Nederlandse besturen bestaan gemiddeld slechts voor 26 procent uit vrouwen – hetzelfde aandeel als vorig jaar en gelijk aan het mondiale gemiddelde. Toch is er in drie jaar een groei van 5 procentpunt geboekt, en in het afgelopen jaar werd in Nederland bij een derde van de bestuursbenoemingen een vrouw aangesteld. Dit blijkt uit een inventarisatie door het governance platform Diligent.

De studie beoordeelde 5.482 openbare bedrijven in Nederland, andere EU-landen, plus Australië, Japan, de VS, Canada en het VK. De gemiddelde vrouwelijke vertegenwoordiging in de bestuurskamer neemt in veel regio’s wereldwijd wél jaarlijks toe. Het Nederlandse gemiddelde is momenteel gelijk aan het mondiale cijfer, en was in 2019 nog maar 21 procent. Het is te verwachten dat er volgend jaar een versnelling zichtbaar is door nieuwe wetgeving (januari 2022), die quota voorschrijven voor het aandeel vrouwen in de RvB en RvC.

Nieuwe benoemingen in de RvC van beursgenoteerde ondernemingen in Nederland zijn onderworpen aan genderquota, en grote naamloze en besloten vennootschappen zullen ambitieuze doelstellingen voor gender-evenwicht moeten vaststellen voor hun besturen en managementfuncties daar direct onder.

De raden van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen zullen uit ten minste een derde mannelijke en een derde vrouwelijke leden moeten bestaan, en elke nieuwe benoeming in een raad die niet aan genderevenwicht bijdraagt, is nietig. Het genderquotum geldt voor naar schatting honderd bedrijven.

De wet is echter ook van toepassing op raden van commissarissen en raden van bestuur en voor bepaalde senior managementfuncties van grote NV’s en BV’s. Het gaat hier om organisaties die gedurende twee opeenvolgende jaren aan twee of meer van de volgende criteria voldoen: een balans van meer dan 20 miljoen euro, een netto-omzet van meer dan 40 miljoen en gemiddeld 250 of meer werknemers in het boekjaar. Naar schatting zal de wet gevolgen hebben voor ongeveer 5.000 grote bedrijven. De SER zal de voortgang en naleving van de wet monitoren en zijn bevindingen publice­ren.

Onafhankelijkheid

Nederlandse vrouwelijke bestuurders zijn in 86 procent van de gevallen onafhankelijk vergeleken met slechts 51 procent van hun mannelijke collega’s. Een bestuurder word onder meer geacht niet of minder onafhankelijk te zijn indien hij of zij in het recente verleden werknemer of lid van de directie is geweest, vergoedingen ontvangt behalve dan de vergoeding als lid van de raad van bestuur, en recentelijk geen zakelijke relatie heeft gehad.

In Nederland zijn vrouwelijke bestuursleden gemiddeld drie jaar jonger dan hun mannelijke collega’s (57,2 jaar versus 60,4 jaar). “Na twee jaar een pandemie te hebben meegemaakt die werkende vrouwen onevenredig zwaar treft, wilden we zien of de toename van het vrouwelijk leiderschap in de bestuurskamer nog vaart heeft gehouden, zegt Hajo Jansen, regional VP West-Europa van Diligent, dat wereldwijd de diversiteit van bestuurskamers probeert te bestendigen en samenwerkt met een groot deel van de bedrijven die aan de AEX en de Euronext zijn genoteerd.

Dit is het vaste redactieaccount van IT Executive. Hierachter gaan meerdere redacteuren schuil. Je bereikt ons op redactie[at]itexecutive.nl.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam