Het potentieel van kunstmatige intelligentie (KI of AI) is iets wat mij fascineert. In een bedrijfsomgeving is AI in essentie een optimaliseringstool om productieprocessen te verbeteren en klantervaringen relevanter te maken. Toch is voor het gros van de consumenten niet duidelijk welke rol AI nu precies speelt en welke data wordt verzameld en gebruikt. De Europese Commissie heeft zich die onduidelijkheid aangetrokken en is begonnen met het opstellen van regelgeving.

Hoewel regelgeving zonder meer belangrijk is, moeten we oppassen dat we niet vervallen in passiviteit. Bedrijven zijn geneigd de kat uit de boom te kijken, zeker als ze de discussies tussen bedrijfsleven en politiek horen over de governance van AI. Dit zou ertoe kunnen leiden dat we te voorzichtig worden en de potentie van AI niet ten volle benutten.

Data vormt brandstof

Op het gebied van data is het in ieder geval al duidelijk dat er heldere richtlijnen nodig zijn voor een ethische aanpak. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is alvast een stap in de goede richting. De kwaliteit van AI hangt echter een-op-een samen met de kwaliteit van de data die beschikbaar is.

Simpel gezegd kun je AI in drie stadia onderscheiden:

  • data verzamelen
  • optimaliseren en leren
  • vertalen naar acties

AI analyseert en kraakt enorme datasets om patronen te ontdekken die tot optimalisatie leiden. In elk AI-project vormt data dus de brandstof. En dit is waar ethische kwesties – en juridische voortvloeisels – om de hoek komen. Het verzamelen van data, het classificeren en verifiëren ervan moet veilig en betrouwbaar plaatsvinden. Beleid ten aanzien van de kwaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid van data is derhalve cruciaal. Tegelijkertijd moet AI wel een bepaalde mate van nauwkeurigheid kunnen aanhouden wil het effectief zijn.

De toekomst van werk

Een andere ethische kwestie is het voorbereiden van het personeel op de toekomstige golf van verandering. Dergelijke veranderingen leiden veelal tot de angst dat banen zullen verdwijnen met ontslagen tot gevolg. Maar net zoals andere technologieën in het verleden groei hebben gecreëerd, gaat de komst van AI gepaard met het ontstaan van zinvollere banen – en er zullen nieuwe beroepen ontstaan. Om het potentieel van AI echter maximaal te benutten, hebben we de plicht om ons personeel om en bij te scholen.

Het Villani Rapport dat de Franse overheid in 2018 uitbracht, biedt hiervoor een goed aanknopingspunt. Het richt zich op vier belangrijke terreinen waar vaardigheden verbeterd moeten worden.

  • Het denken in dwarsverbanden (transversale cognitieve vaardigheden), zoals probleemoplossend vermogen en taal- en cijfermatig inzicht
  • Creatieve vaardigheden
  • Sociale en situationele vaardigheden, zoals teamwork en zelfstandigheid
  • Precisiewerk dat een bepaalde kunde en handvaardigheid vereist

Een ethische aanpak houdt dus in dat mensen omgeschoold en voldoende bijgeschoold worden. De EU heeft als belangrijke taak om mensen aan te sporen zich adequaat te verdiepen in bèta- dan wel techniekgerelateerde vakken.

Kort gezegd, we hebben voor de implementatie van AI regelgeving nodig, maar ook meer incentives en onderwijs. En, als we niet passief willen worden, zullen we ook risico’s moeten durven nemen.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam