Gerard Wijers (Nyenrode): ‘Je snapt dingen die je vroeger overkwamen’

De inrichting van de IT-organisatie en de rol van de CIO zijn sterk veranderd de laatste jaren om business value te kunnen leveren. De volwassenheid van organisaties op dit gebied loopt sterk uiteen. “Ik zie sommige organisaties goed meekomen, met bestuurders en managers die technologie en data als asset snappen en er actief bij betrokken zijn.” Aan het woord is Gerard Wijers, docent bij Nyenrode Business Universiteit en consultant. Het is zijn ambitie om de verschillen in digitale volwassenheid tussen organisaties te verkleinen.

“Je ziet hier en daar discussies over de rol van de CIO ontstaan”, constateert Wijers. “Is hij een CTO of een business-tech-leader? Ook de discussie CIO versus CDO valt hieronder. Het zijn discussies die moeten plaatsvinden, ze horen erbij. Ik zie overigens steeds meer IT-leiders die verstand van zowel technologie als business hebben en aan beide kanten van de tafel hebben gezeten. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn ook nog veel bedrijven waar de IT-leider ‘hoofd ketelhuis’ is.”

Hij vervolgt: “De verschillen tussen organisaties in dit opzicht nemen toe. Via de module ‘Organization and Value of Data and Technology’, die ik doceer, proberen we hier verandering in te brengen. Ik vind dat je van tech-leaders mag verwachten dat ze disruptief zijn. Maak niet de fout om te denken dat disruptie aan jouw sector voorbijgaat. Ook de publieke sector, het onderwijs en de zorg komen aan de beurt…”

Nog veel te leren

Gerard Wijers is niet alleen kerndocent van de genoemde module, onderdeel van de modulaire Executive MBA Business & IT, verzorgd door Nyenrode Business Universiteit. Als ervaren adviseur en oprichter van adviesbureau Anderson MacGyver heeft hij tevens goed zicht op de praktijk. Waar ziet hij het vaak scheeflopen?

Wijers: “Vooral op het gebied van data – de kwaliteit ervan en wat je ermee kunt – valt nog veel te leren. Daarnaast zie je sommige organisaties op het gebied van agile transformatie doorschieten. Er ontstaat wildgroei. Men vindt het dan moeilijk te bepalen wanneer je moet innoveren en waar je niet te veel aandacht aan hoeft te besteden. Een multimodale benadering is belangrijk: in meerdere snelheden leren denken.”

Integreren en besturen

Sourcing is onderdeel van de stof die Wijers in de module behandelt. Dat vakgebied is nogal veranderd. Reden voor Wijers om dit aspect van de module aan te passen: “Cloud is dusdanig opgekomen dat uitbesteden van werk is vervangen door wereldwijd inkopen van services en functionaliteit. Het grote vraagstuk hierbij is hoe je alles integreert en hoe je het geheel bestuurt. Hierop komt het komende jaar in de module meer het accent te liggen.”

Het belang van data

Data wordt een steeds belangrijker aandachtsgebied van Gerard Wijers en tevens een aspect waar organisaties meer aandacht aan zouden mogen besteden, als je het hem vraagt. Is hier een rol voor IT’ers weggelegd? Wat zou hun rol kunnen zijn?

“Het belang van data zou iedereen moeten raken en interesseren! Je wil toch zeker fact-based kunnen opereren? Hoe belangrijker data is voor een organisatie, hoe breder je de inzet van data moet integreren. In de praktijk zie je dat het datavraagstuk soms buiten IT en soms juist onder verantwoordelijkheid van de CIO is belegd. IT heeft vaak wel een initiërende rol als het gaat om beschikbaarheid, dataplatformen en data-architectuur. Dit past ook goed bij IT. Het gebruik van data is breder verspreid en hoort bij de business.”

Verantwoordelijk voor IT

Volgens Wijers is het volgen van de module vooral opportuun voor mensen die verantwoordelijkheid dragen in IT. “De module draait tenslotte om het organiseren van competenties. Er moet ook qua omvang wat te organiseren zijn.”

‘Denk niet dat disruptie aan jouw organisatie voorbijgaat’

Tijdens de bijeenkomsten gaan de discussies over het realiseren van waarde met IT. Gerard Wijers: “Je organisatie moet IT belangrijk vinden. Is dat niet het geval, moet je misschien even wachten op een bestuurderswissel! Maar gelukkig zijn ook bestuurders steeds meer digitally savvy.”

Midden in de praktijk

Hoe sluit de module aan op de praktijk? “In elk geval sta ik, als kerndocent, bij klanten in het veld. Midden in de praktijk dus”, aldus Wijers. “Bij elk blok – dat twee dagen duurt – presenteert ook een CIO zijn ervaringen. Daarnaast dien je als student in je assignment een vraagstuk uit je eigen organisatie op te pakken. Studenten leren daarbij veel van elkaar. Je krijgt allerlei praktische instrumenten aangereikt, maar ik durf daarnaast wel te stellen dat er niets zo praktisch is als een mooie theorie!”

Morgen anders

Wat mogen studenten verwachten van de module? Wijers is er duidelijk over: “Studenten gaan vaak op een andere manier naar hun eigen rol en eigen afdeling kijken, hoe ze daarmee aan de slag willen. Je komt meer boven de materie te staan, in plaats van het ene incident naar het andere te rennen. Je snapt dingen die je vroeger overkwamen. Ik stel studenten altijd de vraag: ‘Wat ga je morgen anders doen?’”

Werknemer met praktische datavaardigheden gewilder dan datawetenschapper

Mensen met praktische datavaardigheden maar zonder wetenschappelijke data-achtergrond zijn zeer gewild op de internationale arbeidsmarkt. Diploma’s en certificeringen hebben zeker waarde, maar maken minder indruk. Daarop duidt onderzoek onder leidinggevenden van internationaal opererende ondernemingen in opdracht van Qlik.

Zes op de tien ondervraagden zagen aantoonbare ervaring of een case-interview, waarbij een kandidaat een zakelijk vraagstuk moet oplossen met behulp van data, als de beste aanwijzing van datavaardigheid. Nog geen vijfde (18%) van de besluitvormers zegt dat een aanvullende certificering de beste indicatie is voor de vaardigheden van een kandidaat.

Diploma maakt weinig indruk

Om Europa zag slechts 17 procent van de respondenten een bachelor- masterdiploma of een doctoraat in de datawetenschap als het belangrijkste argument om een kandidaat aan te nemen. Carrièrekansen en salarissen die horen bij goede datavaardigheden lijken dan ook niet voorbehouden aan hen die een wetenschappelijke of technische studie hebben afgerond. Dit past binnen de door Glassdoor geconstateerde trend dat steeds meer techbedrijven de eis van een wetenschappelijke graad laten varen ten gunste van praktische vaardigheden.

Bijna zeven op de tien Europese organisaties (63% wereldwijd) zoeken in alle lagen van de organisatie naar kandidaten die kunnen aantonen dat ze data op een goede manier kunnen lezen, verwerken en analyseren. Degenen met een fundamenteel begrip van data en data-analyse zullen in 2020 ongeveer een derde van de arbeidsmarkt uitmaken. Het aantal beschikbare posities loopt in dat jaar op tot naar schatting 110.000 – een stijging van 14 procent sinds 2015, schat IBM.

Bedrijven met een hoge graad van datavolwassenheid behalen betere resultaten. Onderzoeksgegevens van Qlik duiden op een hogere marktwaarde van datavaardige bedrijven van 3 tot 5 procent – omgerekend tussen de 300 en 500 miljoen euro voor de organisaties die meededen aan het onderzoek.

Obstakels

Vacatures binnen het vakgebied, voor datawetenschappers, data-analisten maar ook marketingmanagers die gebruikmaken van data, zijn echter het moeilijkst te vervullen en staan gemiddeld 45 dagen open. Dit gebrek aan mensen met de juiste kennis maakt deze competenties extra gewild en dus waardevoller, wat zich vertaalt in hogere salarissen. Meer dan tachtig procent van de leidinggevenden in Europa en de VS gaf aan dat nu al hogere salarissen worden betaald aan werknemers die data op een goede manier kunnen lezen, verwerken, analyseren en interpreteren.

EU loopt achter qua training

Ondanks dat ze de waarde van praktische ervaring en datacertificeringen inzien, zegt bijna 60 procent van de Europese ondernemingen dat ze hun eigen werknemers geen relevante trainingen bieden. Slechts een derde faciliteert zelf opleidingsprogramma’s, terwijl bijna acht op de tien werknemers bereid zijn te investeren in hun kennis. Hier loopt Europa achter bij de rest van de wereld: in Azië biedt slechts 36 procent van de bedrijven geen datavaardigheidstrainingen aan, tegen 50 procent gemiddeld wereldwijd.

“De bevindingen van het onderzoek zijn ondubbelzinnig. De carrièrekansen van mensen met goede datavaardigheden zijn overal goed”, aldus Jordan Morrow, head of Data Literacy bij Qlik. “Steeds meer organisaties beginnen in te zien dat de waarde van data niet zit in het bezit van data zelf, maar in het omzetten ervan naar informatie die betere besluitvorming ondersteunt. Dat inzicht vertaalt zich in toenemende kansen voor mensen met goede datavaardigheden.”

Over het onderzoek

Data-analysebedrijf Qlik heeft in de zomer van 2018 PSB Research onderzoek laten doen onder zakelijke beslissers van wereldwijd opererende ondernemingen met meer dan 500 werknemers in de sectoren finance, maakindustrie, detailhandel, transport, zorg, energie, bouw, nutsbedrijven en telecommunicatie.

Mirjam Werges (CIO EUR): ‘Veilig digitaliseren en co-creëren’

Mirjam Werges-EUR

Studenten, docenten en onderzoekers verwachten op het gebied van onderwijs en onderzoek een hoge mate van digitalisering. De alomtegenwoordige informatietechnologie en brede beschikbaarheid van researchdata en andere informatie vereisen een waterdichte security. Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) heeft de informatiebeveiliging tot een van de speerpunten gemaakt. Inmiddels worden in samenwerking met het gespecialiseerde Tanium flinke stappen gezet, zo vertelt CIO Mirjam Werges.

Alvorens te vertellen over haar uitdagingen binnen Erasmus Universiteit en de manier waarop ze die aanvliegt hecht Werges eraan om een kort rondje over de campus te maken. “Zo krijg je een gevoel bij dagelijkse dynamiek hier in Rotterdam, en de wijze waarop we studenten, onderzoekers, docenten en faculteiten proberen te ondersteunen.

Ook de bedrijfjes en andere faciliteiten maken gebruik van onze infrastructuur: bibliotheek, sportvoorzieningen, horeca, enzovoorts. Het aantrekkelijke is dat we hier alles op één geweldige locatie bijeen hebben.”

Waardecreatie

Hoewel de EUR sociale contacten op de campus heel belangrijk vindt, spelen IT en data binnen onderwijs, onderzoek en samenwerking een toenemende rol – ook met onderzoekers en instituten elders op de wereld.

Om dit strategisch en beleidsmatig te realiseren nam de CIO in overleg met het college van bestuur en diverse faculteiten het initiatief voor een Masterplan Digitalisering dat een ‘smart campus’ beoogt met een hoge mate van selfservice-IT en dito informatievoorziening, alsmede interdisciplinaire samenwerking binnen ecosystemen. Deze breed gedragen visie wordt door CIO Mirjam Werges en haar centrale IT-afdeling op basis van een transitie- en uitvoeringsplan vormgegeven.

“Om mee te blijven doen als kennispartner, werkgever en opleider is een hoge mate van digitalisering onmisbaar”, vertelt zij. Door intensievere samenwerking met leveranciers, startups, kennisinstellingen en overheden kan de interne IT-organisatie zich vooral richten op systemen die bijdragen aan waardecreatie en het onderscheidende vermogen. Bijvoorbeeld als het gaat om het creëren van positieve maatschappelijke impact, in lijn met de strategische koers. “IT wordt een adaptieve organisatie die goed kijkt naar de mogelijkheden in de buitenwereld en hoe deze benut kunnen worden voor de universiteit.”

Snelheid maken

Werges is een kleine twee jaar actief bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft als CIO bij de ministeries van Defensie en Financiën bewezen binnen de beperkingen van tijd en middelen zaken te kunnen realiseren in complexe situaties met veel interne en externe stakeholders. Onverschillig of het gaat om het digitaliseren van werkstromen, het centraal stellen van de gebruikers en klanten, de uitrol van nieuwe systemen, het beperken van de kwetsbaarheid of het doorvoeren van rationalisaties met het oog op lagere kosten en betere beheersbaarheid.

‘Wat ik doe is best spannend: snelheid ontwikkelen en veranderingen doorvoeren’

“Wat ik doe is best spannend”, zegt ze zelf. “Als CIO moet je snelheid ontwikkelen en voortdurend veranderingen doorvoeren. Dat speelt ook hier op de universiteit.” Goed overleg met bestuur en belanghebbenden, de inzet van bekwame mensen en hulpmiddelen helpen stappen voorwaarts te maken.

Denk ook aan geavanceerde big-datatechnologie die onder meer de processen analyseert en transparant maakt, inclusief de daaraan verbonden IT en geldstromen. Werges organiseerde met succes een serie workshops, onder meer gericht op strategische sourcing en cocreatie. “Alle betrokkenen waren daar aanwezig om de gemeenschappelijke belangen en referentiekaders vast te stellen. Zo kwamen we tot een breed gedragen visie.”

Draagvlak

Digitalisering binnen de EUR is sowieso een organisatiebrede ontwikkeling, waarin met het oog op het interne draagvlak de stem van de faculteiten sterk meeweegt. “Tegelijk hebben we als universiteit de gezamenlijke verantwoordelijkheid om alle persoonlijke en vakinhoudelijke informatie in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) op de juiste manier te behandelen. Daarnaast willen we hackers uiteraard geen kans geven. Vanuit dit perspectief willen we de faculteiten de beschikking geven over de juiste informatie en hulpmiddelen.”

De uitbraak van het WannaCry-virus in mei 2017 en vervolgens de hackpogingen vanuit Iran, die gericht waren op grote internationale universiteiten, zorgden op de Rotterdamse campus voor de nodige urgentie.

Na een assessment door het in computer- en netwerkbeveiliging gespecialiseerde Fox-IT werd de Amerikaanse leverancier Tanium ingeschakeld om de security door continue monitoring van end-points en infrastructuur proactief te waarborgen. “Zij hebben een goed en uniek product dat de infrastructuur veel minder zwaar belast dan traditionele oplossingen”, verklaart Werges de keuze die zij samen met bestuurders en andere betrokkenen maakte.

Communicatie-ring

Tanium onderscheidt zich volgens de CIO van andere oplossingen doordat deze niet vanuit een centrale toepassing een-op-een communiceert met de diverse apparaten. “Bij Tanium praten de end-points onderling met elkaar.”

Ter verduidelijking tekent Mirjam Werges een cirkel van mobiele devices, pc’s en servers, die als keten met elkaar verbonden zijn. “Elk apparaat kent de vijf tot tien opeenvolgende apparaten in de ring. Wanneer een device offline is of verdacht, dan communiceert het systeem simpelweg met het volgende end-point in de keten. In een paar seconden kunnen zo vele duizenden end-points worden gemonitord en zo nodig ge-update.”

Tanium werkt bovendien samen met andere oplossingen voor logging en monitoring, en brengt de hieruit gegenereerde data binnen een centraal dashboard tezamen. “Daardoor hebben we als gebruikers alles in één overzicht, wat maakt dat we heel snel kunnen reageren op verdachte zaken. Bovendien kunnen we gegevens verrijken door ze binnen het platform te combineren.”

Architectuur

Werges hecht veel belang aan het werken onder architectuur, dat voorziet in een blauwdruk van de organisatie met alle processen en onderliggende systemen. “Om de IT robuust, schaalbaar en werkbaar te houden is samenhang nodig. Dat doe je op basis van spelregels.” Ook in omgevingen met een grote mate van decentrale autonomie en verantwoordelijkheden kun je volgens haar afspraken maken.

“Wanneer data tussen mensen en afdelingen vrij moet kunnen stromen heeft het werken met standaarden enorme voordelen. Zeker wanneer je aan wil sluiten op de ambitie van de universiteit: een gegarandeerd veilige omgeving waarin samenwerking en het gebruik van data centraal staat.”

Fotografie: Roelof Pot

Switch van netwerk- naar applicatietoegang

Werkplekken zijn aan verandering onderhevig en dat dwingt veel organisaties in de richting van digitale transformatie. Werknemers werken immers niet meer altijd achter hun bureau op kantoor en zijn ook niet meer per definitie aangewezen op het corporate datacenter. De digitale werknemer van vandaag de dag vraagt om flexibele toegang tot data en applicaties, ongeacht zijn werkplek, apparaat of de locatie van de assets.

Werknemers die gebruik maken van (online) bedrijfsmiddelen als onderdeel van hun dagelijkse werkzaamheden, houden zich niet bezig met de wijze waarop verbinding tot stand komt. Ze willen gewoon toegang verkrijgen tot wat ze nodig hebben, op het moment dat ze het nodig hebben. Met de snelle toename van het aantal bedrijfsapplicaties en regels voor mobiel en op afstand werken, moeten organisaties hun netwerk security-aanpak herzien.

De tijd dat werknemers nog onbelemmerd toegang hadden tot het netwerk is voorbij; werknemers gaan niet langer ‘schuil’ achter de corporate firewall. Organisaties moeten veilige toegang tot applicaties bieden zónder volledig toegang tot het corporate netwerk te geven, aangezien dat laatste onvermijdelijk tot meer risico’s leidt.

Volledige, veilige cloudtransformatie

Het uitdenken van een nieuwe aanpak gaat altijd vooraf aan een daadwerkelijke transformatie. Dit wordt met de dag eenvoudiger, nu zelfs de meest koppige ontkenners niet langer om voordelen van een cloudtransformatie heen kunnen. Dit wordt onderschreven door het recente EMEA State of Digital Transformation 2019-rapport (pdf), op basis van onderzoek door Atomik Research.

Uit dit rapport blijkt dat het aantal digitale transformatie-initiatieven groeit nu de meerderheid overtuigd is van de voordelen. Meer dan 70 procent van de IT-besluitvormers bij grote organisaties (>3000 werknemers) in Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn in de implementatiefase van hun digitale transformatieprojecten of hebben zelfs al profijt van een transformatie-initiatief. Slechts 7 procent van de ondervraagde organisaties is nog niet gestart met een transformatieproject.

Legacy structuren toch nog veel gebruikt

Uit het onderzoek blijkt gelukkig ook dat de meeste digitale transformatie-initiatieven worden geïnitieerd vanuit de hoogste managementlagen binnen de organisatie. Toch blijkt in de realiteit dat nog veel bedrijven deels blijven bij hun legacy infrastructuren. Zelfs organisaties waar een deel van de werknemers op afstand werkt, houden nog te vaak vast aan een groot deel van hun middelen on-premises.

De culturele transitie naar een cloud-first infrastructuur – samen met de verhuizing van applicaties naar de cloud – blijkt voor velen een te grote wijziging.

Het verplaatsen van applicaties naar de cloud is echter niet per direct een volledige, veilige cloudtransformatie. Als internet het nieuwe corporate network wordt, hoe zorg je dan voor veilige toegang tot diezelfde applicaties?

Organisaties slaan deze stap van netwerktransformatie vaak over in de planningsfase; ze blijven veelal trouw aan hun traditionele inrichting en leiden gebruikers terug via hun legacy netwerk. Deze omweg zorgt niet alleen voor vertraging en een teleurstellende gebruikerservaring; het beïnvloedt ook de beveiliging van het gehele netwerk.

Organisaties moeten ook rekening houden met het effect van applicatietransformatie op hun netwerkprestaties en bandbreedteconsumptie. Verhuizing van applicaties naar de cloud moet samengaan met een nieuwe netwerkinfrastructuur en bijbehorende security-vereisten.

Het State of Digital Transformation 2019-rapport (pdf) concludeert echter dat slechts 9 procent van de organisaties applicatie-, netwerk- en security-transformatie even belangrijk achten bij het uitstippelen van hun cloud journey.

De holistische aanpak

Een holistische blik is onmisbaar in elk digitale transformatieproject; het vervult een sleutelrol in de algehele gebruikerservaring. Dit betekent dat – onafhankelijk van de bedrijfsgrootte – snelheid, betrouwbaarheid, security en gebruiksgemak belangrijke aandachtspunten zijn binnen elke cloudtransformatie.

De gebruiker wil niet langer moeten schakelen tussen applicaties in de cloud of op het netwerk, in Azure en AWS, of in het corporate datacenter. Werknemers verwachten van zakelijke apps dezelfde soepele gebruikerservaring als bij het gebruik van consumentenapplicaties op hun smartphones.

Van volledige netwerktoegang tot toegang op applicatieniveau

We staan aan het begin van de transitie naar een grenzeloze werkomgeving. Om een ongestoorde ervaring voor de gebruiker te kunnen garanderen, moet een veilige cloudtransformatie samengaan met een andere verandering: van volledige netwerktoegang tot toegang op applicatieniveau.

Waarom zou de werknemer verbonden moeten zijn met het netwerk als de applicatie zich niet meer op het corporate netwerk bevindt? Dat creëert alleen maar onnodige security-risico’s voor het bedrijf. Wanneer organisatie een cloudtransformatie ondergaat om efficiency-redenen, dan is het ook zaak om een moderne aanpak te hanteren wat betreft het verlenen van veilige toegang.

Zero trust-aanpak

Bij het zero trust-model worden gebruikers op veilige wijze verbonden met enkel de applicaties waarvoor zij geautoriseerd zijn – en met doorlopende verificatie van hun toegangsrechten.

Organisaties kunnen Zero Trust Network Access integreren om een volledige, veilige cloudtransformatie te waarborgen. Daarmee bereiden zij zich voor op de werkplek van de toekomst. Nog even, en dan is traditionele toegang tot het netwerk verleden tijd.

Door Nathan Howe, director Transformation Strategy bij Zscaler

Nieke Martens (Rabobank) ondersteunt nieuwe HPDO Challenge

De contouren van de high-performance digital organisation (HPDO) tekenen zich steeds duidelijker af. Ruim twee jaar na de start van de HPDO Challenge maken Nederlandse CIO’s, CDO’s en CTO’s zich op voor een nieuwe verdiepingsslag. Ditmaal zal het programma onder leiding van Erik Beulen (Tilburg University en TIAS Business School) inzoomen op leiderschap. Nieke Martens, Head Digital Transformation bij Rabobank, wordt een van de voortrekkers.

De digitale transformatie binnen Rabobank krijgt vorm door de combinatie van bestuurlijk draagvlak en bottom-up initiatief. Nieke Martens neemt al haar ervaring aan de klantzijde binnen het bankwezen mee om de digitale transformatie voor de afdelingen Particulieren en Bedrijven vorm te geven. Een pilot met een Digital Hub startte begin 2018 op basis van de cyclus: focus op de klant, beginnen, leren, feedback ophalen, bijstellen, doorgaan en feedback ophalen, enzovoorts. Deze manier van werken wordt nu uitgerold binnen alle onderdelen van de afdelingen Particulieren en Bedrijven en is een integraal onderdeel van de strategische agenda van de bank.

“We werken volgens het motto: ‘start small, scale fast’ en zijn in vijftien maanden gegroeid van 30 naar 2.400 fte die in Biz DevOp teams werken”, aldus Martens. Concrete resultaten die haar en haar mensen in 2018 intern het benodigde draagvlak gaven waren de resultaten van de customer journeys die in de Digital Hub werden opgeleverd: een drastische vermindering van het aantal stappen bij het online afsluiten van een verzekering, het veel sneller en eenvoudiger kunnen blokkeren van een betaalpas en het feit dat klanten voor het openen van een en/of-rekening niet meer naar een lokale bank hoeven: dit kan volledig online.

Andere aanpak

De aanpak bij Rabobank verschilt volgens Martens van die bij andere banken. Als Head Digital Transformation werkt ze nauw samen met de HR-afdeling, onder meer met oog op de beoogde cultuur- en gedragsverandering binnen een veranderende context. “We geloven stellig dat onze bestaande mensen zich kunnen ontwikkelen, dat past ook bij de coöperatie die we als Rabobank zijn. Alle onze 3.000 betrokken collega’s werken nu in betrekkelijk autonome BizDevOps-teams. Uiteraard binnen de randvoorwaarden van bijvoorbeeld compliance en continuïteit. Dat kun je nu eenmaal niet loslaten.”

“We werken volgens de vier R’en: richting geven, ruimte bieden, resultaten vragen en reflecteren”

Een groot voordeel van deze werkwijze is dat er minder momenten van afstemming nodig zijn tussen business en IT, omdat alle betrokkenen al in een team zitten. Daarnaast hebben de individuele teamleden zelf een veel duidelijker beeld in hoeverre hun werk bijdraagt aan het grotere geheel. Martens: “Momenteel is dat vooral dat collega’s weten welk probleem van de klant zij helpen oplossen.”

Argumenten

Martens benadrukt dat zij niet de leidinggevende is van al die duizenden mannen en vrouwen. “Met een klein team begeleiden we de tribes. We hoeven hier niet het machtsspel te spelen, maar werken fact-based naar bijvoorbeeld een goede prioritering. Daardoor kom je uiteindelijk verder.”

Mede vanuit HR wordt tevens gewerkt aan de leiderschapsontwikkeling. Martens: “We werken volgens de vier R’en: richting geven, ruimte bieden, resultaten vragen en reflecteren. Je kunt teams heel veel ruimte geven als duidelijk is hoe succes eruit ziet en als je daar ook naar vraagt. Het richting geven is veranderd: minder doen wat andere banken doen, maar welke nieuwe partijen en trends dienen zich aan in het speelveld en wat betekent dit voor ons.” Architectuur – en alle technologiekeuzes die daarbij horen – zijn een onderdeel van het richting geven.

High-performance

Het verhaal van Martens vormt de komende maanden input bij de zoektocht naar de high-performance digital organisation. Dat geldt ook voor collega-vaandeldragers Ton van Dijk (CIO Pon Holdings) en Hylke Sprangers (CTO Talpa). Maar ook de kennis en ervaringen van andere deelnemers is waardevol. De HPDO Challenge heeft sinds de start in 2017 geleid tot pakweg tien bijeenkomsten, een onderzoek en een whitepaper waarin alle uitkomsten en aanbevelingen zijn opgenomen. In totaal hebben 234 mensen – veelal CIO’s, CTO’s en CDO’s – eraan meegewerkt.

Erik Beulen, als hoogleraar verbonden aan Tilburg University en TIAS Business School is inhoudelijk verantwoordelijk voor het HPDO-programma. In de vorig jaar verschenen whitepaper komen vier perspectieven aan de orde: adoptie, volwassenheid, het belang van samenwerking met partners en het nu verder uit te diepen thema leiderschap. Op 18 september is de eerste bijeenkomst van de nieuwe reeks.

Lees hier het eerder gepubliceerde interview met Nieke Martens.