Nederlandse bedrijven vinden investeringen in sociale vernieuwingen belangrijker dan investeringen in technologie. En met name innovatieve organisaties zien ontwikkelingen als Brexit en de energietransitie als kans. Daarop duiden de uitkomsten van de Nederlandse Innovatie Monitor 2019 van het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Amsterdam Business School (UvA), waarvoor 800 beslissers uit het Nederlandse bedrijfsleven zijn ondervraagd.

Sociale innovatie onderbenut

Bij innovatie wordt vaak gedacht aan klassieke ‘harde’ vormen van innovatie, zoals investeringen in onderzoek en ontwikkeling (r&d) of de aanschaf van nieuwe machines en technologieën. Bedrijven geven echter aan meer belang te hechten aan de meer ‘zachte’ vormen van innovatie, zoals het trainen en opleiden van personeel, implementeren van nieuwe organisatievormen of introduceren van nieuwe manieren van leidinggeven.

Dat betekent echter niet dat zij altijd naar deze opvattingen handelen. Indien managers een additioneel innovatiebudget tot hun beschikking zouden hebben, dan zouden zij bijna dertig procent daarvan willen investeren in nieuwe technologieën. Maar bijna drie maal zo veel zouden zij willen investeren in nieuwe manieren van organiseren, managen, werken en samenwerken, oftewel sociale innovatie.

“Het belang van sociale innovatie wordt erkend door Nederlandse managers, maar er kan beperkt naar gehandeld worden”

Bezien vanuit de relatief krappe Nederlandse arbeidsmarkt kunnen deze bevindingen ook verklaard worden door de wens van bedrijven om aantrekkelijk te blijven voor hoger opgeleide werknemers. Desondanks realiseren Nederlandse bedrijven sociale innovatie in een relatief beperkte mate.

“De bovengenoemde bevindingen lijken te impliceren dat het belang van sociale innovatie erkend wordt door Nederlandse managers, maar dat er beperkt naar gehandeld kan worden”, zegt hoogleraar strategisch management en innovatie Henk Volberda, die het onderzoek leidde.

Brexit als kans én bedreiging

Brexit zorgt voor hoofdbrekens, maar managers zien ook kansen voor de activiteiten van de eigen organisatie. Iets meer dan een derde van de respondenten ziet het verlaten van de EU door Groot-Brittannië als kans en eenvijfde ziet er een bedreiging in. 15 procent van de organisaties ondervindt op dit moment al hinder van Brexit.

Toch prefereert bijna eenderde (32%) een harde Brexit boven langer durende onzekerheid (26%). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat ongeveer veertig procent van de organisaties aangeeft voorbereid te zijn op een harde Brexit, terwijl dit voor slechts 14 procent niet geldt. Organisaties die veranderingen omarmen, daar snel op in kunnen spelen en niet bang zijn om daarbij marktaandeel te verliezen in huidige markten, zien minder gevaar in potentieel ontwrichtende ontwikkelingen.

“Bedrijven willen weten waar ze aan toe zijn wat betreft de Brexit. Ze hebben een hekel aan langdurige onzekerheid en voelen dan liever nu meteen de pijn. Innovatieve bedrijven zien de Brexit overigens wel meer als een kans”, zegt Volberda.

Energietransitie als stimulans

De energietransitie houdt het bedrijfsleven bezig, en vaak in positieve zin. Net iets meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven (51%) ziet de energietransitie als een kans terwijl slechts 13 procent deze een bedreiging acht. Vooral organisaties uit de energiesector en de wat grotere organisaties zijn vaker positief ingesteld.

De helft van de bedrijven stelt dat de gevolgen van de energietransitie betaalbaar zijn en 16 procent stelt dat deze onbetaalbaar is. Verder geven bijna 2 op de 3 ondervraagde bedrijven (63%) aan momenteel bezig te zijn met de verduurzaming van hun energieverbruik. Bijna de helft (49%) geeft aan al voorbereid zijn op de energietransitie.

“De mogelijke kostenbesparingen en nieuwe inkomstenstromen vormen de aanleiding voor veel bedrijven om de energie transitie te omarmen. Anderzijds vormt voor veel bedrijven de aanhoudende druk vanuit de politiek (invoering CO2 taks) een belangrijk argument om actief te zijn met de energietransitie”, aldus Volberda.

Uit de analyse blijkt verder dat de energietransitie eerder omarmd wordt door innovatievere bedrijven. De houding ten opzichte van de energietransitie hangt het sterkst samen met maatschappelijke proactiviteit. Organisaties die anticiperen op maatschappelijke vraagstukken en leidend willen zijn in maatschappelijke veranderingen, zien de energietransitie dus relatief vaker als een stimulans.

Noord-Holland koploper innovatie

Ofschoon innovatieve bedrijven overal in Nederland zijn te vinden, lopen in sommige regio’s bedrijven gemiddeld gezien voor op andere. Op alle in de monitor onderzochte sleuteltechnologieën (robotica, IoT, KI, big data, 3D-printing) scoort Noord-Holland hoog in vergelijking tot andere provincies.

Dat betekent concreet dat Noord-Holland de lijst aanvoert waarin de meeste organisaties gevestigd zijn die op alle vijf de sleuteltechnologieën aangeven vooruitstrevend te zijn.

Volberda licht toe: “De regio Noord-Holland en in het bijzonder de regio groot Amsterdam wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van relatief veel startups en ICT-bedrijven in combinatie met verschillende hoofdkantoren en een goede IT-infrastructuur. De regio lijkt daarmee een prominent Nederlands centrum te zijn voor technologieën als robotica en kunstmatige intelligentie.”

ICT-sector meest innovatief

De informatie en communicatiesector scoort relatief hoog op meerdere innovatie-indicatoren ten opzichte van de andere onderzochte sectoren. Denk aan radicaal nieuwe product- en dienstinnovaties, businessmodel-innovatie (nieuwe logica’s van waardecreatie en toe-eigening), incrementeel vernieuwende product- en dienstinnovaties, en de snelheid van productontwikkeling.

Daartegenover staat dat vervoer en logistiek en de overheid, zorg en onderwijs relatief achterblijven op de genoemde innovatie-indicatoren. Volberda: “Innoveren is pure noodzaak voor ICT-bedrijven om te kunnen overleven. Ze offeren zelfs delen van hun bestaande assortiment op ten behoeve van de groei van nieuwe oplossingen.

Vanwege de beperkte hoeveelheid innovaties is het gevaar bij vervoers- en logistieke bedrijven dat ze op termijn overvleugeld worden door nieuwe oplossingen uit andere sectoren. Bij de (semi-)overheid kan de ervaren prikkel om te innoveren relatief beperkt zijn.”

Lokale bedrijven minder innovatief

Organisaties die vooral lokaal actief zijn scoren relatief laag op meerdere innovatie-indicatoren in vergelijking met andere organisaties. Dit geldt in het bijzonder voor businessmodel-innovatie, radicale productvernieuwing, incrementeel vernieuwende product- en dienstinnovaties en de snelheid van productontwikkeling.

“Voldoende aandacht voor innovatie is van cruciaal belang voor de continuïteit van bedrijven. Een gebrekkige mate van innovatie bij lokale bedrijven brengt hun continuïteit op termijn eerder in gevaar”, aldus Volberda.

Nederlandse bedrijven minder gericht op opschaling

Nederlandse bedrijven waren in 2018 een kleine zes procent minder gericht op opschaling en verfijning van hun bestaande aanbod. Als mogelijke verklaring voor deze afname wordt stagnatie van de groei in deze markten genoemd.

Beperkte innovatie-samenwerking met concurrenten

Uit het onderzoek komt naar voren dat Nederlandse bedrijven vooral samenwerken met klanten. Bijna driekwart van de bedrijven doet dit. Ook werken ze samen met partijen die aanvullende oplossingen bieden (63%) en leveranciers (64%). Vooral met bestaande concurrenten en nieuwe toetreders wordt veel minder samengewerkt (24%).

“Menig bedrijf is huiverig om samen te werken met concurrenten of nieuwe toetreders, terwijl er vanuit innovatie-optiek wel voordelen aan verbonden zijn”

“partners in de waardeketen van organisaties, zoals klanten en leveranciers, spreken relatief gemakkelijk elkaars taal en kennen elkaar vaak ook al. Dat komt de samenwerking ten goede. De bevindingen geven echter aan dat menig bedrijf huiverig is om samen te werken met concurrenten of nieuwe toetreders, terwijl er vanuit innovatie-optiek wel diverse voordelen aan verbonden zijn”, zegt Henk Volberda.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek zijn onlangs circa 800 senior managers van Nederlandse bedrijven ondervraagd in samenwerking met SEO Economisch Onderzoek. De Nederlandse Innovatie Monitor werd onder regie van Prof.dr. Henk Volberda uitgevoerd. Hij is als hoogleraar strategisch management en innovatie verbonden aan de UvA.

1 REACTIE

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam