Vloekend loop ik door het huis. Ik ga te laat komen als dit lang duurt. Volgens mijn TomTom moet ik over tien minuten vertrekken om die file op de A15 voor te zijn, maar mijn autosleutels zijn onvindbaar. Ik vertrouwde op mijn Tiles bluetooth-trackers die overal in huis de sleutels weten te traceren. Maar misschien had ik die low-battery-melding niet moeten negeren…

Verdomme. Sinds ik die Tiles heb hoef ik niet meer na te denken waar ik mijn sleutels heb gelaten – en dat doe ik dus ook niet meer. Hmm. Sinds ik die Tiles heb… ben ik dus iets dommer geworden. Dit gaat verder, bedenk ik mij. Veel verder… Sinds ik Google Maps gebruik kan ik nauwelijks meer navigeren zonder app. Sinds ik een mobiele telefoon heb weet ik geen telefoonnummers meer uit mijn hoofd. Sinds ik Google heb onthoud ik geen algemene wetenswaardigheden meer. Sinds de Microsoft Spellcheck snap ik de grammatica niet meer.

Wetmatigheden

Er is dus een omgekeerd evenredige relatie tussen mijn mentale capaciteiten en het aantal devices, apps en websites dat ik gebruik. Het netwerk wordt steeds slimmer, maar de knooppunten in het netwerk steeds dommer. Laten we deze wetmatigheid voor het gemak even Maartens Law noemen. Bernlefs Law (Hersenschimmen) zou ook kunnen, maar is misschien wat vergezocht. Samengevat zegt deze wet: hoe meer slimme toepassingen ik gebruik, hoe dommer ik word. De vraag is nu: is Maartens Law een algemene wetmatigheid of ben ik de enige die steeds dommer wordt?

Laten eerst even naar de oorzaak kijken van mijn toenemende dementie, en de daarmee samenhangende wetten. Moore, Metcalfe en Beckstrom hebben perfect beschreven waarom we langzaamaan worden overgenomen door een zwerm aan slimme apparaten, applicaties en robots.

Wet van Moore

De Wet van Moore is waarschijnlijk de bekendste ‘wet’ in de computerwereld. Het is genoemd naar Intel-oprichter Gordon Moore. In een stuk uit 1965 merkte hij dat het aantal transistors op een geïntegreerd circuit ongeveer elke twee jaar verdubbelde. Dit betekende dat de chips meer functionaliteit hadden dan voorheen, voor dezelfde prijs. Met andere woorden: naarmate de tijd verstrijkt doen de chips meer voor minder geld. En dat doen ze al meer dan vijftig jaar.

Wet van Metcalfe

Bob Metcalfe zegt feitelijk het volgende: naarmate genetwerkte apparaten goedkoper worden, zullen meer mensen ze kopen. En hoe meer mensen ze kopen, hoe waardevoller het netwerk van apparaten wordt. Hij stelde dat voor gebruikers van een telecommunicatienetwerk de waarde van het netwerk N2 is. Elke nieuwe persoon (N) die deelneemt aan het telefoonnetwerk vergroot het aantal mogelijke verbindingen. Hetzelfde geldt voor sociale-netwerksites. Als je een Facebook- lid bent, heb je je waarschijnlijk aangemeld omdat je vrienden op Facebook zijn; en hoe meer van je vrienden lid zijn, hoe waardevoller het netwerk voor jou is.

Wet van Beckstrom

De Wet van Beckstrom definieert de waarde van een netwerk als de voordelen minus de kosten opgeteld over het totale aantal leden van een netwerk. Taylor Buley, die schrijft voor Forbes, geeft een concreet voorbeeld: “Stel dat je elke maand voor 100 dollar aan spullen koopt bij Amazon. Je zou dat spul waarschijnlijk voor ongeveer dezelfde prijs offline kunnen kopen, maar je zou dan extra moeten betalen voor benzine om naar de winkel te rijden en je hebt opportuniteitskosten omdat je tijd verliest.

Als de fysieke kosten voor de handel 50 dollar per maand waren boven op de 100 dollar die je aan boeken besteedde, dan zou de waarde van Amazons netwerk voor jou 600 dollar per jaar zijn. Trek hier de kosten van verbinding met het Amazon-netwerk af, bijvoorbeeld 40 dollar per maand voor een internetverbinding en computerhardware, dan heb je een waarde van ongeveer 120 dollar.

25.000 straten

De drie wetten beschrijven perfect waarom het netwerk aan apparaten, applicaties en mensen steeds waardevoller en onvermijdelijker wordt. De kosten van informatie daalt exponentieel en is altijd en overal toegankelijk aan het worden. Dus waarom zou je nog iets opslaan in je hoofd? Het netwerk weet straks alles, dus hoeven de delen niks meer te onthouden. Dit is dus geen exclusief Maarten-verschijnsel!

Neurowetenschapper Maguire heeft vastgesteld dat Londense taxichauffeurs een bovengemiddelde hippocampus hebben. Hier zijn ze niet mee geboren, maar dat is zo gegroeid tijdens de drie tot vier jaar training die noodzakelijk is voor ‘The Knowledge’ waarin ze alle 25.000 straten van Londen leren te doorkruisen op een scooter. Gedurende deze periode groeit aantoonbaar het grijze weefsel dat noodzakelijk is om dit te onthouden. De verwachting is dat dit de komende tijd gaat afnemen door het toenemende gebruik van navigatiesystemen, ook door taxichauffeurs.

Walnoothersenen

Omgekeerd is het Google-effect ook al waargenomen onder de MRI: het deel van je hersenen dat gebruikt wordt voor bepaalde vormen van informatieopslag neemt af naarmate je meer gebruikmaakt van online-geheugenopslag van informatie (zoals Google). Trek je deze trend door dan zie je dat we straks niks meer hoeven te weten of te onthouden, omdat onze persoonlijke AI dat straks proactief voor ons doet. Onze hersenen krimpen steeds verder tot ze de omvang van een walnoot bereiken.

Ho ho, zal je roepen. We slaan misschien minder feiten op, maar we kunnen die vrijgekomen tijd toch benutten om zinvolle dingen te leren over het leven? Om elkaar beter te leren kennen en onze creatieve kant te versterken? Dat zou kunnen. De praktijk leert echter dat we steeds meer tijd verspillen aan eenzijdige berichten op sociale media. Korte fragmenten op twitter en het liefst zoveel mogelijk snapshots tegelijk.

Microsoft heeft een studie verricht naar onze aandachtspanne, en die blijkt voor de gemiddelde wereldburger van twaalf seconden in 2000 tot acht seconden vandaag te zijn gedaald. Hoeveel betekenisvolle ervaringen kan je in acht seconden onthouden?

“Er is een omgekeerd evenredige relatie tussen mijn mentale capaciteiten en het aantal devices, apps en websites dat ik gebruik”

Misschien krimpen onze hersenen dan niet, maar ze worden wel steeds meer opgevuld met vluchtige irrelevante feitjes die geproduceerd worden door steeds eenzijdigere bronnen in onze maatschappelijke bubble. Ik weet straks twee maanden vooruit wat het weer wordt, maar ik snap niet waarom mensen overtuigd op Trump kunnen stemmen. Gelukkig zal het allemaal zo’n vaart niet lopen, er is immers altijd nog Hofstadter’s Law.

Wet van Hofstadter

Douglas Hofstadter populariseerde het concept van recursie in zijn boek Gödel, Escher, Bach: An Eternal Golden Braid. Zijn wet lijkt gemaakt voor de computerindustrie. De Wet van Hofstadter luidt immers: ‘het duurt altijd langer dan je verwacht, zelfs als je rekening houdt met de wet van Hofstadter’. Deze wet, die sarcastisch gebruikmaakt van recursie, verwijst naar de wet van Hofstadter in zichzelf en herinnert ons eraan dat wat we ook doen, dingen vaak toch niet gaan zoals we verwacht hadden.

Ik hou me vast aan Hofstadter en vraag met tegenzin aan mijn vrouw of ze mijn sleutels heeft gezien. Ze kijkt me aan of ik debiel ben – wat dus waarschijnlijk ook zo is – en antwoordt: “De auto staat bij de garage schat. Je rijdt met mij mee vandaag.”

1 REACTIE

  1. Hahaha geen nood meer voor de zoektocht dus. Mooi artikel, ik googlede (wss verkeerd gespeld maar ik heb de spelcheck uitstaan en ben mijn nederlands grammatica al vergeten) “word je van gemak dommer?” en toen kwam dit bovendrijven als 3e optie. Bedankt voor de mooie onderbouwing van het antwoord en laten we hopen dat Hofstadter gelijk heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat alsjeblieft een reactie achter!
Laat hier je naam achter