De mogelijkheden van het internet of things (IoT) zijn vergelijkbaar met het Nederlandse poldermodel, waarin diverse belanghebbenden hun krachten bundelen om gezamenlijk iets tot stand te brengen dat nog niet eerder is vertoond. De combinatie van denkkracht, ambacht, samenwerking en openstaan voor het experiment kan de mogelijkheden van het IoT tot grote hoogte stuwen. Dat bleek tijdens de derde, door T-Mobile en Samsung geïnitieerde Table Talk. Ditmaal in het Rotterdamse Parkheuvel.

“IoT is het nieuwe grote ding”, aldus Ewout Karel, naar eigen zeggen ‘nerd by nature’ en innovatiemanager bij T-Mobile. Hij trekt de vergelijking met de evolutie van de telefoon; die liep van vast apparaat via wap en mobiel internet naar de smartphone van nu. “Met het groeien van de mogelijkheden gaan er steeds meer (nieuwe) informatiestromen over de lijnen.”

In die zin is IoT volgens Karel de volgende fase. Je kunt volgens hem kiezen uit twee verschillende benaderingen: plannen op basis van veronderstelde kennis, of experimenteren vanuit het besef dat je onwetend bent. Aangezien we allemaal onwetend zijn, kunnen we dus maar het beste gaan experimenteren. “Just do it!”

Polderen

Ewout Karel memoreerde aan twee manieren van organiseren en zakendoen: het Anglo-Amerikaanse of Rijnlandse model. Het eerste gaat uit van winnen of verliezen, individueel succes, regels en contracten. Het tweede is gebaseerd op continuïteit, vertrouwen, win-winsituaties, communities en relaties.

“We zijn met z’n allen groot geworden dankzij het Rijnlandse model. Het heeft ons als land dijken, molens, weilanden, koeien en polders gebracht. Een zeer complex product, dat gerealiseerd is door samenwerkende ambachten. Diverse belanghebbenden, met een grote mate van diversiteit in businessmodellen.”

Het draait dus om ambacht en om kennis. Karel heeft dit gevat in een formule: kennis = informatie x (ervaring + vaardigheid + attitude). “Jullie hebben allemaal een ambacht, ervaring en een houding. Daarmee kun je dingen maken en samen iets nieuws realiseren, zoals met IoT. Dat is geen wedloop, geen winnen of verliezen, maar het creëren van een nieuwe polder.”

Dorpsomroeper

Chris Verhoeven, hoofddocent van het TU Delft Robotics Institute, vertelde over het ‘internet of robots’, waartoe het internet der dingen zich zal ontwikkelen. Maar voor hij tot de crux kwam, sprak hij eerst over de dynamiek van wetenschap en innovatie, en de manier waarop deze met elkaar samenhangen.

Binnen de wetenschap speelt de cyclus van observatie, verklaring, modellering en voorspelling. Wetenschap legt zo een basis voor ontdekking van fenomenen, maar pas wanneer er verbeelding bij komt, worden het innovaties. Het ontdekken van radiogolven is één, vervolgens de radio uitvinden is van een geheel andere orde.

“De autonomie van apparaten zal steeds meer geaccepteerd worden”

Volgens Verhoeven reageert de maatschappij altijd verschrikt op nieuwe technologie. “Dan wordt er geroepen dat je er dood van gaat of ziek van wordt. Maar uiteindelijk worden deze zaken toch geaccepteerd en toegepast. En zo wordt de dorpsomroeper vervangen door de radio, en de radio door Spotify.” Volgens Verhoeven is het een misvatting dat uitvindingen het antwoord zijn op de behoefte in de markt. “Die correlatie is heel zwak. De vraag naar iets nieuws ontstaat meestal pas later.”

Evolutie 4.0

De spreker maakte vervolgens een sprongetje naar robots. Deze zijn in zijn ogen het resultaat van de evolutie 4.0. Een ontwikkeling die loopt van virussen naar eencelligen en vervolgens meercellige dieren zoals de mens. De robot is vanuit die optiek een nieuwe diersoort: de elektroïde, met een elektronisch zenuwstelsel en elektrische spieren. Via radiocontact kunnen deze schepsels informatie en gedachten delen via de cloud. Omdat ze alle informatie en correlaties zien, kunnen ze tot zekere hoogte de toekomst voorspellen. Bovendien zitten ze niet vast aan lichaam, locatie of zelfs tijd.

Verhoeven haalde de veldtheorie van de Britse wetenschapper Rupert Sheldrake aan, die stelde dat zaken in de natuur een zogenoemde ‘morfische resonantie’ hebben. Deze theorie stelt dat er uitwisseling van informatie door groepen van gelijkaardige eenheden plaatsvindt via morfische velden, die een collectief geheugen vormen en gedrag, eigenschappen en kennis beïnvloeden. Denk aan de oriëntatie van duiven, het gedrag van termieten bij het bouwen van burchten, fantoomledematen na amputaties, of aan honden die weten wanneer hun baasje in aantocht is.

Waar op de theorie van Sheldrake vast het nodige valt af te dingen, is het collectieve geheugen van geconnecteerde robots (alles kunnend) door de combinatie met big data (alwetend) en IoT (alom aanwezig) een feit. Verhoeven spreekt van de ‘robotic trinity’, een drie-eenheid die in de toekomst tot ongelooflijke doorbraken gaat leiden. Robots zullen met hun voorspellende gaven een belangrijke dynamiek toevoegen aan het samenspel van ontdekken en uitvinden.

Filterbubbel

Mensen zullen in de toekomst steeds meer co-existeren met robots. “Het zijn gewoon dieren”, aldus Verhoeven. “De drone vervangt de valkenier, de autonome auto vervangt het paard, en de autonome truck paard-en-wagen. De autonomie van apparaten zal steeds meer normaal en geaccepteerd worden”, zo verwacht hij. Ethische vraagstukken over ‘wiens leven beschermt de auto’, verdwijnen te zijner tijd naar de achtergrond, omdat geavanceerde botsingpreventie de verplichte standaard wordt. Dit zal de veiligheid op de weg enorm verbeteren.

Op een vergelijkbare wijze zullen robots het leven op het werk en privé verbeteren, door mensen optimaal te ondersteunen. “Niet op basis van beheersing, maar door ze de juiste opdracht mee te geven.”

Informatie concentreert zich steeds meer in de cloud rond ‘frequent users’, die daarmee de belangrijkste dragers worden voor een collectief geheugen. Wanneer de robot uit het netwerk stapt, of wanneer beschikbare informatie gewoonweg niet gebruikt wordt, dan verdwijnt deze gaandeweg uit het netwerk. Dat is goed, want ook als mens kun en wil je niet alles onthouden. Informatie die absoluut bewaard moet worden, kan in een speciale bibliotheek worden geplaatst.

“In de industrie draait alles om de betrouwbaarheid op de lange termijn”

Bovendien kunnen geconnecteerde robots de gebruiker behoeden voor de zogenoemde filterbubbel, die ontstaat wanneer algoritmes ze door bijvoorbeeld locatie en eerder zoek- en klikgedrag isoleren binnen hun eigen culturele of ideologische luchtbel. De robot kan een dergelijk patroon herkennen en op zoek gaan naar andersoortige informatie.

Fruitvliegjes

Een ander fenomeen is de zwermrobot. Net als een zwerm insecten of vogels onderling verbonden lijkt, kunnen ook robot(drones) worden getraind om ‘self-deployed’ op een opdracht gestuurd te worden. Denk aan een zwerm van onderling verbonden brandmelders, verlichting of een ander statisch of vliegend sensornetwerk. Maar ook: elektronische fruitvliegjes die erop getraind worden om op een luchthaven drugs of zenuwgassen op te sporen.

Tijdens zogenoemde ‘potential field navigation’ gaan robots niet op zoek naar een locatie, maar naar een gebeurtenis. Samen doorzoeken ze ruimtes en delen daarbij informatie. Door de hoge mate van zelfreparerende en zelfactiverende mechanismen ontstaat bij al deze vormen van collectief verbonden robots een grote mate van redundantie.

Autonomie

Vraag van een deelnemer: moeten robots zichzelf willen en kunnen programmeren? “Nee”, aldus Chris Verhoeven. “Virussen, eencelligen en veel meercellige dieren denken ook niet na. Dat wil niet zeggen dat ze het niet ooit gaan leren. Wel zie je dat robots een zekere mate van autonomie hebben, bijvoorbeeld om hun batterij op te laden.” Andere vraag: hoe weet je dat een robot niet liegt? “Daarvoor zijn regels nodig met een zekere logica, die voorkomt dat individuele robots ‘outliers’ worden met een van de norm afwijkend gedrag.”

Conclusie: de toekomstige vooruitgang zal te danken zijn aan de combinatie wetenschapper, robot en uitvinder. Robots zijn het tastbare resultaat van de evolutie 4.0, een nieuwe levensvorm met een collectief geheugen in de cloud. Daardoor zijn deze nieuwe ‘dieren’ bij uitstek geschikt voor teamwerk.

Hardware

Tot zover de experimenten en de blik op de toekomst, over naar de dagelijkse praktijk. Ewout Karel introduceerde daartoe een tweetal heren, TWTG-CEO Goran Gavric en medeoprichter annex CTO John Tillema. Begonnen in 2012 als Tweetonig besloten twee vrienden annex studiegenoten om hun gedeelde missie vorm te geven: toekomstbestendige technologie creëren en genieten van wat ze elke dag doen. Inmiddels werkt TWTG voor klanten als Dell, KMPG, PostNL en T-Mobile.

Ook Goran Gavric haalde de telefoon aan als voorbeeld van een natuurlijke ontwikkeling. “Deze technologie is telkens een stapje verbeterd. De vooruitgang zit ’m voor een groot deel in de hardware. Maar we dreigen dat te verleren. Jongeren willen ontwikkelaars van games worden, niet van elektronische circuits.” Softwaredevelopers weten volgens hem niet eens meer hoe de hardware van een computer eruitziet. Jammer, want ook de ontwikkeling van IoT zal volgens hem voor een groot deel afhangen van de hardware.

Lichtcellen

Gavric maakt daarbij wel een onderscheid tussen de consumentenmarkt en industriële toepassing. “Wanneer we iets als consumenten mooi vinden, dan kopen we het gewoon. Een bedrijf als Samsung, tevens sponsor van deze bijeenkomst, is daar deels op gericht. De industrie is een totaal andere omgeving, waarin de ene technologie niet even simpel voor de andere wordt verwisseld. Daar draait alles om de betrouwbaarheid op de lange termijn.”

Er zijn volgens Gavric twee voorwaarden voor een succesvolle en brede toepassing van IoT: netwerken die onderlinge communicatie mogelijk maken, en hardware die ook in een uitdagende omgeving langer dan tien jaar mee kan. Liefst autonoom, dan wel met een minimale operationele ondersteuning. Devices worden om die reden bij voorkeur uitgerust met lichtcellen. Duizenden batterijen vervangen is namelijk geen optie bij IoT.

“IoT zal helpen bij de slag die we maken van terawatts naar terabytes”

John Tillema, CTO bij TWTG, vertelde vervolgens over de toepassing van geschikte IoT-hardware, bijvoorbeeld om spullen te kunnen lokaliseren in de logistieke sector. Maar ook voor voorspellend onderhoud van machines, gereedschappen en zelfs de pvc-buizen die een rol spelen bij de drinkwatervoorziening. Op basis van IoT kan via drukmeters een fitheidstest gedaan worden, zodat zwakke plekken in het netwerk gelokaliseerd kunnen worden. Daarmee kunnen buizen worden vervangen voordat ze gaan lekken en veel grotere problemen veroorzaken. “Het gaat bij IoT om de juiste sensor, die de gebruiker de juiste data geeft.”

Energietransitie

Ook voor energiebedrijven kan IoT van nut zijn, zo leerde de presentatie van Daan Bos (Stedin). Zeker in het kader van de energietransitie – de overgang naar duurzame en vaak decentrale energieproductie – en de uitrol van slimme meters die dit mede mogelijk moeten maken, aldus de telecomspecialist van de genoemde netbeheerder. Deze helpen namelijk bij het beter kunnen inschatten van pieken en dalen in energiegebruik en energie-opwek, maar ook bijvoorbeeld om energie tijdens daluren in te kopen, en te gebruiken voor opslag thuis of het opladen van de auto.

Andere uitdagingen waar Stedin voor staat zijn de efficiëntie en kwaliteit van dienstverlening te verbeteren, het kunnen opvangen van een vergrijzende en schaarser wordende arbeidsmarkt, alsmede het feit dat er minder financiële middelen beschikbaar zullen zijn. “IoT speelt een rol bij al deze uitdagingen”, aldus Bos. “Het zal helpen bij de slag die we maken van terawatts naar terabytes.”

Meer met minder

Het mooie van een IoT-netwerk is dat je ermee de slag maakt van ‘een voordeel voor een gebruiker’, naar ‘meerdere voordelen voor meerdere gebruikers’ omdat de mogelijkheden en de waarde toenemen naarmate zich meer mensen of apparaten aansluiten. Denk aan de telefoon, maar bijvoorbeeld ook aan navigatiesystemen in de auto. Hoe meer informatie vanuit verschillende voertuigen wordt verzameld en verwerkt, hoe accurater de dynamische route-informatie.

Vertaald naar de praktijk van Stedin denkt men aan IoT-toepassingen als storingsverklikkers, helmcamera’s, fraudedetectie, schakelen op afstand, toestandgebaseerd onderhoud, storingsvoorspelling en het meten van stroom en spanning. Bos: “IoT betekent voor ons bovendien meer doen met minder mensen.”

Cirkel rond

In het kader van ‘just do it’ is men hiertoe binnen Stedin alvast aan het experimenteren geslagen. Onder meer met sensoren in zogeheten middenspanningsruimtes, waarmee op basis van vochtmeting voorspellend onderhoud verricht kan worden. Voor T-Mobile’s innovatiemanager Ewout Karel was daarmee de cirkel rond: “We zijn vandaag gestart met het belang van samenwerking, een geweldige visie op robots en vervolgens het belang van het ambacht. Stedin laat zien wat je hier allemaal mee kunt bereiken en hoe je dat doet.”