Tien jaar geleden was modelgestuurde softwareontwikkeling hot. Daarna kwamen trends als RAD (rapid application development)-platform en BPMS (business process management software) voorbij. Tegenwoordig is softwareontwikkeling gebaseerd op ‘low code’, het nieuwe buzzword. Alles wijst erop dat deze aanpak van een model opzetten, pakken, slepen en klikken van softwarebouwstenen een blijvertje gaat worden. Maar wat als het bouwwerk groot en complex wordt?

Onder de noemer ‘low code’ hoeft tegenwoordig een steeds kleiner deel van applicaties in reguliere softwarecode geschreven te worden. Hulpmiddelen variëren van API’s om verschillende (cloud)softwarecomponenten te ontsluiten, frameworks waar alleen nog businesslogica nodig is als input, tot platformen zoals Mendix, OutSystems, ThinkWise en WEM Modeler waarmee functionaliteit als Lego in elkaar te zetten is. Al deze vormen van low code zorgen ervoor dat nieuwe software steeds sneller gebruiksklaar is.

Exponentiële groei

Al in 2009 schetste Jeroen Versteeg, toen CEO van Sogeti, een toekomstbeeld waarin over tien jaar 80 procent van de nieuwe software zou bestaan uit kant-en-klare oplossingen, die zo in elkaar te klikken zijn. Het klonk toen ongeloofwaardig, maar we zijn hard op weg om die voorspelling waar te maken. De omzet in de low-code-markt bedroeg in 2015 nog 1,7 miljard dollar, blijkt uit marktcijfers van Forrester.

Marktspelers zien hun omzet dit jaar verdubbelen. Die exponentiële groei gaat de komende jaren doorzetten, zo verwacht de analistenforma. In 2020 zal de mondiale omzet uitkomen op 15,4 miljard dollar. De markt zit hierop te wachten omdat het bedrijven in staat stelt sneller applicaties op te leveren of aan te passen. Bestaande softwareontwikkeling hapert door een gebrek aan flexibiliteit.

Voor de bedrijfskundige rekenaars is low code een heel interessante ontwikkeling, want het zou kunnen betekenen dat de prijs van softwareontwikkeling fors omlaag kan en de rekenmodellen er heel anders uit komen te zien. Vooralsnog zien we de prijs nog niet zo hard dalen als je zou verwachten op basis van de productiviteitsverbetering die de verschillende low-codeoplossingen beloven.

Kennelijk is alleen minder code kloppen nog geen garantie voor lagere prijzen. Die had Jeroen Versteeg overigens ook niet beloofd. Om dat waar te maken moet je low code aanvullen met oplossingen om ook het ontwerpen en testen van nieuwe software efficiënter te maken en hulpmiddelen om governance te faciliteren. Want op dit soort aspecten valt nog een hoop te verbeteren, zo blijkt uit de praktijk.

Technische uitdagingen

Bij grotere implementaties van low code zijn er technische uitdagingen. Zo vertelde Frans Lohman, architect bij Rijkswaterstaat, op het recent gehouden Nesma-congres over software metrics dat de ontwikkelaar van een low-codeapplicatie maar beperkt controle heeft over de manier waarop de componenten in de uiteindelijke applicatie met elkaar communiceren. Dat kan leiden tot een spaghetti, die het beheer op zijn minst een stuk lastiger maakt.

Daarnaast stelt niet ieder low-codeplatform zijn gebruikers in staat om goed zicht te houden op het gebruik van goedgekeurde bouwstenen. Enterprisegebruikers slepen overal bouwstenen vandaan zonder na te denken over mogelijke nadelige consequenties voor de stabiliteit van een productieomgeving.

Die complexiteit zal aanzienlijk toenemen naarmate er meer applicaties gebaseerd zullen zijn op dit platform. Implementatie van een nieuwe applicatie blijft eenvoudig. Onderhoud van bestaande systemen zal complexer worden als de levensduur van systemen langer wordt. Bij het doorvoeren van wijzigingen in productie zijn ontwikkelaars ook met low-codeplatformen veel tijd kwijt om nieuwe componenten betrouwbaar te laten werken in bestaande processen.

Stel dat in een hr-verlofsysteem drie verloftoepassingen met werkstroom versie 1 werken en je gaat werkstroom versie 2 implementeren om het verlofsysteem te vernieuwen. Als versie 2 niet goed samenwerkt met versie 1-processen zul je deze vernieuwing niet door kunnen voeren, tenzij je ook de andere processen onder handen neemt. Even het systeem platleggen is bijna nooit een optie, omdat in een grotere organisatie elke seconde nieuwe verlofaanvragen binnenkomen. Met name voor toepassingen met een hoog volume aan transacties, ben je veel resources kwijt aan het patchen, niet aan de implementatie van nieuwe functionaliteit of applicaties.

Belofte

In die zin is de vraag terecht of low-codeplatformen hun bestaande belofte ook in de toekomst waar zullen blijven maken. En dat brengt ons op het issue van de verhouding tussen de kosten voor run en change in het applicatiedomein. Iedereen wil die heel graag de juiste kant op krijgen. Sinds de keynote van Jeroen Versteeg in 2009 blijft de verhouding nog steeds hangen in de buurt van de 80:20. Heel graag zouden we die verhouding om willen buigen naar 20 voor de run en 80 voor change. Want dan wordt software pas echt serieus goedkoper. Wij blijven de score bijhouden, wie verzint de list om dat voor elkaar te krijgen? Dit zal een van de grote uitdagingen zijn voor de komende jaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter