Mensen met praktische datavaardigheden maar zonder wetenschappelijke data-achtergrond zijn zeer gewild op de internationale arbeidsmarkt. Diploma’s en certificeringen hebben zeker waarde, maar maken minder indruk. Daarop duidt onderzoek onder leidinggevenden van internationaal opererende ondernemingen in opdracht van Qlik.

Zes op de tien ondervraagden zagen aantoonbare ervaring of een case-interview, waarbij een kandidaat een zakelijk vraagstuk moet oplossen met behulp van data, als de beste aanwijzing van datavaardigheid. Nog geen vijfde (18%) van de besluitvormers zegt dat een aanvullende certificering de beste indicatie is voor de vaardigheden van een kandidaat.

Diploma maakt weinig indruk

Om Europa zag slechts 17 procent van de respondenten een bachelor- masterdiploma of een doctoraat in de datawetenschap als het belangrijkste argument om een kandidaat aan te nemen. Carrièrekansen en salarissen die horen bij goede datavaardigheden lijken dan ook niet voorbehouden aan hen die een wetenschappelijke of technische studie hebben afgerond. Dit past binnen de door Glassdoor geconstateerde trend dat steeds meer techbedrijven de eis van een wetenschappelijke graad laten varen ten gunste van praktische vaardigheden.

Bijna zeven op de tien Europese organisaties (63% wereldwijd) zoeken in alle lagen van de organisatie naar kandidaten die kunnen aantonen dat ze data op een goede manier kunnen lezen, verwerken en analyseren. Degenen met een fundamenteel begrip van data en data-analyse zullen in 2020 ongeveer een derde van de arbeidsmarkt uitmaken. Het aantal beschikbare posities loopt in dat jaar op tot naar schatting 110.000 – een stijging van 14 procent sinds 2015, schat IBM.

Bedrijven met een hoge graad van datavolwassenheid behalen betere resultaten. Onderzoeksgegevens van Qlik duiden op een hogere marktwaarde van datavaardige bedrijven van 3 tot 5 procent – omgerekend tussen de 300 en 500 miljoen euro voor de organisaties die meededen aan het onderzoek.

Obstakels

Vacatures binnen het vakgebied, voor datawetenschappers, data-analisten maar ook marketingmanagers die gebruikmaken van data, zijn echter het moeilijkst te vervullen en staan gemiddeld 45 dagen open. Dit gebrek aan mensen met de juiste kennis maakt deze competenties extra gewild en dus waardevoller, wat zich vertaalt in hogere salarissen. Meer dan tachtig procent van de leidinggevenden in Europa en de VS gaf aan dat nu al hogere salarissen worden betaald aan werknemers die data op een goede manier kunnen lezen, verwerken, analyseren en interpreteren.

EU loopt achter qua training

Ondanks dat ze de waarde van praktische ervaring en datacertificeringen inzien, zegt bijna 60 procent van de Europese ondernemingen dat ze hun eigen werknemers geen relevante trainingen bieden. Slechts een derde faciliteert zelf opleidingsprogramma’s, terwijl bijna acht op de tien werknemers bereid zijn te investeren in hun kennis. Hier loopt Europa achter bij de rest van de wereld: in Azië biedt slechts 36 procent van de bedrijven geen datavaardigheidstrainingen aan, tegen 50 procent gemiddeld wereldwijd.

“De bevindingen van het onderzoek zijn ondubbelzinnig. De carrièrekansen van mensen met goede datavaardigheden zijn overal goed”, aldus Jordan Morrow, head of Data Literacy bij Qlik. “Steeds meer organisaties beginnen in te zien dat de waarde van data niet zit in het bezit van data zelf, maar in het omzetten ervan naar informatie die betere besluitvorming ondersteunt. Dat inzicht vertaalt zich in toenemende kansen voor mensen met goede datavaardigheden.”

Over het onderzoek

Data-analysebedrijf Qlik heeft in de zomer van 2018 PSB Research onderzoek laten doen onder zakelijke beslissers van wereldwijd opererende ondernemingen met meer dan 500 werknemers in de sectoren finance, maakindustrie, detailhandel, transport, zorg, energie, bouw, nutsbedrijven en telecommunicatie.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam