Is er nog wel per se een duidelijk onderscheid te maken tussen consumententechnologie en zogeheten businesstechnologie? Op het gebied van het verdienmodel voorlopig nog wel. Maar liggen ze qua propositie niet steeds dichter bij elkaar? En is samensmelting een logisch gevolg?

De belangrijkste overeenkomst tussen beide is dat ze faciliteren in de uitwisseling van informatie op een manier waarbij frictie tussen zender en ontvanger zoveel mogelijk geminimaliseerd wordt. Denk aan de basisfunctie van chatten, het delen van bestanden: het uitwisselen van informatie. Allemaal puur en alleen door minimalisatie van frictie.

In bijna alle voorbeelden van businesstechnologie zie je een directe overlap met consumententechnologie en vice versa. Veel bedrijven bieden na oorspronkelijk aanbieder te zijn geweest op de ene markt, ook een propositie aan op de andere markt. En juist door die wisselwerking in gebruik is samensmelting een logisch gevolg. Van Slack tot Trello en, misschien in nog veel verdergaande mate, iMessage en WhatsApp.

Zakelijk en privé

Juist Slack en Trello zijn interessante voorbeelden. Prettig ogende tooling, initieel bedoeld voor gebruik binnen de werkomgeving, maar inmiddels wijdverspreid en massaal in gebruik genomen door consumenten. Aan de andere kant zie je ‘traditionele’ chat-apps en planningtools steeds vaker opschuiven naar gebruik binnen de werkomgeving.

Wie heeft er geen WhatsApp-groep met collega’s waarbinnen werkgerelateerde vragen de boventoon voeren. Ook iMessage wordt in hoge mate gebruikt als digitale werkomgeving, vooral sinds de integratie met Notes, een op zichzelf staande tool, ontwikkelt het zich rap als shared workspace. Apple kondigde afgelopen zomer een eigen business-chat aan als alternatief voor iMessage.

Een interessante beweging die je eigenlijk bij alle techspelers terugziet. Het gebruik van de app lijkt niet langer in lijn te liggen met de oorspronkelijke propositie. En om de consument beter te kunnen bedienen komt er een alternatieve, zakelijke propositie. Eén die beter is afgestemd op de eindgebruiker. Maar doordat de eindgebruiker opschuift naar een midden waarin zakelijk en privé in elkaar overgaan, verschuift de propositie uiteindelijk alsnog op een manier waardoor onderscheid maken tussen beide lastiger wordt.

Voorbeelden

Als voorbeeld is de verschuiving van Microsoft en hun inzet op de zakelijke consument door middel van LinkedIn zo interessant. Ze benaderen uiteindelijk zowel de professioneel zakelijke gebruiker als de consument (zo blijkt uit marketingcijfers). Met als doel het volledige midden te beheersen door optimale tooling en features aan te bieden voor van oorsprong twee verschillende doelgroepen. Ze voegen elementen van sociale netwerken en een initiële propositie gericht op zakelijke gebruikers steeds meer samen: van het publiceren van artikelen, tekstverwerking, chatten tot het inplannen van vergaderingen.

Bij Facebook zie je een soortgelijke beweging. Het gebruik verandert, een alternatief wordt gelanceerd (Facebook voor Business), maar ook hier groeien het alternatief en de initiële propositie naar elkaar toe doordat privé en zakelijk naar elkaar toegroeien. Waar ligt dan de oorzaak van dat hellende vlak aan beide zijden? Werk en privé versmelten.

Versnelling

Maar dat er op technologiegebied, en dus aan zowel vraag- als aanbodzijde nog maar nauwelijks verschil bestaat, is een interessante observatie die misschien wel bevestigt dat de ontwikkeling versnelt. Zogeheten coworking places schieten als paddenstoelen uit de grond. Zelfs binnen die trend is al een zekere vergroeiing waar te nemen. Eerst was er Spaces, WeWork en TQ.

Met de komst van initiatieven als Zoku verdwijnt ook daar het onderscheid tussen wonen en werken steeds sneller. Zoku biedt ‘short-term-stay’, offices, voedselvoorzieningen en sociale faciliteiten alsook cocreatieplekken. En deze trend, van de versmelting van privé en werk-omstandigheden, doet zich over de gehele breedte van het leven voor: globalisering en digitalisering manifesteren zich en creëerden de eeuwig werkende zzp’er. Daaruit volgt een geheel nieuwe werkende generatie; die los van tijd en locatie werkt, leeft, woont en reist waar en wanneer ze wil. Niet alleen Uber en Airbnb zijn directe voortvloeisels van die trend, ook blockchaintechnologie en cryptocurrencies vallen in dezelfde categorie.

Uiteindelijk gaat het namelijk om het minimaliseren van externe bemoeienis door het wegnemen van frictie, waardoor zowel de persoonlijke werk- als leefomgeving vormgegeven kan worden op microschaal.

Spagaat

Het is een interessante spagaat. De persoonlijke reikwijdte binnen de wereld wordt groter, terwijl de wereld zelf kleiner wordt. De begrippen locatie en tijd verdwenen met de opkomst van het internet en met de digitalisering verdwijnt ook langzaam ons besef van individualiteit. Terwijl tegelijkertijd onze behoefte om zaken op microniveau te managen juist toeneemt. Ook op het gebied van (persoonlijke) data. Juist daar zijn de gevolgen voor typische ‘businesstechnologie’ het grootst. Nieuwe wetgeving en de komst van nieuwere technologieën zorgen voor nieuwe toepassingen. Maar vooral als het aankomt op het digitale goud (onze data), is de terugkeer naar het individu een rechtstreeks gevolg van de digitalisering. Een bijna natuurlijke golfbeweging.

Frictie

Waarin onderscheidt businesstechnologie zich? Het neemt frictie weg tussen aanbieder en vrager, zoals technologie dat overal doet. Maar veel vaker vormt het ook gewoon een nieuwe frictiepost. Het zijn derde partijen als Salesforce, elke willekeurige SaaS-aanbieder en bedrijven die betalingen faciliteren, die allemaal frictie toevoegen, namelijk in de vorm van kosten. Kosten zijn frictie. En daarmee komen we op een interessant terrein. Kosten waren altijd noodzakelijk. Een tussenpartij die garant staat voor zowel de ontwikkeling als de executie van bepaalde diensten was een vereiste in verband met initiële ontwikkelingskosten, opschalen en de doorontwikkeling van digitale technologie. Die kosten worden steeds vaker in de vorm van abonnementen verrekend met klanten. Ook daar is steeds meer overlap tussen de professionele gebruiker en de gewone consument.

Gemarginaliseerd

Zowel blockchaintechnologie, opensourceproducten en -diensten als de afname van marginale ontwikkelingskosten van software, zorgt ervoor dat het verdienmodel van businesstechnologie vooral nog voordelen biedt op het niveau van ouderwetse marktpenetratie (volledige integratie bij bestaande doelgroepen). In alle andere gevallen gaan frictieposten van doorontwikkeling (open source, gratis), kosten (marginaal, op te vangen door de community) en trusted third party (blockchain, dus overbodig) er steeds meer voor zorgen dat proposities voor professionele digitale technologie gemarginaliseerd worden.

Maar juist dat laatste is weer verenigbaar met die volledige samensmelting van die twee proposities voor die van oudsher twee verschillende doelgroepen. En die versmelting maakt businesstechnologie in zijn huidige staat vooral overpriced en in de toekomst overbodig. Er blijft slechts ruimte over voor een nichevariant. Zoals dat eigenlijk met alle digitaliseerbare services, goederen en diensten gebeurt. Initieel zijn de kosten hoog, maar doordat de verspreiding toeneemt, verwatert de schaalvoorsprong en de relevantie voor kleine specifieke doelgroepen. De features zijn steeds goedkoper te kopiëren, worden steeds massaler gebruikt en de toepassing wordt gemeengoed, waardoor vraag en aanbod versmelten en beide markten in elkaar overvloeien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter