De digitale maatschappij en het sociale contract

0

Oké, dat is de eerste prijs voor de minst aansprekende titel voor een column. Maar het is wel een belangrijk onderwerp. Op deze pagina’s heb ik het regelmatig over de digitalisering van de maatschappij. Vorige keer ging het vooral over de rol van jou, de lezer, daarin. Ik wil hier nog een stapje verder gaan, en kijken of we wat verder komen op het gebied van principes.

Wat is eigenlijk een ‘maatschappij’? Volgens de literatuur moet er sprake zijn van voortdurende sociale interactie tussen een groep van mensen. Die moeten het over bepaalde dingen eens zijn, anders is er geen sociale cohesie. En die moeten het over andere dingen weer oneens zijn, anders wordt het wel erg saai en is er geen progressie.

Wat is er anders in de digitale maatschappij? Allereerst vindt veel van deze voortdurende sociale interactie plaats middels nieuwe technologieën: sociale media, maar ook binnenkort via augmented en virtual reality. Een belangrijk deel van communicatie is feedback, en die is wezenlijk anders in vergelijking met directe interactie. Ten tweede maken smart devices en algoritmen onderdeel uit van de sociale interactie. Ze zijn niet alleen de dragers van communicatie, maar acteren zelf ook.

Het functioneren van de maatschappij is gebaseerd op normen en waarden, op regels en op het fundament van het ‘sociale contract’. Dat laatste is praktisch gezien een uitwisseling tussen autonome mensen en bedrijven (en in toenemende mate dingen) over rechten en plichten. We geven wat rechten op, accepteren de regels, en krijgen er andere dingen voor terug, zoals veiligheid en gemeenschappelijke voorzieningen. Meer ideëel is het sociale contract ons collectieve begrip van de manier waarop we willen dat onze maatschappij eruitziet. Als de maatschappij digitaliseert en daarmee voor een deel opnieuw moet worden uitgevonden, verandert het sociale contract mee. Het digitale sociale contract wordt leidend.

Digital sociale contract

Het uitgangspunt van het digitale sociale contract is volgens mij niet meer de mens als autonoom wezen, als doel op zich. In de digitale maatschappij staan ‘connecties’ centraal. En daarmee moeten we het hebben over actoren die we zijn als onderling afhankelijk, en relationeel verbonden (naast mensen en bedrijven ook dingen). Dat betekent nogal wat.

In onze huidige maatschappij staat het welzijn en de waardigheid van de mens voorop, in al zijn individualiteit. De mens heeft een vrije wil en de vrijheid om te doen wat hij wil. Uiteraard met de beperking dat dit niet de vrijheid van anderen mag beknotten. Iedereen wordt hetzelfde behandeld – dat is tenminste de invulling van ‘fair’. Verder worden we geacht goed voor onszelf op te kunnen komen; dat is onze eigen verantwoordelijkheid. We moeten op onszelf vertrouwen.

Het digital sociale contract ziet er anders uit. Het gaat om het welzijn en de waardigheid van alle actoren, en hun functioneren in een breder ecosysteem. We meten dat functioneren af aan de bijdrage die actoren leveren. Vrijheid betekent het onbelemmerd aangaan van verbindingen met andere actoren, uiteraard met de beperking dat het het verbinden van anderen niet in de weg staat. Een eerlijke behandeling is niet noodzakelijkerwijs een gelijke behandeling, maar meer een persoonlijke, contextafhankelijke behandeling. We moeten vertrouwen op ons collectief vermogen om onze eigen ecosystemen, en onze afhankelijkheden daarin, te organiseren.

Hoe we daar gaan komen, en hoe dat er dan precies uit gaat zien, weet ik ook nog niet. Maar laten we de discussie beginnen. Hoe denk jij hierover?

Frank Buytendijk
Frank Buytendijk is Research Fellow bij Gartner Research en pioniert op het gebied van digital filosofie.