Gaan robotisering en AI ons werk nu overnemen of niet? Er leven veel ongefundeerde angsten, grotendeels gebaseerd op het verdwijnen van jobs in de maakindustrie. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zullen er echter juist banen bij komen, terwijl er aan de bovenkant vele gespecialiseerde functies zullen ontstaan die, versterkt door automatisering en artificiële intelligentie, ingevuld worden door creatieve, emotioneel intelligente personen met de juiste mix van ervaring en opleiding.

Niet alleen complete industrieën en vele aspecten van ons leven veranderen diepgaand door technologische innovaties, ook de arbeidsmarkt raakt op drift. Een doemscenario waarbij praktisch al het intelligente werk straks door robots en artificiële intelligentie wordt afgehandeld – zoals de Israëlische hoogleraar Yuval Noah Harari uiteenzet in zijn doorwrochte bestseller Homo Deus – is zeker denkbaar, maar ik zie het niet gebeuren. Het is geen onvermijdelijke ontwikkeling dat slimme technologie uiteindelijk tot onze overbodigheid zal leiden.

Generieker en gespecialiseerder

Gespecialiseerde banen vereisen veel studie, maar bovenal de juiste combinatie van vaardigheden en ervaring. Neem een ingenieur, geschoold in thermodynamica, die een ontwerp van de bladen van een windturbine met behulp van AI kan verbeteren aan de hand van uitgebreide data die hij uitleest van een digital twin. Voortschrijdende inzichten in het vakgebied, verbeterde softwareapplicaties, nieuwe materialen en nieuwe data van duizenden fysieke windturbines dwingen tot constant leren, interpreteren en toepassen. De essentie van de functie is innovatie. Zo gespecialiseerd als zijn werk is, zal het werk van duizenden andere bestaande en nieuwe beroepen worden.

In contrast hiermee zullen we een sterke groei zien van generieke beroepen die weinig tot geen studie of ervaring vereisen. Nieuwe banen in de ‘gig economy’, die vaak bestaan bij de gratie van slimme AI-platformen zoals Uber die inzet, hebben met elkaar gemeen dat iedereen ze kan invullen die met een smartphone kan omgaan. Zo maakt AI arbeid tegelijkertijd steeds generieker én steeds gespecialiseerder.

Het werk van de kenniswerker is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt, en zo zijn er vele beroepen die een transformatie ondergaan. Er ontstaan zeer gespecialiseerde functies en nieuwe beroepen waarvoor steeds zwaardere eisen gelden. Vacatures hiervoor zijn dus steeds moeilijker te in te vullen, met als gevolg dat de beloningen flink stijgen.

Superwerknemers

Er wordt veel van zo’n potentiële werknemer gevraagd. Vakkennis is niet voldoende meer. Een kenniswerker moet verstand hebben van voor zijn vakgebied specifieke softwareapplicaties, van data-analyse en relevante AI-toepassingen. Dat gaat ook gelden voor medisch specialisten, beleidsmakers en juristen. Er zullen bovendien tal van beroepen ontstaan waarvoor nieuwe kennis én ervaring nodig zijn.

Wie had twee decennia geleden voorzien dat cybersecurity-specialisten vele malen belangrijker zouden worden dan bodyguards? Alle banen waarvoor enige kennis vereist is, zullen een sterk digitale component krijgen. Mensen die functionele kennis combineren met sectorale kennis en innovatieve technologische kennis – je zou ze superwerknemers kunnen noemen – worden op de arbeidsmarkt als high-prized assets beschouwd.

‘The missing middle’

De veranderingen die beroepen ondergaan onder invloed van robotisering en AI en de nieuwe beroepen die zullen ontstaan, duiden Paul R. Daugherty en H. James Wilson van Accenture aan met ‘The Missing Middle’ in hun boek Human + Machine, Reimagining Work in the Age of AI. Missing, want in het heersende debat over robots, AI en mensen staat doorgaans rivaliteit centraal, als was de technologie onze vijand.

Deze binaire voorstelling van zaken is veel te simpel, want zij negeert de nieuwe, veelbelovende samenwerking die is ontstaan sinds ondernemingen robotisering en AI hebben geïntroduceerd, zo stellen de auteurs. Standaard administratieve taken worden efficiënter en verdwijnen uiteindelijk helemaal, waardoor taken overblijven die veel meer waarde toevoegen.

“Mensen die functionele, sectorale en innovatieve technologische kennis combineren zijn high-prized assets op de arbeidsmarkt”

Mensen in omgevingen die in hoge mate afhankelijk zijn van slimme automatisering en AI geven zelf ook aan dat dit hun werk heeft vereenvoudigd, blijkt uit een recente enquête uitgevoerd voor AssetNow. Daardoor zijn ze niet alleen productiever maar is er ook meer ruimte voor creativiteit en menselijkheid ontstaan. Deze werknemers zijn bovendien positiever gestemd over bijscholing. Uiteindelijk heeft AI zo een positief effect op medewerkers, klanten en de hele organisatie.

Idealisme

De waarde van menselijkheid zien we ook in een heel andere trend terug. Zonder direct allerlei generalisaties te willen uitstorten over de jongere generaties, wordt het toch duidelijk dat een groot deel van de jongeren van nu minder hecht aan de traditionele economie met haar negen-tot-vijfritme. Dit komt deels door de economische realiteit na de laatste recessie – er zijn immers minder goed betaalde banen – en deels door idealisme.

Jongere generaties kijken daardoor minder lineair naar hun loopbaan en lijken minder geduld te kunnen opbrengen om aan een carrière te bouwen. Vast werk wisselt zich af met sabbaticals, vrijwilligerswerk en ondernemerschap met een ideële component, want het milieu en sociale thema’s zijn belangrijker voor hen dan een lange carrière in dienst van een brand.

Baantjes uit de gig economy dragen weliswaar beperkt bij aan eigenwaarde, maar scheppen voor jongere generaties wel de flexibiliteit die nodig is om het leven op hun manier te leiden. Sociale media zijn inmiddels belangrijker voor het ego dan werk. Deze trend staat echter diametraal tegenover die van de genoemde superwerknemers.

Hamvraag

De hamvraag is nu hoe deze ontwikkeling te rijmen valt met een economie die steeds meer van werknemers vraagt in termen van opleiding, werkervaring, intermenselijke kwaliteiten (emotionele intelligentie, EI) en flexibiliteit. Kan de ‘idealistische’ generatie wel overweg met de hoogtechnologische maatschappij van morgen? Qua digitale vaardigheden zullen digital natives prima meekomen. Maar ik vrees dat langetermijn-commitment bij een organisatie en doorzettingsvermogen – vereist voor de uitdagende, creatieve posities in de ‘missing middle’ – om een ander werknemersprofiel vraagt.

De ideale werknemer

Nieuwsgierige werknemers (en freelancers, maar natuurlijk ook entrepreneurs) met een open mind, die zaken snel van allerlei gezichtspunten kunnen bekijken en goed kunnen luisteren, hebben de toekomst. Mensen moeten helder en direct communiceren, maar wel met inlevingsvermogen. Mogelijk juist omdat we in hoogtechnologische omgevingen gaan opereren, gaan organisaties menselijke interactie hoger waarderen. Organisaties die emotionele intelligentie op waarde weten te schatten, hebben tevredener medewerkers, minder verloop en een hogere productiviteit, volgens het Capgemini Research Institute.

Niet alleen goede interpersoonlijke communicatie, ook een persoonlijk netwerk is belangrijk zodat iemand snel een beroep kan doen op kennis die hij of zij zelf niet bezit. Praktijkervaring gaat overigens zwaarder wegen dan theoretische kennis. Volgens een survey van Qlik komt een werkzoekende met aantoonbare ervaring op het gebied van data-analyse en business intelligence nu vaak al verder dan een data scientist met een academische graad zonder werkervaring.

Succesvol werken in de AI-economie zal neerkomen op aanpassingsvermogen, menselijkheid en de juiste kunde – geen schokkende inzichten, ze zijn al wat langer geldig. Maar zijn jongere generaties bereid een economie te omarmen die dit profiel vereist?

De skills gap

Niet alleen de ‘idealistische’ trend kan botsen met de AI-economie. Er bestaat nu al een grote kloof tussen de technologievaardigheden die ondernemingen vragen en het aanbod op de arbeidsmarkt. De Britse hoogleraar Richard Susskind, die al decennialang onderzoek doet naar en adviseert over AI, vreest dat vele professionals zich blindstaren op een vast carrièrepad. Dat begint al op de universiteit waar je jaren bezig bent kennis te vergaren die grotendeels verouderd is op het moment dat je de arbeidsmarkt betreedt.

In het waarschijnlijke geval dat de skills gap niet gedicht kan worden, zullen bedrijven maar al te graag robotica, AI en machine learning inzetten waar dat kan, gemanaged door een kleine groep kenniswerkers, terwijl op de werkvloer laagopgeleiden het generieke werk doen waarvoor geen geautomatiseerde processen zijn. Een rapport van de Boston Consulting Group in opdracht van het World Economic Forum uit 2018 waarschuwt hier al voor. De auteurs spreken zelfs van een talent gap die ervoor zorgt dat bedrijven vertrouwen gaan verliezen in menselijk talent.

“AI maakt arbeid steeds generieker en tegelijkertijd steeds gespecialiseerder”

Dat neemt niet weg dat hooggespecialiseerde werknemers (en freelancers en entrepreneurs) in het hogere segment van de arbeidsmarkt het nog steeds voor het uitzoeken hebben. Er is een dynamische markt voor mensen die bereid zijn te blijven leren en die hun eigen kansen creëren. Dit talent stroomt als vanzelf naar de regio’s – meestal metropolen – waar de meest uitdagende en lucratieve kansen liggen.

De zoektocht naar talent

Hoe vindt een organisatie nu die superwerknemers? AI wordt nu al ingezet door continu de vele online bronnen met financiële data over bedrijven te analyseren en te koppelen, net als het verloop van personeel, nieuwe productaankondigingen en de opinies van analisten. Een recruiter kan zo voorspellen dat het nú misschien het juiste moment is om bepaalde mensen te benaderen bij de concurrent van zijn opdrachtgever.

Organisaties zullen hun HR anders moeten inrichten, want werk is niet meer de spil waarom iemands identiteit draait. De job hopping trend gaat niet meer weg. Identificatie met een bedrijf of merk is zwakker onder jongere generaties. Kandidaten gedragen zich steeds meer als consumenten: ze vinden een frictieloos proces belangrijk. Verschillende interviewrondes zijn prima, maar kandidaten willen snel inhoudelijke feedback ontvangen. En eenmaal binnen, moet de onboarding snel en vlekkeloos verlopen.

Talent binnenhalen door met allerlei trendy benefits te strooien en startup te spelen is niet duurzaam. Traditionele zaken als betaalde verloven, een goed pensioen, een goede reiskostenvergoeding en vergoedingen voor bijscholing in werktijd zijn zaken waarmee je mensen behoudt. Ook de scheiding tussen werk en privé ligt gevoelig. Juist omdat onder invloed van technologie de grenzen almaar vloeibaarder worden moeten organisaties deze grens helpen bewaken.

Voorspellingen als dat de werkende mens in de toekomst 24 uur per dag ‘aan staat’ en niet zal kunnen wedijveren met AI zonder biohacking waaronder het nemen van smart drugs – Zoals futurologe Faith Popcorn voorziet – lijken mij niet opgaan voor de gemiddelde kenniswerker. Hooguit gelden ze voor CEO’s van bepaalde innovatieve bedrijven die niets aan het toeval willen overlaten.

Overigens moeten organisaties zorgen dat niemand onmisbaar is. Ze moeten elk moment klaar zijn voor een situatie waarin iemand op een sleutelpositie het bedrijf verlaat. Voor organisaties in de executive search betekent dit dat zij permanente zoekopdrachten – geholpen door AI – kunnen uitvoeren voor hun klanten, die daarvoor waarschijnlijk een abonnement afnemen.

Conclusie

Of onze baan nu overbodig wordt door robotisering of AI of alleen maar interessanter, de invloed ervan op ons werk wordt groter dan we nu kunnen bevatten. Zeker is dat slimme technologie het werk van velen generieker maakt en specialistischer voor hen die zich aan de top van de arbeidspiramide bevinden. Robotisering en AI zal repetitief werk overnemen en ondersteuning bieden bij taken die waarde toevoegen.

Ik denk dat liberale economieën de mens centraal zullen blijven stellen. Daarbij past een bredere kijk op zakendoen, waarbij alle stakeholders gelijke aandacht verdienen: de belangen van werknemers en klanten zijn evenveel waard als die van aandeelhouders. In zo’n AI-gedreven economie zal de productiviteit een boost krijgen, waardoor er resources vrijkomen voor arbeidsintensieve sectoren zoals zorg en educatie.

Bedenk ten slotte dat de grote outsourcing-push van de afgelopen twintig jaar naar lagelonenlanden niet voor massawerkeloosheid heeft gezorgd in Westerse economieën. De verdere opkomst van AI zal er waarschijnlijk ook niet voor zorgen dat werkenden massaal op een zijspoor belanden. Waar ik wel een maatschappelijke uitdaging zie, is de waardecreatie die in de nabije toekomst in handen is van een relatief beperkte groep superwerknemers. Deze waarde moeten we vervolgens herverdelen. Maar dat is voer voor een andere discussie.

REAGEREN

Plaats je reactie
Je naam