Slechts 11 procent van de werknemers in Nederland, Duitsland, Frankrijk en de VS die niet tot een datateam of het management team behoren, verwacht dat artificiële intelligentie de komende vijf jaar hun rol sterk gaat veranderen. Daarnaast lijkt het er op dat pakweg de helft van de organisaties processen voor datakwaliteit niet op orde hebben – een belangrijk struikelblok voor de succesvolle invoering van AI.

Een van de belangrijkste discussies over de toekomst van AI, datateams en de rollen daarin, is de vraag of AI inclusief of exclusief zou moeten zijn. Bij inclusieve AI werken mensen vanuit verschillende rollen samen naar een doel toe. Bij exclusieve AI wordt het werk door gespecialiseerde datateams uitgevoerd.

“Traditionele bedrijven lijken eerder te neigen naar inclusieve AI”, vertelt Hylke Visser, director sales en business development bij Dataiku. “Dit komt omdat je zo meer AI-initiatieven kunt uitvoeren en hier meer skills, inzichten en use cases bij kunt betrekken.”

“In theorie zou dit betekenen dat medewerkers die niet tot het management of datateam behoren in ieder geval de potentiële impact van AI in hun werk moeten zien.”

In de praktijk denkt echter slechts 11 procent van deze medewerkers dat AI hun rol volledig zal veranderen. Dit percentage is vanzelfsprekend hoger voor medewerkers in datateams en managers hiervan. Maar ook op C-niveau verwacht maar een op de vijf geïnterviewden dat AI hun functie vergaand zal veranderen.

De verwachte invloed van AI op functies verschilt uiteraard per sector. Respondenten die bij financiële dienstverleners werken of in de detailhandel denken dat de AI hun rol diepgaand zal veranderen (respectievelijk 39% en 36%). Dit in tegenstelling tot medewerkers in media en telecom waar slechts 9 procent dit verwacht.

Van de respondenten op C-niveau verwacht 37 procent dat AI de komende vijf jaar van grote invloed zal zijn. Daartegenover staat 30 procent van de managers en 18 procent van de mensen in datateams. Het zou kunnen dat bestuurders een beter beeld hebben van de richting waarin de organisatie met AI gaat dan andere medewerkers, opperen de auteurs van het onderzoek.

Met thema’s als vertrouwen, ‘uitlegbaarheid’, verantwoordelijkheid en ethiek, die zeker de komende 10 jaar een belangrijke rol spelen in de discussies over AI, vroegen zij de respondenten ook hoe de organisatie waar zij werken met deze uitdagingen omgaat.

Iets meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat hun organisatie processen heeft om er zeker van te zijn dat binnen dataprojecten betrouwbare data van hoge kwaliteit wordt gebruikt (7% zei zelfs ‘nee’ en 34% gaf aan: ‘nu niet, maar we werken eraan’). De overige groep zei dit niet zeker te weten.

Bij deze vraag over datakwaliteit is een duidelijk onderscheid te zien per sector. In de onderzochte landen gaf 7 procent aan er niet zeker van te zijn, maar in de financiële sector gaf niemand dit antwoord. Ook was het percentage dat de vraag positief beantwoordde hoger dan het gemiddelde in de onderzochte landen (respectievelijk 60 versus 52 procent). Dit is te herleiden tot de strengere regels waarmee de financiële sector te maken heeft.

Vergeleken met processen voor goede datakwaliteit, gaven overigens nog minder respondenten (43%) aan dat er binnen hun organisatie processen zijn om te zorgen dat data science, machine learning en AI op een verantwoordelijke en ethische manier worden ingezet.

Om innovatie met AI te versnellen, moeten onderwerpen als datakwaliteit en een verantwoord en ethisch gebruik van AI hoog op de agenda staan. Deze zaken dragen bij aan wat de onderzoekers een van de belangrijkste uitdagingen in de komende tien jaar noemt: het uitlegbaar en betrouwbaar maken van AI. Dit geldt zowel voor degenen die AI-systemen ontwerpen als voor medewerkers die er afhankelijk van zijn in de uitoefening van hun functie.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek heeft Dataiku 400 respondenten in Nederland, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten laten ondervragen.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam