te houden, werd het opgesplitst in twee fasen. De initiatiefnemers legden eerst een radio-based reserve area network (RAN) en een IT-infrastructuur aan in het reservaat, zodat een betrouwbare communicatieverbinding voor rangers ontstond.

Daarnaast werd elke toegangspoort voorzien van wifi en een local area network (LAN) om de communicatie tussen beveiligingspersoneel en de rangers in het reservaat sterk te verbeteren. Verder voorzag het team een groot deel van het gebied – met name de stukken met een grote kans op stroperij – van camera’s die fungeren als digitale sensoren. Deze zijn in staat vast te stellen of de gedetecteerde beweging van een dier of van een mens is. In dat laatste geval ontvangt de 24/7 bemande control-room een waarschuwing.

Hetzelfde gebeurt als de op de omheining of in het park geïnstalleerde sensoren verdachte omstandigheden registreren, zoals het doorknippen ervan. Bij ontvangst van de melding kan de dichtstbijzijnde ranger er meteen op af, eventueel per helikopter. Op deze manier is het mogelijk binnen zeven minuten ter plekke te zijn, wat voor de neushoorn een verschil tussen leven en dood kan betekenen. En dat allemaal als gevolg van dataverzameling. Een camera of sensor doet immers niets anders dan het analyseren van enen en nullen.

“Na achttien maanden werd al 96 procent minder neushoorns gestroopt”

Sensoren

In de tweede fase – die nu wordt uitgerold – voegen de teams thermische en seismische sensoren toe en draait alles om data-analyse. Een voorbeeld: er wordt een LoRaWAN (Long Range Wide Area Network) aangelegd en alle voertuigen die het reservaat binnenkomen, voor bijvoorbeeld bevoorrading van lodges en personeel voor de lodges, worden voorzien van een sensor. De data die deze sensoren genereren, komt terecht bij een analyticsteam dat op basis van predictive modelling bijvoorbeeld in de gaten houdt of een voertuig wel op de verwachte tijd terug bij de toegangspoort is.

Het voortdurend analyseren van data ondersteunt beslissingsprocessen en geeft inzicht in toekomstige ontwikkelingen. Vanzelfsprekend wordt veel aandacht besteed aan de beveiliging van de gegenereerde gegevens om te voorkomen dat ze in verkeerde handen vallen.

Digitale transformatie

Het Connected Conservation-project is niet anders dan de digitale-transformatieprojecten waar het bedrijfsleven momenteel mee worstelt. Dus wat kunnen organisaties leren van het Zuid-Afrikaanse initiatief? Allereerst bleek de gefaseerde aanpak een belangrijke succesfactor. Na de eerste fase waren de betrokkenen in staat om vanuit ervaring vast te stellen of de gekozen maatregelen effect hadden en hoe deze eventueel te versterken waren. Zo konden de middelen optimaal ingezet worden.

Een overambitieuze strategie – zoals bedrijven uit enthousiasme nog weleens hanteren – had kunnen leiden tot een onoverzichtelijk project. Bovendien maakte de gefaseerde aanpak het mogelijk alle betrokkenen geleidelijk te laten wennen aan een nieuwe situatie, zodat ze goed voorbereid aan de slag konden.

Daarnaast leerde de ervaring dat hybride IT de beste oplossing was. Voor realtime analytics is snelle actie nodig en daarom gebeurt dat on-premise. Maar het analyseren van enorme datahoeveelheden vereist juist weer veel storage- en computingkracht. Bijvoorbeeld voor het aantonen van een correlatie als ‘Neemt het aantal pogingen tot het illegaal binnentreden van het reservaat toe bij volle maan?’ Dergelijke analyses hoeven niet realtime te gebeuren en dan is een robuust cloudplatform veel geschikter.

Betere wereld

Het Connected Conservation-project is een van de voorbeelden van hoe technologie – en IoT in het bijzonder – nieuwe deuren kan openen. Dimension Data voorziet dankzij het succes van dit project bijvoorbeeld een belangrijke rol voor video als data-ingestion device. Bijvoorbeeld op plantages, om nauwkeurig te monitoren hoe gewassen groeien. Connected Conservation heeft in ieder geval misschien wel de nieuwe standaard gezet voor het beschermen van bedreigde diersoorten – de interesse vanuit andere landen is groot.

Technologie als wereldverbeteraar, wie had dat ooit voor mogelijk gehouden?